Duiven kunnen kankerweefsel accuraat opsporen op röntgenfoto’s

Racing pigeons wait in their baskets ahead of their mass release in the 'Up North Combine' liberation from the Kilton Forest Show Ground in Worksop, Nottinghamshire on August 15, 2015. A total of around 20,000 birds were released in six sections, dependent on the distance of their lofts from the liberation site, with some birds flying for over 200 miles. AFP PHOTO / OLI SCARFF / AFP / OLI SCARFF

Pathologen en radiologen studeren jarenlang om de nuances van röntgenfoto’s te kunnen interpreteren. Duiven slagen er echter in om na twee weken training kankerweefsel te onderscheiden met een accuraatheid van 99 procent. Dat beweert een studie die recent in het wetenschappelijke journaal Plos One verscheen.

Voor zijn studie verrichte Richard Levenson, professor in pathologie aan de Universiteit van Californië, drie experimenten waaruit blijkt dat duiven een onderscheid kunnen maken tussen gezond weefsel en kankerweefsel. De studie stelt bovendien dat er heel wat gelijkenissen zijn tussen de systemen voor visuele waarneming bij duiven en mensen. Kijken naar hoe duiven beelden verwerken, kan ingenieurs en onderzoekers helpen om beeldvormend medisch onderzoek te innoveren volgens Levenson.

Bij de drie experimenten kregen de duiven steeds twee foto’s voorgeschoteld, eentje met gezond weefsel en in het eerste experiment eentje met kankerweefsel. Als ze de foto met kankerweefsel aanduidden, kregen ze voedsel, bij de gezonde foto niets. In het begin duidden de duiven het kankerweefsel aan met 50 procent accuraatheid (logisch, één op twee), maar na twee weken steeg dit al naar 85 procent. Nieuwe foto’s werden regelmatig toegevoegd om aan te tonen dat de duiven niet de foto’s, wel de structuur van het weefsel, hadden gememoriseerd. Door de resultaten van alle duiven samen te voegen, werden de resultaten 99 procent accuraat.

Het tweede experiment keek naar microscopische verkalkingen, die vaak aanwezig zijn bij borstkanker. De resultaten waren gelijkaardig aan dat van het eerste experiment. Het laatste experiment was het moeilijkste en keek naar knobbels. Twee duiven konden 80 procent van de knobbels herkennen, de andere twee slechts 60 procent. De beestjes slaagden er echter niet om goedaardige en kwaadaardige knobbels te onderscheiden. Zelfs voor mensen is dit een zware taak, aangezien een panel van radiologen slechts in 80 procent van de gevallen een knobbel kan herkennen.

Levenson is echter gefascineerd door de manier waarop duiven naar de wereld kijken. Duiven schrijven misschien geen poëzie, maar doorheen de miljoenen jaren hebben ze vaardigheden ontwikkeld die ze nodig hebben in een gevaarlijke en ingewikkelde wereld. Het verrast met dus niet dat ze ook aan pathologie kunnen doen”, aldus Levenson aan Smithsonian Magazine.