Regisseur Jia Zhang-ke: “Geld beïnvloedt onze persoonlijke keuzes”

Jia Zhang-ke heeft op zijn 45ste al een carrière van 20 jaar achter de rug. Daarmee is hij een van de productiefste regisseurs van het hedendaagse China. En meteen ook een van de meest kritische, als het gaat over de sociale realiteit in zijn land. Van het sociodrama ‘Still Life’tot de bitse thriller ‘A Touch of Sin’ en verscheurend melodrama. Zoals dit nieuwe opus, waarin de filmmaker ons de keerzijde van “het Chinese economische wonder” toont… 

Een van de hoofdthema’s in ‘Mountains May Depart’ is ballingschap. De film begint in je geboortedorp Fenyang en eindigt in Australië. Waarom?

Jia Zhang-Ke: “Met deze film wil ik het hebben over hoe relaties tussen mensen veranderen met de tijd en hoe ze beïnvloed worden door de economie. Chinezen wonen traditiegetrouw nooit ver van hun ouders of grootouders. Ze blijven in de buurt om hen te kunnen helpen in de laatste etappes van hun leven. Maar dat is aan het veranderen. Door de economische groei geloven mensen in een betere toekomst en migreren ze massaal naar andere steden, provincies en landen. Ik wil de gevolgen van die migratie op liefde en menselijke relaties onder de loep nemen.”

Geld is een ander belangrijk thema. De vader noemt zijn zoon zelfs ‘Dollar’.

“Naast migratie heb ik het in deze film ook over de enorme impact van massaconsumptie en het waardesysteem dat ermee gepaard gaat op de keuzes van mensen in hun privé- en gevoelsleven. Ik wil mensen doen nadenken en tonen dat er alternatieven bestaan. Als iedereen keuzes maakte op basis van geld, dan zou dat catastrofale gevolgen hebben voor onze sociale relaties, zoals je ziet in het derde hoofdstuk van de film. Tao heeft de relatie met haar zoon opgeofferd zodat die bij zijn vader kan wonen, want die heeft meer geld. Ze denkt dat hij beter voor hem kan zorgen. Die reflex om te denken dat de beste keuze altijd die voor het meeste geld is, stel ik aan de kaak.”

In bijna al je films ben je vrij kritisch over de recente economische groei van China. Vind je dat dan een slechte zaak?

“Ik denk niet dat er zoiets bestaat als absoluut goed of absoluut slecht. Het is altijd een beetje van beide. Natuurlijk heeft die groei ook een positieve kant. Meer middelen, een hogere levensstandaard, grote welvaart in sommige delen van het land… Maar die groei heeft tegelijk ook een impact op heel wat aspecten van het menselijke leven. En niet alleen in China. In Shanghai krijg je een heel ander China te zien dan in Fenyang of in andere plaatsen op het platteland. Met mijn films wil ik een ander standpunt tonen, zodat de mensen zien dat er ook alternatieve opties en waardesystemen zijn.”

Is je film een allegorie op het hedendaagse China? Zhang de businessman en Liang de arme mijnwerker lijken de twee gezichten van het land te vertegenwoordigen.

“Toen ik het scenario schreef en de film draaide, dacht ik niet echt aan metaforen en allegorieën. Voor mij gaat de film over de evolutie van gevoelens en menselijke relaties. Natuurlijk hebben de personages een sociale rang en ik begrijp dat ze zo kunnen geïnterpreteerd worden, maar dat was niet mijn bedoeling.”

Je vorige film, ‘A Touch of Sin’, is nog altijd niet verschenen in China. Hoe staat het daarmee?

“‘A Touch of Sin’ is inderdaad niet gereleaset, ook al is hij twee jaar geleden na zijn selectie voor Cannes goedgekeurd. Ik onderhandel nog altijd met de overheid om hem uit te brengen in China. Als ik niet aandring, krijgt niemand hem te zien. Als regisseur moet ik mijn film verdedigen. Ook mijn nieuwe film werd al vóór Cannes goedgekeurd door de overheid, maar er zijn altijd complicaties. Tot op het laatste moment weet je nooit wat er kan gebeuren. Ik duim!”

Elli Mastorou