Johan Verminnen tussen een lach en een traan: “Deze plaat is pure liefde”

20130622 - ANTWERP, BELGIUM: Belgian singer Johan Verminnen pictured during the jubilee concert of Dutch singer Rob de Nijs, on the occasion of his 70th anniversary, Saturday 22 June 2013, in the Lotto Arena in Merksem, Antwerp. BELGA PHOTO JONAS ROOSENS

Toen een buitenlandse journalist Toots Thielemans ooit vroeg naar het geheime recept van zijn internationale carrière luidde het antwoord:‘Eerything I do, is between a smile and a tear’. Die uitspraak inspireerde Johan Verminnen voor de titel voor zijn nieuwe album.

“Wanneer je 65 wordt, ben je dankbaar voor wat je al hebt meegemaakt in je leven en hoop je nog zo goed mogelijk van de resterende tijd te genieten. Dat klinkt als een cliché, maar zo is het nu eenmaal. En dan is de vreugde nog veel groter wanneer je plots de vonk voelt die de aanzet vormt voor een nieuwe plaat. Mijn laatste album dateert ondertussen van zes jaar geleden, het was tijd voor een nieuw verhaal. Ik wil me terug voltijds muzikant voelen. Iemand die liedjes schrijft en aan elk woord van zijn teksten sleutelt tot alles perfect op zijn plaats valt. Om me helemaal in dit verhaal te storten, heb ik mijn functie als voorzitter van Sabam neergelegd. Alle ballast moest overboord, ik wilde terug naar de essentie”, zo steekt Verminnen van wal.



Voor die spreekwoordelijke vonk heeft niemand minder dan Toots gezorgd.
“Klopt. Ik was al veel langer bezig met het schrijven van nieuwe nummers, maar ik raakte niet echt op gang. Ik herinner me nog dat ik na een concert thuiskwam en de televisie aanzette op een of andere post die ik niet goed kende. Plots kwam ik terecht bij een documentaire uit 1989 over het leven van mijn goede vriend, Toots Thielemans, die toen nog in topvorm was. Op een gegeven moment vraagt een Engelse journalist hoe het komt dat hij zowel binnen als buiten de jazzwereld zo’n standvastige, lange en boeiende carrière heeft kunnen uitbouwen. En dan zie je hoe Toots langzaam zijn bril afneemt, wat voorover buigt en haast fluisterend antwoordt: ‘Everything I do, is between a smile and a tear’. Ik zag meteen de link naar mijn leven. Een betere samenvatting had ik zelf niet kunnen bedenken. Een dag later schreef ik het nummer ‘Tussen een glimlach en een traan’ en had ik meteen de titel van mijn nieuwe plaat.”

Maar je had al wel een aantal nummers in de schuif liggen?
“Ik ben nooit gestopt met schrijven en componeren, alleen voelde ik de noodzaak niet om het daadwerkelijk uit te brengen. Die zin van Toots heeft me ergens een schop onder mijn achterste gegeven. Het mooie van dit project is dat alles werd vormgegeven en opgenomen in de kleine, gezellige studio van mijn vriend Bert Candries. Alle muzikanten zijn ook goede vrienden waar ik al langer mee samenwerk. Deze plaat is een werk van liefde.”

Zorgt dat ervoor dat reis van de plaat bijna belangrijker geworden is dan de plaat zelf?
“Ik heb zo’n goed gevoel aan alles wat deze plaat omringt, dat het op zich al voldoende moet zijn om een gelukkig mens te zijn. Ik ben fier op de vijftien nummers die ik hier loslaat, maar het is aan het publiek om ze al dan niet een lang leven te geven buiten de veilige muren van een album. Je bent als artiest niets zonder je publiek, maar wat je maakt moet in de eerste plaats goed aanvoelen voor jezelf. Hoe kan je het anders naar de buitenwereld toe verdedigen? Heel het familiale gebeuren rond ‘Tussen een glimlach en een traan’ is een absolute meerwaarde. Er was ook geen tijdsdruk. Daardoor kan je onderweg veel meer genieten.”

Als artiest ben je niets zonder je publiek

Zonder tijdsdruk heb je ook een zee van tijd om de buitenwereld beter te observeren. Heeft dat geholpen om betere teksten te schrijven?
“Absoluut. Ik kijk nog steeds vol grote verwondering naar de wereld, die me ontroert of verscheurt. Die wereld hoeft zich zeker niet af te spelen binnen de veilige parameters van mijn straat of dorp. Luister maar naar ‘Lampedusa’ met zinnen als ‘We kruipen in een gammele boot, bidden tot Allah of tot God. Europa is een verstrekte burcht, haast oninneembaar voor wie vlucht.’ We worden geconfronteerd met het ergste dat mensen elkaar kunnen aandoen. Tegelijk zie je ook solidariteit, hoop, moed en medeleven, waardoor het beste in de mens weer naar boven komt. Het is natuurlijk altijd zo geweest, al heb je nu veel makkelijker toegang tot heel de wereld.”

Het valt me op hoeveel keer er naar de zee of water wordt verwezen op de plaat.
“De zee heeft een niet te temmen aantrekkingskracht op mij. Keer op keer word ik naar het water toe gezogen en ervaar ik de belofte van oneindigheid, het vervagen van grenzen en de pure kracht van de natuur. Ik heb dan ook een soort kraaiennest – al omschrijf ik het eerder als een meeuwennest – in Oostende waarin ik me terugtrek om ongestoord te kunnen schrijven. (lacht) De inspiratie hangt daar blijkbaar in de lucht voor Johan Verminnen.”

Naast je eigen werk staan er ook twee nummers van Jan Savenberg op en een bewerking van ‘Les rêves sont en nous’ van de Waalse zanger Pierre Rapsat.
“Pierre was een goede vriend waarmee ik urenlang kon praten over leven. Hij gaf me ook een goed beeld over wat er zich achter de taalgrens afspeelt. Zijn veel te vroege dood voelt nog steeds aan als een gemis. Ik wilde van ‘Alle dromen zijn van ons’ vooral een hoopvolle song maken. Hoop hebben we nu meer dan ooit nodig.”

Dirk Fryns