Matrozen van VS zijn te dik

De Amerikaanse marine past de regels aan voor het vetpercentage van militairen, omdat te veel matrozen herhaaldelijk niet slaagden voor de toelatingsproef. Daarnaast zijn er in de huidige manier van oorlogsvoering heel wat functies, waarvoor het niet uitmaakt hoeveel een militair precies weegt.

Duizenden Amerikaanse matrozen die eigenlijk te dik zijn, krijgen een tweede kans dankzij de aangepaste vereisten voor het percentage lichaamsvet. Zo mogen mannen tussen 17 en 39 jaar voortaan 26% vet hebben (voordien 22%). Dat percentage mag voor vrouwen in dezelfde leeftijdscategorie 36% bedragen, tegenover 33% voordien.

Ruim 34.000 militairen, 10% van het personeelsbestand, faalden sinds 2011 minstens één keer bij de fysieke testen, meestal door een te hoog vetpercentage. Zo moesten in 2014 maar liefst 1.536 matrozen het leger verlaten omdat ze te zwaar waren, tegenover 694 in 2011. «We ontslaan meer mensen uit de marine omdat hun vetpercentage te hoog is, dan vanwege druggebruik», klinkt het. De vereisten worden daarom aangepast aan de realiteit. «Mensen zijn groter dan vroeger, zonder daarom noodzakelijkerwijs ook dikker te zijn.»

Bovendien is er steeds meer nood aan militairen die drones kunnen besturen of verstand hebben van digitale oorlogsvoering. «Werk waarvoor het niet uitmaakt wat je vetpercentage is», zegt voormalig officier James Joyner. «De enige reden dat dit er nog steeds toe doet, is dat de militaire cultuur overgewicht veracht.»

Foto AFP / R. Beck