Sioen; “Ik moet nog altijd vechten voor aandacht”

Je eigen verleden vanonder het stof halen vergt moed. In zo’n donkere archiefkast liggen persoonlijke hoogtepunten immers broederlijk te blinken naast verlegen beginnersfoutjes, jeugdige overmoed en miskend materiaal. Frederik Sioen omschrijft dat bont allegaartje aan archiefmateriaal als ‘Too good to be true’, één van zijn eerste nummers en de titel van de verzamelplaat waarmee hij zijn vijftienjarig bestaan als muzikant in de verf zet.

De avond voor we Sioen aan de tand voelen is het popicoon Prince dood aangetroffen. Een gebeurtenis die de muzikale wereld met verstomming slaat en die ook Frederik Sioen niet onberoerd laat. «Met acht vinyls durf ik mezelf gerust te omschrijven als een fan van het eerste uur. Zijn nummers klinken niet alleen fantastisch, maar zijn ook nog eens ontzettend dansbaar en hebben een eigen verhaal, een eigen kleur en een eigen identiteit. Bovendien kun je ze van de eerste tot de laatste noot meezingen. Bij andere bands durf ik weleens te playbacken, maar van hem ken ik de teksten echt van voor tot achter. Prince is een beetje de Mozart van deze tijd: hij is een van de zeldzame artiesten die iedereen weet te raken, muziekliefhebber of niet», zo valt hij met de deur in huis zodra ik het woord ‘Prince’ in de mond neem.



Het is kenmerkend voor het wilde enthousiasme van de Gentenaar, dat na vijftien jaar op de planken nagenoeg ongeschonden is gebleven. De vraag of de confrontatie met het verleden af en toe gênante herinneringen oprakelde, wuift hij dan ook resoluut weg.

“Spijt en angst zijn slechte raadgevers, die de aandacht afleiden van de essentie. Mijn duik in het verleden is dus geëindigd in een zachte landing. Ik vond het ontzettend leuk om opnieuw te ontdekken hoe dat poprockbandje van vijftien jaar geleden is uitgegroeid tot een band die buiten de lijntjes durft te kleuren. In het prille begin waren we een groepje muzikanten dat platen maakte en rondtrok in een busje, zonder meer. Nu maak ik nog steeds platen, maar ook theater, soundtracks en zelfs televisie.” (lacht)

Vind je het belangrijk om je territorium op tijd en stond te vergroten?

“Dat kun je wel stellen. De vele samenwerkingen met onder andere Jef Neve, Toots Thielemans en Roland Van Campenhout hebben me doen inzien hoe cruciaal de interactie met andere mensen is voor mijn vorming als muzikant. Door jezelf open te stellen en een eerlijke dialoog aan te gaan met je collega’s ontdek je je eigen sterktes en zwaktes. Zo kom je te weten welk verhaal je eigenlijk wil vertellen. Dat geldt trouwens niet alleen voor in de muziek, maar ook in het gewone leven. Mensen die zich consequent thuis terugtrekken in hun eigen, veilige cocon, creëren een vervormd zelfbeeld. Mijn credo is dus: omring jezelf met mensen in plaats van muren. Alleen zo kun je jezelf ten volle ontwikkelen.”

Heeft muziek maken je geholpen om jezelf te ontwikkelen?

“Als muzikant heb ik het grote voordeel dat ik wel moét nadenken over mezelf. Dat is misschien wel het grootste extralegale voordeel. (lacht) Ik merk bij veel jeugdvrienden dat zij nog altijd worstelen met zichzelf, terwijl ik in sommige zaken beter kan berusten. Muziek heeft me geholpen om mijn duistere kant – die in het normale leven bescheiden op de achtergrond blijft – verder te ontdekken. Bij de eerste optredens waren mijn vrienden redelijk verrast. Ik ben iemand die regelmatig op tafel danst en graag tot in de vroege uurtjes blijft plakken, terwijl mijn nummers eerder ingetogen zijn.”

Met een vaste plaats in de top 3 van de Afrekening op Studio Brussel was media-aandacht voor jou vroeger een vanzelfsprekendheid, terwijl het nu soms knokken is om gedraaid te worden. Heb je de indruk dat je ook als gevestigde waarde je plaats in de spotlights nog steeds moet verdienen?

“Ik vrees dat dat nu eenmaal eigen is aan de entertainmentsector, en dat is nu niet zoveel anders dan vijf of tien jaar geleden. Dat dwingt je om bezig te blijven, al ben ik wel blij dat ik de ongelofelijke bewijsdrang van in mijn beginjaren heb kunnen loslaten. Vroeger worstelde ik daar echt mee. ‘Ease your mind’ is nog altijd een beetje mijn lijflied. Toen ik jong was, was ik echt zo’n typische kleine etter: ik schopte tegen vuilbakken en kon urenlang boos rondlopen. En dat had ik later ook in de muziek. Alles moést goed gaan, nu mag alles. De druk is van de ketel. Dat zorgt er ook voor dat ik me zonder aarzelen stort op projecten zoals de Piepkes. Ik maak geen strategische beslissingen meer, ik volg mijn hart en ik doe de dingen waarvan ik het gevoel heb dat ik ze moet doen.”

Mare Hotterbeekx

Sioen speelt op 03/05 met een aantal gastzangers in de Handelsbeurs in Gent.