Bouwsector pleit voor loonkostenverlaging

A man works on the construction site of a flyover in Jakarta on June 2, 2016. / AFP PHOTO / BAY ISMOYO

Op vijf jaar tijd zijn er in de bouwsector al meer dan 20.000 jobs gesneuveld. Indien de regering niet met gepaste maatregelen over de brug komt, dreigen tegen 2020 nog eens 26.000 bijkomende banen verloren te gaan.

Dat blijkt uit de voorstelling van het jaarverslag van de Confederatie Bouw, die de belangen van de aannemers behartigt. «De regering-Michel pakt graag uit met de slogan jobs, jobs, jobs. Maar de bouw wordt daar blijkbaar bij vergeten», zo stak gedelegeerd bestuuderder Robert de Mûelenaere van wal.

Uit het jaarverslag komt naar voor dat de bouwsector vorig jaar met 2,1% is gegroeid. Een mooi cijfer dat iets hoger ligt dan de gemiddelde economische groei, maar dat helaas weinig zegt over de duurzaamheid van die groei. De Confederatie zelf spreekt over een groeistagnering sinds begin 2016.

Het grootste struikelblok in de sector is echter de werkgelegenheid, die door deloyale concurrentie en sociale dumping stevige klappen heeft gekregen. Ondanks de groei is het aantal werknemers immers opnieuw met 2% geslonken en voorlopig is er geen verbetering in zicht.

Daarom pleit de Confederatie Bouw voor een loonkostenverlaging van minimaal 6 euro per uur om het concurrentievermogen van de Belgische bouwbedrijven te herstellen. De sector heeft ook een relanceplan opgesteld en rekent op steun van de overheid om een herstelbeweging op gang te trekken. Concreet gaat het over een jaarlijkse som van 600 miljoen euro aan overheidsgeld, wat genoeg zou moeten zijn om de investeringskosten na twee jaar volledig te dekken. Cruciaal hierbij is wel dat de overheid tijdig met het geld over de brug komt. «De regering heeft die steun beloofd tegen 2020, maar tegen die tijd is het kalf al verdronken», stelt de Confederatie.