Groen: «Pendelaars moeten altijd op de trein kunnen rekenen»

20130627 - LIEGE, BELGIUM: Illustration picture shows the Liege Guillemins train station during a 24 hour strike of Infrabel employees, organised by union ACOD Spoor / CGSP Cheminots, Thursday 27 June 2013, in Liege. BELGA PHOTO NICOLAS LAMBERT

Exact een jaar geleden trad het nieuwe vervoersplan van NMBS in werking. Het duurde niet lang, of de spoorwegmaatschappij kreeg bakken kritiek te verwerken. Ecolo en Groen denken nu al na over het vervoersplan 2018 en willen tegen dan alle foutjes wegwerken. 

Een eerste punt op de agenda zijn de lange reistijden. “Het mechanisme om de reistijd te verlengen wordt al een tiental jaar toegepast om de officiële stiptheidscijfers te verbeteren”, kaart Stefaan Van Hecke, Kamerlid voor Groen, aan bij Metro. “Maar tegen welke prijs?” Om in te spelen op mogelijke vertragingen, worden rittijden gestretcht en buffers voorzien. “Maar de buffers in ons land liggen veel hoger dan in onze buurlanden. Wie van Brussel naar Luxemburg spoort, krijgt maar liefst 25 minuten buffer cadeau, terwijl experts schatten dat 4 à 7 minuten moeten volstaan. Niet moeilijk dat onze commerciële snelheid vandaag de dag slechter is dan in 1984.” Betere buffers en snellere vertrekprocedures van treinen kunnen hier een oplossing bieden, klinkt het.

Meer treinen en alternatieve routes

Daarnaast pleiten de Groenen voor meer treinen per uur, indien mogelijk elk halfuur of zelfs elk kwartier. “Om materiaaltekort te vermijden, is het van levensbelang om de capaciteit te behouden en te investeren in nieuwe apparatuur. Tegelijkertijd moeten voldoende zitplaatsen voorzien worden tijdens de piekuren.”

Omdat de NMBS zich steeds meer concentreert op het aanbod tijdens de piekuren, worden de eerste ochtend- en laatste avondtreinen verwaarloosd, gaat Van Hecke verder. Hij stelt voor dat in de toekomst alle treinen rijden van 6 tot 22 uur, en tussen de grote steden zelfs van 5 uur tot 1 uur ‘s nachts.

Ook alternatieve routes moeten bekeken worden om overbelaste verbindingen te ontzien. Zo moet het mogelijk worden om te sporen van Gent naar Leuven via Mechelen, om zo het drukke kruispunt in Brussel te vermijden.

Lightrail

Groen hamert er tot slot op dat het spoornet in België onderbenut is. “Deze onderbenutte en vaak landelijke lijnen moeten niet geschrapt worden, maar gebruikt voor proefprojecten, zoals lightrail. Deze spoorlijnen maken gebruik van kleinere en lichtere treinstellen, waardoor ze makkelijker kunnen versnellen en remmen, wat deze voertuigen ideaal maakt voor regionale verbindingen.»

Of deze lightrail met of zonder treinbegeleider zal uitgerold worden, laat de partij nog in het midden. “We zijn ervan overtuigd dat de rol van conducteur belangrijk blijft op de grote lijnen.”

Volgens de groenen zal het volgende transportplan uitgedokterd worden vanaf 2016. Ze eisen dat er daarbij voldoende overleg gepleegd wordt met De Lijn, TEC en de MIVB, zodat er een goede aansluiting is tussen de treinen, bussen en trams.

Door Nicolas Naizy