Voorgeproefd – Import

Ontdek een voorpublicatie van ‘Import’

Had Duffel op het internet dezelfde site geraadpleegd als Achilles en ook een noodairco in elkaar geknutseld? Van In had de indruk dat het in het kantoor van de baas veel koeler was dan in de rest van het gebouw.

‘Goedemorgen Pieter, goedemorgen Guido. Ga zitten. Wat kan ik jullie aanbieden?’



Er zat al iemand, een man van een jaar of vijfendertig met een getaande huid in een modieus pak met glimmende zwarte schoenen, een jongere versie van wijlen Omar Sharif.

‘Mag ik jullie Hakim voorstellen?’

De jongere versie van Omar Sharif glimlachte minzaam, stond op en stak zijn hand uit. Hij had lange, slanke vingers, perfect gemanicuurde nagels, verspreidde een zachte muskusgeur. Hij was ontegenzeggelijk het type man voor wie vrouwen in lange rijen stonden aan te schuiven en ongetwijfeld de natte droom van menige homo. Versavel vormde geen uitzondering, hij kon op het nippertje verhinderen dat zijn mond openviel.

‘Hakim werkt voor de ESSE en ik hoef jullie niet uit te leggen wat de ESSE is.’

‘Nee’, zei Van In.

ESSE was de afkorting van zowel European Secret Service als van Service Secret Européen. De dienst was nog niet bekend bij het grote publiek omdat een geheime dienst nu eenmaal niet graag in de kijker loopt en deze meer bepaald nog te weinig gepresteerd had om enige bekendheid te genieten.

De geheime dienst was vijf jaar geleden opgericht op verzoek van de Duitse bondskanselier en de Franse president met het doel de veiligheid van het Europese territorium te garanderen en iedere poging tot destabilisatie van de gemeenschap te verhinderen. De ESSE had agenten in vaste

dienst, maar deed soms ook een beroep op de gewone politie als dat opportuun was. Van In en Versavel hadden een paar jaar geleden voor de ESSE gewerkt en geholpen bij de opsporing van een overloper, een opdracht die ze met glans hadden volbracht, wat hun heel wat prestige had opgeleverd bij de top van de internationale geheime dienst. De conclusie lag voor de hand: de aanwezigheid van Hakim had iets te maken met de drenkeling.

‘Michiel Claes was een notoire internationale wapenhandelaar die we al een tijdje in de gaten hielden’, zei Hakim.

Hij had een zachte, sonore stem en zijn Nederlands klonk beter dan dat van de meeste Waalse ministers. Zijn droge, stevige handdruk en de rust die van hem afstraalde boezemden

onmiddellijk vertrouwen in, Versavel had hem zelfs zijn vertrouwen geschonken als het anders was geweest. Hij kon zijn ogen gewoon niet van hem afhouden. Welwel, dacht Van In, die merkte wat er aan het gebeuren was.

‘Hakim is hier om uit te zoeken hoe en waarom Michiel Claes gestorven is’, zei Duffel. ‘En de directeur van de ESSE heeft mij officieel gevraagd of wij hem daarbij kunnen helpen.’

‘Wij?’

‘Jullie.’

‘Fijn’, zuchtte Van In. ‘Ik dacht even dat we met u op pad moesten.’

Duffel mocht een begenadigd manager zijn met de juiste instelling om een politiekorps te leiden, hij had geen kaas gegeten van het veldwerk omdat hij ervan overtuigd was dat hij misdaden vanachter zijn computer kon oplossen.

‘Het is je vergeven, Pieter. Ik zorg er ondertussen voor dat je over de nodige middelen kunt beschikken om de moordenaar van Michiel Claes op te sporen.’

‘Weten jullie nu al zeker dat hij vermoord is?’

‘Volgens Hakim kan zijn dood op geen enkele andere manier verklaard worden.’

‘Wie ben ik om Hakim tegen te spreken, laten we hopen dat het rapport van Zlot ons meer duidelijkheid verschaft.’

Van In hield zich op de vlakte, de exotische agent van de ESSE mocht er betrouwbaar uitzien, het was nog af te wachten hoe efficiënt hij was en in hoeverre hij de baas zou willen spelen. Daarom gaf hij hem het voordeel van de twijfel.

‘Een vraag, commissaris. Heeft de man die het lijk van Michiel heeft aangetroffen u behalve de Breitling en de ring nog iets anders overhandigd?’

‘Nee.’

‘Geen portefeuille?’

‘Nee, geen portefeuille.’

Het kostte Van In moeite om niet te snauwen, niemand merkte dat hij zich aan het opwinden was, behalve Versavel.

‘Dan stel ik voor dat we de eerlijke vinder nog eens een bezoekje brengen’, zei Hakim zonder een spier te vertrekken.‘Kunt u dat voor me regelen?’

‘Het is een halfuurtje rijden met de auto. Zal ik hem bellen en zeggen dat we eraan komen?’

‘Zo snel hoeft ook weer niet. Neem rustig de tijd, ik moet eerst nog een paar zaken afhandelen voor we kunnen vertrekken.’

Your wish is my command, wilde Van In zeggen, hij zweeg. De goede indruk die de kloon van Omar Sharif had gemaakt dreigde te veranderen in een gevoel van onbehagen. Als Hakim een bleekscheet was geweest, had hij hem duidelijk gemaakt dat hij niet van plan was om met iemand

samen te werken die hem als een loopjongen behandelde, maar met een gekleurde medemens was voorzichtigheid geboden. Tegenwoordig was één scheef woord voldoende om een klacht wegens discriminatie aan je broek te krijgen.

‘Laat me weten wanneer je klaar bent’, zei hij zeemzoet. ‘We wachten wel.’

 

Pieter Aspe, Import

voorgeproefd_FACEBOOK_Import