Daniël Ost: “Ik wilde eigenlijk cabaretier worden”

Hoe noem je datgene wat Daniël Ost maakt?’, vraagt de Nederlandse schrijver Cees Nooteboom zich af in het nieuwe boek ‘Meesterschap’ van de bloemenkunstenaar. Zelf beschouwt de Sint-Niklazenaar zich het liefst als bloembinder. Toch past zijn werk perfect in het rijtje van hedendaagse kunstenaars. Kunst of niet, Ost is geliefd bij ons koningshuis en ook de Japanse keizerlijke familie is dol op hem. Deze week kreeg hij nog een onderscheiding in de Order of the Rising Sun, een reden te meer voor een gesprek met de ‘Van Gogh van de bloemsierkunst.’ 

Is dit dikke boek een soort testament, de kers op de taart van je carrière?
“Ik heb een selectie van 404 pagina’s gemaakt uit 9.776 dia’s. Mijn hele carrière erin zetten was onmogelijk. Het is nu al zo zwaar en dik. Het is al mijn veertiende boek, maar deze keer worden er wereldwijd 16.000 exemplaren gedrukt. Dat is ongezien in België. Zowel de Amerikaanse, Duitse als Franse uitgevers hebben hun input mogen geven om het boek samen te stellen. Dat ben ik niet gewend, maar ik ben wel trots op het resultaat.”

Kan je je allereerste boeket herinneren?
“Toen ik amper 3 jaar was, zat mijn grootvader te kaarten met zijn vrienden. Ik was wilde bloemen aan het plukken naast een beerput. Toen ik plots in die put viel, heeft mijn grootvader zaliger mijn leven gered. In die tijd was het echt niet normaal dat de oudste zoon van zes kinderen met bloemen speelde. Mijn vader probeerde me naar de kadettenschool te sturen om het af te leren, maar dat lukte niet. Ik heb uiteindelijk het ouderlijk huis verlaten en ben bij mijn grootmoeder gaan wonen. Omdat je toen in België helaas niet het vak van bloemist kon leren op school, ben ik als leerjongen bij Peter Curfs begonnen.”

En hij heeft zijn kennis cadeau gedaan?
“Een cadeau was het niet. Ik herinner me mijn eerste bruidsboeketje. Om 8 uur ’s avonds moest ik beginnen en ik heb tot 5 uur ‘s ochtends doorgewerkt. Telkens er een draadje van een tiende millimeter verkeerd zat, moest ik mijn handen op tafel leggen zodat hij er met bamboe op kon slaan. Ik voelde me terug op de miliaire school.” (lacht)

Wie heeft je nog geïnspireerd?
“Dankzij hem ben ik naar Nederland gegaan waar ik aan de meesteropleiding ben begonnen. Ik was er de enige Belg. Nadien nam ik deel aan wedstrijden, maar dat was een grote fout. Ik stak al mijn energie in het overtuigen van mijn collega’s, maar niet in mijn klanten. Zo heb ik een aantal jaren van mijn carrière verprutst.”

Wat was de ommekeer?
“Toen ik in 1985 tweede werd op de wereldbeker bloemsierkunst in Detroit, mocht ik dankzij een ballonfabriek Superloon op cursus naar Japan. Zo ben ik in contact gekomen met Noboru Kurisaki, de eigenaar van een privéclub, een ontmoetingsplaats voor de artistieke elite en homoseksuele jetset van Tokio. Hij heeft me de Japanse kant van de bloemsierkunst bijgebracht. Hij sprak de legendarische woorden: ‘Soms kan één bloem meer zeggen dan 10.000 bloemen, je moet enkel het juiste moment kiezen.”

Wilde je altijd al in dit vak terechtkomen?
“Eigenlijk wilde ik cabaretier worden en geen bloemist. Ik keek op naar Wim Kan, Wim Sonneveld en Toon Hermans. Wanneer mijn dochter volgend jaar trouwt, zal ik een mooi nummer van Sonneveld brengen.”

Nu zet je bloemen in de spotlights. Hoe zou je je stijl omschrijven?
“Ik blijf een kind van Vlaanderen en ik kom uit het land van Breughel. Ik geniet er dus nog altijd van om een zeer barok boeket te maken. Maar vergis je niet, ik heb evenveel plezier om met slechts 1 bloem te werken. Maar als je gevraagd wordt voor het huwelijk van Filip en Mathilde, dan kan je niet met één bloemetje afkomen.”

Wat zijn de lievelingsbloemen van onze koninklijke familie?
“Ik heb vorige week nog op RTL gezegd dat ze eens aan koningin Mathilde zouden moeten vragen wat haar lievelingsbloem is. Ik weet het niet. Tijdens de voorbereidingen van het huwelijk was er een discussie tussen koningin Paola en Mathilde. Paola wilde wit en Mathilde wilde rood. Ik weet dus dat rood haar favoriete kleur is, maar verder mocht ik geen vragen stellen.”

Als ze jou op het paleis vragen als bloemenkunstenaar weten ze wel wat ze kunnen verwachten?
“Dat weten ze nooit. (lacht) Dat is mijn handelsmerk. Er is een Daniël Ost die boeken gemaakt heeft voor zichzelf, die geen tegenspraak duldt en alles zelf bepaalt. Maar als ik een huwelijk moet verzorgen, dan moet ik toegevingen doen.”

Krijg je meestal carte blanche?
“Ik heb klanten die me carte blanche geven, maar dat is de minderheid. Natuurlijk is je zin mogen doen altijd fijn. Mijn moeder heeft ooit op tv gezegd: ‘Mijn zoon is een kind gebleven en zal nooit volwassen worden. Ongelukkigerwijs geven de Japanners hem steeds nieuw speelgoed.” (lacht)

Wat is er zo bijzonder aan die Japanse cultuur?
“Westerlingen gebruiken bloemen voor belangrijke momenten in hun leven. Oosterlingen hebben een bloemsierkunst ontwikkeld met religieuze roots. We werken met volumes en het lichaam van een bloem, maar zij hebben het geheim om met de ziel van een bloem te werken. De topmeesters in Japan die kunnen met elkaar communiceren via bloemen, zoals wij een brief naar elkaar zouden schrijven.”

Wat zijn je geliefde kleuren?
“Ik hou van blauwe tinten, maar ook van gecompliceerde kleurcombinaties: paars, blauw en bruintinten.”

Kan je enkele cijfers plakken op je creaties?
“Voor het huwelijk van Filip en Mathilde hebben we 16.000 kilo bloemen gebruikt. Ik heb zelfs een huwelijk verzorgd in Abu Dhabi waarbij ik de hele wereldhandel in bloemen gebruikt heb. Daar heb ik zeven dagen en nachten met 376 bloemisten gewerkt. We spreken dan over een paar honderdduizend bloemen.”

Je hebt twee kinderen, een dochter en een zoon. Ga je je imperium aan je dochter overlaten?
“Daar heeft ze nog een jaar de tijd voor. Ze mag vooral niet proberen mij te imiteren. Het zou trouwens geen zin hebben. Ik heb de eer gehad om in alle grote tempels te exposeren, waar zelfs Japanners niet binnen mogen. Sommige Japanners vroegen zich af waarom ik de gouden tempel mocht decoreren. De paus van de boeddhisten antwoordde: ‘Kan ik er iets aan doen dat ik zijn bloemen mooi vind en dat hij soms meer Japanner is dan de Japanners?’ Mijn dochter moet vooral de techniek onder de knie krijgen en dan haar eigen ding doen. Ze moet Nele Ost blijven. Ze is veel mooier en liever dan ik, heeft zin voor perfectie en een ongelooflijk kleurgevoel.”

Je hebt wel veel opgeofferd voor je passie?
“In mijn boek staat dat ik met de hele wereld in onmin heb geleefd, behalve met mijn bloemen. Ik heb mijn kinderen niet veel gezien en ik begin ze nu pas te leren kennen. Op mijn huwelijk zei de priester tegen mijn vrouw dat ze moest beseffen dat ik eerst en vooral met mijn bloemen getrouwd ben.”

Maar vanaf nu ga je je meer concentreren op tuinen?
“Fysiek is mijn vak enorm zwaar. Toen ik op de terugvlucht zat van mijn laatste trip naar Japan was ik zo oververmoeid dat ik mocht slapen in het bed van de piloot. Tuinen ontwerpen is een medicijn tegen het vergankelijke waar ik nu voortdurend mee bezig ben.”

Wat is de gouden tip van de master himself om bloemen in topvorm te houden?
“Dat verschilt van bloem tot bloem. Zo heb ik een truc om papavers vers te houden, maar die ga ik niet verklappen. De meest verkochte bloem, de roos, is een zelfmoordenaar. Eens die afgesneden is, begint ze fenolen af te scheiden. De truc is om met een vlijmscherp mes een diagonaal oppervlak af te snijden, elke dag het water te verversen en opnieuw aan te snijden. Als je de bloemen mooi wil laten openbloeien moet je gewoon suiker in het water doen en dan gaan ze perfect open.”

Kopen mensen hier in België te weinig bloemen?
“Hier kopen de mensen bloemen om cadeau te doen. Nederlanders kopen bloemen om thuis te zetten. Japanners kopen bloemen om zowel thuis te zetten als weg te geven.”

Dus we moeten onze mentaliteit wat veranderen?
“Wie ben ik om de Belgen te veranderen. (lacht) Hier gooit men dikwijls met bloemen. In Japan behandelen ze bloemen zoals wij omgaan met pralines. De prijzen zijn er dan ook navenant.”

Wat is je grootste zonde?
“Ik durf al eens op café gaan in Sint-Niklaas en ben een groot liefhebber van Belgische bieren.”

Je bent dus een Belgische ambassadeur in hart en nieren?
“Ik denk dat ik Duvel op de kaart heb gezet in Japan.” (lacht)

DanielWie is Daniël Ost?
Daniël Ost (°1955) is afkomstig van Sint-Niklaas, waar hij nog steeds woont en werkt. Omdat hij als kind al gefascineerd was door bloemen, stuurde zijn vader hem naar de militaire school om hem te ‘genezen’ van zijn prille liefde. Maar het kon niet baten. Nadat Ost het vak leerde van de bekende bloembinder Peter Curfs en de finesse van de Japanse levenskunstenaar Noboru Kurisaki, ontpopte hij zich tot één van de meest gerenommeerde bloemenkunstenaars. Hij verzorgde de bloemenpracht tijdens de 40/60 viering van koning Boudewijn, de huwelijken van kroonprins Filip (1999) en prins Laurent (2003). Dankzij zijn fenomenale succes in Japan kreeg hij onlangs een keizerlijke onderscheiding.

Naar aanleiding van het nieuwe boek ‘Meesterschap’ zal Daniël Ost aanwezig zijn voor een signeersessie op zaterdag en zondag in zijn winkel in Sint-Niklaas.