Steeds meer hulpdieren op Amerikaanse vluchten

Van kalkoenen tot varkens en kleine paarden … In de Verenigde Staten zijn deze dieren steeds vaker te zien op vluchten. Een achterpoortje in de Amerikaanse wet maakt het meenemen van dieren op het vliegtuig immers bijzonder eenvoudig. The Hollywood Reporter nam het fenomeen onder de loep.

De Air Carrier Access Act kwam er in 1986 in de Verenigde Staten voor blinde mensen zodat zij hun geleidehond konden meenemen op het vliegtuig. Dertig jaar later is de definitie van een hulpdier serieus uitgebreid. Zo zijn kapucijnaapjes, dwergpaarden, kalkoenen, varkens … vandaag de dag ook in staat om mensen te begeleiden.



Het enige dat een Amerikaan nodig heeft om zijn trouwe huisdier mee in de lucht te nemen is een doktersbriefje, een dier dat op de schoot of in een rij past en een registratie voor dat beestje. Die inschrijving kost slechts 69,95 dollar (62 euro) en kan online.

Het achterpoortje in de wet wordt steeds vaker gebruikt. Zo steeg het aantal registratie van hulpdieren van 2.400 in 2011 naar het tienvoudige in 2015. Vooral de vlucht tussen New York en Los Angeles, die populair is onder filmsterren en CEO’s, krijgt vaak te maken met beestjes. Zo vaak zelfs dat het voor de crew bijna een gewoonte is.

“Ik kijk zelfs niet meer op wanneer een agent me zegt dat er drie hulpdieren aan boord zijn. Ik bid dan vooral dat ze niet te groot zijn en dat het een hond betreft in plaats van een geit”, getuigt Heather Poole, een stewardess bij een grote Amerikaanse luchtvaartmaatschappij, aan The Hollywood Reporter.

De aanwezigheid van de dieren zorgt zelden voor oproer. “Ik heb nooit meegemaakt dat iemand razend wordt vanwege de dieren, al weigeren sommige patiënten om ernaast te zitten”, aldus Poole.

De vrouw staaft het fenomeen ook met een opmerkelijk verhaal. “Ik zag de acteur die Superman speelt, Henry Cavill, op de luchthaven met zijn hulphond. Dat was een beetje teleurstellend, hij is toch Superman”, besluit Poole.

Foto: Twitter / @moeshamitchel