Uitspraken Jambon blijven nazinderen

Vice-Prime Minister and Interior Minister Jan Jambon pictured during a session of the temporary chamber commission for Counter-terrorism, at the federal parliament, in Brussels, Tuesday 29 March 2016. The commission is discussing extra measures to fight terrorism. BELGA PHOTO NICOLAS MAETERLINCK

Er loopt bij het Brusselse parket geen enkel dossier over mensen die de aanslagen van 22 maart zouden gevierd hebben. Het parket reageert daarmee op de uitspraken van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA).

De minister stelde dat «een significant deel van de moslimgemeenschap danste naar aanleiding van de aanslagen».



De avond van de aanslagen zelf zijn in Neder-over-Heembeek wel zes mensen opgepakt die op straat stonden, maar er was geen enkele aanwijzing dat zij de aanslagen wilden vieren. Het dossier tegen hen is dan ook geseponeerd, zegt parketwoordvoerster Ine Van Wymersch. Het blijkt dus onduidelijk waarop minister Jambon (foto) zijn uitspraken baseert.

Dat de oppositie bij de uitspraken steigert, zal niet verbazen, maar ook vanuit de meerderheidspartijen komt heel wat kritiek. Zo liet Alexander De Croo (Open Vld) verstaan dat «men moet opletten met dit soort veralgemeningen» en zei CDV-vicepremier Kris Peeters dat het «niet wijs is om het debat te polariseren».

«Debat bevorderen»

Ondertussen nuanceert Jambon zijn uitspraken. «Ik heb geen uitspraken over dansen. Ik heb uitspraken gedaan over feiten die mij meegedeeld zijn in de nationale veiligheidsraad. In een democratie is het goed m feiten bij naam te noemen omdat dit het debat bevordert», krabbelt de minister terug. Dat hij nu in het oog van de storm staat, laat hij ook niet aan zijn hart komen. «Er zijn weinig uitspraken waar mensen in onze democratie geen kritiek op hebben.»