Vlaamse vrouw krijgt later kinderen

Een slimme meid krijgt haar kind op tijd, klinkt het aloude spreekwoord. Maar daar blijkt de jonge vrouw anno 2015 steeds minder rekening mee te houden. Vorig jaar kreeg ze haar eerste kind gemiddeld op 28 jaar, terwijl dat in 2001 nog 26 jaar was. Dat blijkt uit cijfers van Kind & Gezin.

“We stellen in 2015 vast dat de verwachte leeftijd voor het eerste kind weer verder opschuift, wat duidt op uitstelgedrag”, vertelt Kind & Gezin aan Knack. “Tegelijk zien we dat in 2015 elke leeftijdsklasse van vrouwen minder kinderen voortbrengt dan in 2014.” Of dat te maken heeft het feit dat vrouwen later aan kinderen beginnen of kleinere gezinnen willen, zal moeten blijken uit de cijfers van de komende jaren.



Vruchtbaarheid

Verder blijkt dat het geboorte- en vruchtbaarheidscijfer verder daalt. Zo ligt het geboortecijfer voor het eerst sinds 2005 terug onder de 67.000 baby’s en bereikte de vruchtbaarheid van twintigers zelfs het laagste peil sinds de Tweede Wereldoorlog.

Het aantal geboorten per 100 vrouwen van 20 tot 25 jaar is in het Vlaamse Gewest gedaald van 5,2 in 2010 naar 3,8 in 2015 en lag nog nooit zo laag. Bij de 25- tot 30-jarige vrouwen is dat aantal in diezelfde periode gedaald van 13,6 naar 12,1. Ook de 30-plussers kopen steeds minder kinderen. In die categorie daalde het aantal pasgeboren baby’s van 11,4 tot 4,48 kinderen per 100 vrouwen.

Andere nationaliteit

De stijging is bovendien duidelijk sterker bij vrouwen van een andere nationaliteit dan de Belgische. In 2001 bedroeg de leeftijd om voor het eerst moeder te worden in die groep nog 23 jaar, terwijl dat intussen is geklommen tot 27 jaar. Zo begint het vruchtbaarheidspatroon bij vrouwen met een migratieachtergrond steeds meer te lijken op dat van de Belgische vrouwen.