Ecuador laat inwoners meebetalen aan heropbouw

Collapsed buildings in Portoviejo, Ecuador, on April 19, 2016. Three days after the powerful 7.8-magnitude quake struck Ecuador's Pacific coast in a zone popular with tourists, 480 people are known to have died, the government said. / AFP PHOTO / Juan Cevallos

De president van Ecuador, Rafael Correa, heeft beslist om het vermogende deel van de beroepsbevolking te laten meebetalen aan de heropbouw van het land. Ecuador werd afgelopen weekend getroffen door een zware aardbeving, die aan minstens 570 mensen het leven kostten.

De bijdrage hangt af van de hoogte van het salaris en varieert van een dag- tot een weekloon. Iedereen die bijvoorbeeld meer dan 1.000 dollar (880 euro) verdient, moet een dagloon inleveren. Een modaal inkomen in Ecuador bedraagt nog geen 500 euro per maand. Miljonairs moeten eenmalig 0,9% van hun vermogen betalen. Ook voor bedrijven gaan de belastingen de hoogte in.



Daarnaast wil de president gebruik maken van de mogelijkheid om decreten aan te passen in het geval van een noodsituatie, door bijvoorbeeld de betalingen één jaar lang met twee procentpunten te doen stijgen. «Zo antwoordt een moderne samenleving op een grote ramp», kondigde president Correa tijdens een toespraak op televisie. «Op deze manier draagt iedere Ecuadoraan binnen zijn mogelijkheden bij aan het herstel van ons land.»

Correa raamt de kosten van de heropbouw van de getroffen gebieden op ongeveer 3 miljard dollar (2,6 miljard euro). De Europese Unie maakte eerder al bekend 1 miljoen euro vrij te maken, net zoals de Wereldbank en Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank die 600 miljoen dollar (530 miljoen euro) schenken aan het land.

De aardbeving in het Zuid-Amerikaanse land heeft 570 levens geëist, waarvan 526 intussen zijn geïdentificeerd. Minstens 7.015 mensen raakten gewond. Er zijn nog steeds 163 mensen vermist. Zeker 23.500 mensen werden ondertussen ondergebracht in noodopvanginitiatieven. Er heerst ook een groot tekort aan drinkwater en elektriciteit is er nauwelijks.

Foto AFP / J. Cevallos