Voorgeproefd – Witte Warmte

Victor bedacht dat het leven soms raar in elkaar zit. Het ene moment loopt het zoals het loopt, zonder grote verrassingen, precies zoals je het wil. Alles kabbelt rustig verder en je geniet ervan hoe het leven zich om je heen schikt, maar voor je het weet kom je in een andere fase in je leven terecht, waarin vrij onver­wachts allerlei belangrijke zaken bijna tegelijk gebeuren, terwijl je daar helemaal niet om gevraagd hebt. In zijn geval was hij weliswaar zeer blij met de stroomversnelling waar zijn bedrijf in terechtgekomen was – dat had hij zelf in de hand gewerkt – maar de relatie zo opeens van zijn enige dochter kwam als een ongeleid projectiel zijn leven binnen. Victor wist inmiddels dat het geen zin had te proberen te begrijpen waarom dat soort situ­aties zich ineens tegelijk voordeden, maar hij wilde er wel alles aan doen om het weer onder controle te krijgen. Dat was nu eenmaal wat hij deed: de zaken naar zijn hand zetten. Willens nillens. Met of zonder geheimen.

‘Sorry voor ons vorige gesprek. Ik wil het goedmaken’, sms’te hij naar Eline.



Het duurde een tijdje, alsof Eline hem zo even wilde straffen, maar toen antwoordde ze vastberaden en beknopt: ‘Oké.’

Hij moest de relatie met Eline opnieuw goed krijgen en besloot haar ’s avonds op haar kot op te zoeken, ook al had hij daar helemaal geen tijd voor.

‘Ik kom vanavond even bij je langs. Rond 20 uur, oké?’

‘Oké’, antwoordde ze opnieuw. Zo kort was ze nog nooit geweest.

De sneeuw was blijven vallen en alles was wit geworden. Victor vond het geweldig mooi, het was alsof de huisstijl van zijn bedrijf zich uitspreidde over de hele stad, ja zelfs het hele land. Zelfs het donker was wit geworden. Als gevolg van de sneeuwval was het verkeer in eerste instantie gaan vertragen in files, totdat het zich­zelf opgelost had en gaandeweg verdwenen was. Iedereen vond dat het beter was te genieten van het thuiswerken, nu het land­schap herschapen was in één groot wit blinkend tapijt. Kaarsen werden aangestoken, wijn werd op tafel gezet, en de tv-zenders besloten oude films van Louis de Funès en Bourvil uit te zenden.

Victor vond het geweldig om met een snelheid van twintig kilometer per uur door de lege straten van Leuven te rijden. De wereld had een pauze ingelast. En dat deed deugd. De sneeuw was zo dik geworden dat zijn banden hem niet deden verdwij­nen, maar platdrukten en weer andere witte sporen achterlieten. Hij moest denken aan de eskimo’s, die meerdere woorden voor sneeuw kennen, omdat ze er middenin wonen, dag in dag uit, jaar in jaar uit. Dat het je omgeving was die bepaalt welke woor­den je kent, maar ook welke woorden je niet kent. Dat laatste ontdekte je dan in de vakantie, als je andere oorden opzocht.

Hij parkeerde zijn wagen en belde aan: lang-lang-lang. Het duurde even voordat Eline kwam opendoen.

‘Dag papa.’

‘Dag Eline.’

‘Welkom op mijn kot’, zei Eline.

‘Ja, je hebt gelijk. Het is te lang geleden dat ik je hier een be­zoekje bracht.’

‘Dat zei ik toch niet.’

‘Ja, nee, sorry.’

Victor had zich vanavond voorgenomen eens goed te luiste­ren naar zijn dochter, ook als hij het niet interessant vond of het er zelfs niet mee eens was wat ze zou zeggen.

Hij volgde Eline op de trap naar de derde verdieping. Groot was zijn verwondering toen hij in haar kamer kwam en zag dat ze zich voorbereid had op zijn komst. Er stonden twee glazen klaar, een kommetje nootjes en een kaars. Ze nam een lucifer en deed de kaars aan.

‘Een biertje?’ vroeg ze.

Hij moest zich inhouden om haar te vragen of ze nu al bier dronk.

‘Ja, graag.’

‘Het is Stella.’

‘Super.’

Ze schonk een glas bier in en nam zelf een glas water.

‘Ik zie dat je drie boeken op je nachtkastje hebt liggen?’

‘Ja, van de bibliotheek. Ik lees graag zoals je weet. Ik schrijf ook zelf al een tijdje verhalen.’

‘Serieus? Dat wist ik niet.’

‘Je kan niet alles weten, hè vader.’

‘Vader’ klonk ineens zo anders dan ‘papa’. Hij hield zich opnieuw in.

‘Wat schrijf je dan zoal?’

‘Ik schreef laatst een literair sprookje.’

‘Een literair sprookje? Waar gaat het over?’

‘Ben je geïnteresseerd?’

De vraag op zich kwam hard aan. Alsof hij niet geïnteresseerd was in haar. Opnieuw zei hij niet wat hij echt wilde zeggen.

‘Ja, natuurlijk ben ik geïnteresseerd.’

‘Wel, het is een sprookje, zowel voor kinderen als voor volwas­senen. Het gaat erover dat wij mensen de wereld van de dieren kapot aan het maken zijn en op die manier, zonder dat we dat zelf doorhebben, onze eigen wereld.’

Haar naïviteit trof hem.

 

Witte warmte, Dimitri Casteleyn

 

voorgeproefd_FACEBOOK_WitteWarmte