Voorgeproefd – Blow-Up

Ontdek een voorpublicatie van ‘Blow-Up’

‘Fuck! Wat was dat?!’

Geschokt graaide Saskia naar haar verrekijker en trachtte hem te richten naar waar het geluid vandaan kwam. Ze runde haar eigen drukkerij en tijdens het weekend was ze, na een hectische week, amateurfotografe. Zo ging ze vaak op pad met haar vriend Ruben wanneer het donker was. Ze hielden allebei van de onbetaalbare stilte van de nacht.



Saskia zag het gedempte licht van de koplampen van een auto.

Op het moment van de aanrijding zat ze met Ruben in een uitkijkpost van de oude watertoren van Natuurpunt Gent in de Mahatma Gandhistraat, zo’n tweehonderd meter verderop. Er was in de regio melding gemaakt van een vos met kleintjes, en daar zaten ze op te wachten toen ze opgeschrikt werden door het remgeluid en de knal die daarop volgde.

‘Wat is het? Zie je iets? Laat zien!’ zei Ruben terwijl hij probeerde mee te kijken en ongeduldig aan haar mouw trok.

Saskia schudde zich geïrriteerd los. ‘Hou op! Wacht! Laat me kijken!’

‘Maar wat zie je? Wat is er gebeurd, Sas?’

Saskia zweeg en keek aandachtig door de verrekijker.

‘Zwijg nu even, Ruben! Ik probeer af te stellen want het is donker, en dan die striemende regen!’

Het bleef enkele seconden stil. Saskia draaide verwoed aan de instellingen van de verrekijker en probeerde een nog scherper beeld te krijgen.

Ruben bleef haar paniekerig aankijken.

‘Zeg mij dan toch wat je ziet!’ riep hij.

‘Wacht, Ruben… wacht… ik zie iemand.’

De chauffeur stapte uit en liet het portier openstaan. Een rijzige man. Op het eerste gezicht een veertiger. Zijn schoenen verdwenen in de plassen. Saskia trachtte zijn gezicht beter te zien, maar het was te donker. Ze zag hem alleen maar vaag.

De man wankelde naar het lichaam dat in de berm lag. Saskia kneep haar ogen tot nog kleinere spleetjes en beet op haar onderlip. ‘Hij is dronken.’

‘Wat?’

‘Wacht, Ruben, shit…’ stamelde ze nog steeds geschrokken.

De man bukte zich.

Saskia richtte de verrekijker op het lichaam in de berm.

‘Daar ligt iemand’, zei ze.

Het was iemand met lang haar, het kleefde tegen haar wang, een vrouw of een jong meisje. Ze lag op haar rug in een plas in de berm, armen en benen gespreid. Saskia kon nu kijken door de dichtste stand van de verrekijker. Het meisje bloedde hevig aan haar linkerslaap. Saskia richtte weer op de man. Hij bleef een moment naar het roerloze lichaam staren. Ineens bewoog hij zijn hoofd naar achteren. Een schrikbeweging, dacht Saskia. Toen keek hij weer naar het meisje. Saskia deed hetzelfde. Het meisje staarde de man aan. Haar lippen gingen traag van elkaar. Saskia dacht dat ze iets stamelde, waarschijnlijk smeekte ze om hulp. Ze spande haar halsspieren en trachtte haar hoofd op te richten, maar dat lukte niet. Met haar ogen wijd open zei ze opnieuw iets… waarschijnlijk ‘h-e-l-p’ of ‘p-i-j-n’.

De man stond op en keek haastig in het rond. Hij wreef de regen uit zijn gezicht en liep kort en nerveus van links naar rechts, als iemand die de weg zoekt en niet weet welke kant hij op moet. Even leek hij zijn evenwicht te verliezen. Hij bleef maar dralen. Hij wreef met een hand over zijn

kruis. Had hij pijn, of wat was er aan de hand? Er was niemand anders te bespeuren. Hij keek naar het gewonde meisje, toen weer naar links, achter hem, naar rechts. Weer wreef hij over zijn kruis. Fuck! Hij masseerde zijn kruis! Toen ging hij met een hand in zijn zak en nam er iets uit. Saskia focuste. Een doek? Een zakdoek? Ja, een witte zakdoek.

‘Verdomme, ik snap er niets van. Wat treuzelt hij nu?! Hij moet de hulpdiensten bellen!’ riep Saskia.

Ruben probeerde de verrekijker uit Saskia’s handen te trekken. ‘Laat me kijken! Wat gebeurt er allemaal? Is er iemand gewond?’

Saskia liet de verrekijker zakken, legde hem naast zich op de houten vloer van de hut en keek snel in het rond. Haar fototoestel lag twee meter bij Rubens voeten vandaan.

‘Snel, mijn fototoestel! Nu, Ruben, geef op! En jij… neem je mobiel en filmen. Filmen, Ruben!’

Ruben griste haar Canon van de vloer en stopte haar het toestel toe. Ze nam het van hem over en legde in een geroutineerde beweging de lus over haar hoofd. Ze richtte het toestel en beet Ruben toe: ‘In mijn tas, de lens… die daar, Ruben!’

‘Je zei dat ik moest filmen’, antwoordde Ruben over zijn toeren. Hij liep rood aan en hapte naar adem.

‘Geef me de lens… snel!’ Ze wees hem nog eens de lens aan. ‘Die daar.’

‘Eh, welke?’ Ruben schoof haar de fototas toe. ‘Hier, pak zelf maar.’

Saskia zocht gehaast in de tas en grabbelde er een lens uit. Ze schroefde ze met bevende hand op het fototoestel en begon foto’s te maken.

Ruben pakte met trillende vingers zijn mobiel en begon te filmen.

‘Het is al donker, er zal niet veel…’

‘Verdomme, Ruben, filmen! Dat zien we daarna wel!’

Saskia nam een hele reeks foto’s na elkaar. Wat zich afspeelde, tartte alle verbeelding.

Belinda Aebi, Blow-up

voorgeproefd_FACEBOOK_blowup