Militairen mogen patrouilleren en controleren

Policemen search passengers at the entrance of the De Brouckere metro station, on March 24, 2016 in Brussels, two days after a triple bomb attack, which responsibility was claimed by the Islamic State group, hit Brussels' airport and the Maelbeek - Maalbeek subway station, killing 31 people and wounding 300 others. A grieving Belgium hunted two fugitive suspects after bombings that struck at the very heart of Europe, as security authorities faced mounting criticism over the country's worst-ever attacks. / AFP / PHILIPPE HUGUEN

De militairen die ingezet worden voor bewakingsopdrachten, mogen voortaan ook patrouilleren en rugzakken controleren. Dat kan wel enkel samen met politieagenten. Na de aanslagen in Brussel en Zaventem is het aantal ingezette militairen verhoogd tot een duizendtal.

Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) gaf vanmorgen toelichting bij het nieuws op de Franstalige zender Bel-RTL. De beslissing om militairen meer taken te geven is woensdag genomen door de Nationale Veiligheidsraad en gisteren in werking getreden. Op dat moment was nog dreigingsniveau 4 van kracht, maar de maatregel blijft gelden onder niveau 3.

De militairen mogen patrouilleren en indien nodig bagage en rugzakken controleren. Dat zal gebeuren onder direct commando van politieagenten, die ook fysiek aanwezig moeten zijn in de nabije omgeving van de militairen. Tot nog toe voerden de militairen enkel “statische” opdrachten uit, bewakingsopdrachten waarbij ze zich niet verplaatsen.

Na de aanslagen van dinsdag is het aantal ingezette militairen verhoogd van 740 naar ruim 1.000. Het is de bedoeling om in de komende dagen en weken dat aantal opnieuw af te bouwen naar 740. Volgens Vandeput is de extra inzet van militairen “een organisatorische uitdaging die weegt op het leger”.

“IS bestrijden waar ze zich bevinden”

Vanaf juli zijn er opnieuw Belgische F-16’s actief boven Irak in de strijd tegen IS. De aanslagen In Brussel zullen ongetwijfeld in de komende dagen en weken het debat aanwakkeren over de vraag of ons land ook in Syrië de terreurbeweging moet bombarderen.

Vandeput hield zich daarover tot nog toe op de vlakte. Nu zegt hij duidelijk dat hij voorstander is. “We bekijken dat binnen de regering. Maar mijn persoonlijke mening is dat we Daesh (hij gebruikt de Arabische benaming voor IS, red.) moeten bestrijden waar ze zich bevinden, hier en elders.”

Noodtoestand

Vandeput pleit tot slot voor de creatie van een noodtoestand, zoals die in Frankrijk werd afgekondigd na de aanslagen van november in Parijs en waardoor er meteen strenge antiterreurmaatregelen van kracht werden. In ons land bestaat geen gelijkaardig concept. “Het zou de zaken sneller doen verlopen, men kan dan onmiddellijk de nodige maatregelen nemen”, zegt Vandeput.