Uitgehongerde Syriërs in belegerde dorpen

Inwoners van de Syrische stad Madaya sterven van de honger als gevolg van het regeringsleger en de rebellen die al maandenlang de verschillende dorpen omsingelen. Het Rode Kruis trekt aan de alarmbel.

Naar schatting leven in totaal 400.000 Syriërs onder de belegering van troepen die trouw blijven aan president al-Assad. In drie dorpen en steden is de situatie zo ernstig dat mensen er hun eigen huisdieren en gras moeten eten om in leven te blijven. Zoals in Madaya, een stad op zo’n 25 kilometer van de hoofdstad Damascus waar ongeveer 40.000 mensen leven, voornamelijk tegenstanders van het regime van al-Assad. Regeringstroepen belegeren sinds juli de stad, maar sinds oktober laat het leger geen hulpgoederen meer door.



«Mensen hadden sowieso al geen basismiddelen meer. Nu is de situatie nog schrijnender en maakt de winter alles nog erger», meldt het Rode Kruis. Zo’n 1.200 inwoners zijn chronisch ziek, 300 kinderen zijn ernstig ondervoed. De voorbije weken zouden zo al tien mensen van de honger gestorven zijn. Dertien anderen werden door het leger doodgeschoten toen ze probeerden weg te vluchten op zoek naar voedsel. Het uithongeren van steden als Madaya is een oorlogstactiek die al-Assad eerder al toepaste in 2013 in Yarmouk, een Palestijns vluchtelingenkamp in Syrië. Tweehonderd mensen kwamen toen om van de honger.

Gisteren heeft het regime in Damascus aan de Verenigde Naties de toestemming gegeven om humanitaire hulp te bieden aan de steden Madaya, Kafarya en Al Fu’ah.

Foto Twitter / @MiddleEastEye