“We presteren altijd beter in een olympisch jaar”

Belgian Kevin Borlee, Belgian Jonathan Borlee and Belgian Dylan Borlee pose for the photographer during the Federal Day of the Elites of the LBFA French-speaking Athletics Union, Thursday 04 February 2016, at Moha in Obourg. BELGA PHOTO DAVID STOCKMAN

Al sinds het afscheid van ‘gouden’ Tia Hellebaut zijn de broers Borlée de vaandeldragers van de Belgische atletiek. Vooral met de Belgian Tornados, de nationale 4×400 meter-ploeg, draaien ze mee aan de absolute wereldtop. Een medaille in Rio is waar ze van dromen, al zal dat wellicht niet op de individuele 400 meter zijn “tenzij ze gewichtscategorieën invoeren”.

Vier jaar geleden in Londen liepen Kevin en Jonathan, de twee oudste broers, allebei de finale. Met respectievelijk een vijfde en een zesde plaats finishten ze op amper drie tienden van het olympische podium. Een herhaling van dat scenario deze zomer in Rio is eerder onwaarschijnlijk. Sinds dat topjaar 2012 is de 28-jarige tweeling er niet meer in geslaagd om hun persoonlijke records aan te scherpen, al is vader/trainer Jacques Borlée er rotsvast van overtuigd dat er nog marge voor progressie is.



Geloven jullie ook dat het nog sneller kan?

Kevin: “(overtuigd) Daar geloven we zeker in. Er is geen enkele garantie, maar het is wel waarvoor we elke dag werken.”

Op welk vlak kunnen jullie nog vooruitgang boeken?

Jonathan: “De 400 meter is een redelijk ingewikkeld nummer. Naast snelheid heb je ook uithouding en weerstand nodig. Het is vooral moeilijk om op één vlak vooruitgang te boeken, zonder op een ander vlak achteruit te gaan. Maar voorlopig gaan de trainingen goed en geloof ik wel dat we onze records nog gaan breken.”

Is dat de hoofddoelstelling voor 2016, eerder dan medailles of finales?

Jonathan: “Op de individuele 400 meter hebben we het niveau vorig jaar zien ontploffen. Het is nog afwachten wat het dit jaar zal geven, maar als het niveau hetzelfde blijft, gaan medailles héél moeilijk worden. We mikken individueel dus op nieuwe records, terwijl we met de 4x400m wel aan medailles denken, omdat we nu eenmaal een heel mooie ploeg hebben.”

Dylan, jij bevindt je in een iets andere situatie. Je bent een paar jaar jonger dan je broers, dus heb je nog meer progressiemarge, toch?

Dylan: “Dat hoop ik toch (lacht). Ik wil me eerst en vooral plaatsen voor de Spelen. Ik kom voorlopig nog 17 honderdsten tekort om in Rio de 400 meter te mogen lopen, dus dat is zeker haalbaar. Ik hoop ook sterk te presteren op het EK in Amsterdam.”

Wordt dat EK een soort van generale repetitie voor Rio?

Jonathan: “Kevin en ik hebben eigenlijk nog niet eens beslist op welk nummer we daar zullen aantreden. We willen niet teveel wedstrijden lopen, dus het zal sowieso of de 400 meter, of de 4×400 meter worden. Zeker niet allebei.”

Voor een medaille in Rio moeten jullie volgens jullie vader onder 2:58 duiken. Is dat wel haalbaar?

Kevin: “Vorig jaar hadden we volgens mij al het potentieel om 2:58:50 te lopen, als alles meezat. Wij (de broers Borlée, red.) denken nog sneller te kunnen en dat geldt ook voor de vierde en de vijfde loper, dus waarom zouden we geen vijf of zes tienden kunnen verbeteren? Alleen moet het er op het juiste moment uitkomen, dat is het lastige.”

Is het mentaal gemakkelijker om diep te gaan op training in een olympisch jaar?

Kevin: “Het geeft zeker een boost. Het is geen toeval dat we altijd beter presteren in het jaar van de Spelen.”

Dylan, voor jou was 2015 het jaar van de grote doorbraak. Heb je jezelf verbaasd?

Dylan: “Ik had inderdaad niet verwacht dat ik op mijn eerste grote tornooi meteen een medaille zou halen. Maar eenmaal de kwalificaties voorbij en ik op een wedstrijd ben, neem ik het stap voor stap. Niet dat ik aan het podium dacht, maar gaandeweg ben ik er op het EK indoor wel in beginnen geloven.”

En jullie, waren jullie verrast?

Knikken allebei instemmend

Hadden jullie niet zoiets van :oei, hij is ons al aan het inhalen?

Jonathan: “Nee helemaal niet. Tussen ons onderling is er geen concurrentie. We gunnen het hem om sneller te lopen dan wij. Fysiek heeft hij een heel mooie postuur. Hij werkt op dezelfde manier als wij en we weten dat die methode zijn vruchten afwerpt. In het begin heeft Dylan wat vertraging opgelopen door zijn late groeispurt, maar hij verteert de trainingen steeds beter.”

Dylan is een kop groter dan jullie. Is dat een voordeel?

Kevin: “Op zich wel, maar je moet ermee om kunnen gaan. Los van zijn lengte heeft Dylan net als wij twee veel moeite om spiermassa te kweken. We zijn ons daar allemaal van bewust en proberen te compenseren met onze techniek of onze uithouding. Dat lukt vrij goed. Elke atleet heeft zijn sterke en zwakke punten.”

Ik vraag het omdat het soms opvalt bij de start. Jullie staan daar naast een hele resem kleerkasten.

Jonathan: “Het klopt wel dat als er gewichtscategorieën waren op de 400 meter, we bij de absolute top zouden horen.” (lacht)

En de 800 meter, is dat niks voor jullie?

Jonathan: “Op dit moment denken we daar niet aan. Ik zeg niet per definitie nee, maar dan pas binnen een paar jaar.”

Even een slechte herinnering oprakelen: het WK in Peking vorig jaar. Hebben jullie ondertussen al begrepen wat daar toen gebeurd is?

Kevin: “(aarzelend) Weet je, het gaat de laatste tijd helemaal niet goed met de atletiek, met al die verhalen over doping. Er zijn veel mensen die zich vragen stellen over bepaalde prestaties die in Peking geleverd zijn. Maar wij mogen daar niet bij blijven stilstaan. We moeten gefocust zijn op onze eigen prestaties. Dan is het aan andere mensen om onze sport op te kuisen.”

Jonathan: “Ik hoop gewoon dat de mensen die ons kloppen dat doen op kraantjeswater.”

In Londen strandden jullie op een zucht van een olympische medaille, drie jaar later worden jullie weggeblazen. Het is toch op z’n minst opmerkelijk?

Kevin: “Ja, maar anderzijds gebeurt het wel vaker dat het niveau ineens enorm stijgt, en het jaar erop opnieuw normaliseert. We zullen zien wat het geeft. We proberen ons niet teveel vragen te stellen.”

Wat vonden jullie van het ondertussen beruchte WADA-rapport?

Jonathan: “De verhalen over doping hebben me niet echt verbaasd. Er zullen altijd valsspelers zijn, dat is menselijk. Waar ik wel van geschrokken ben is de omvang en het feit dat de IAAF (Internationale atletiekfederatie, red.) erbij betrokken is. Zij zijn verondersteld om ons te beschermen, dus dat is absurd.”

Worden jullie in België eigenlijk vaak op doping gecontroleerd?

Jonathan: “Dat valt mee. In België is de mentaliteit hoe dan ook helemaal anders, zeker in vergelijking met Rusland of de Verenigde Staten. Sport wordt hier veel minder gebruikt als ‘uitstalraam’. Belgen hebben minder snel de neiging om te zeggen: ik wil per se de nummer één worden. In het buitenland kan je daar massa’s geld mee verdienen, maar hier is dat niet het geval. Ik wil er gif op innemen dat minder dan 1% van de atleten in België doping zou gebruiken. Het is voor een deel iets cultureels. De mentaliteit is hier niet: prestaties boven alles.”

Maarten Joossens