“Vlaams is de taal van de rijken, niet van de straat”

Liefde in Matonge, wapengekletter in Molenbeek. Dit is Brussel zoals je het nog nooit zag op het grote scherm. In ‘Black’ transformeren Adil El Arbi en Bilall Fallah onze hoofdstad in een theater van geweld en romance. Metro ontmoette de twee veelbelovende jonge regisseurs, die met sprekend gemak entertainment en auteurscinema mixen. En ze nemen ook in het echte leven geen blad voor de mond.

Jullie ontmoetten elkaar in de filmschool Sint-Lukas. Waarom besloten jullie samen te werken?

Adil El Arbi: “Simpel: we waren de enige twee Marokkanen op school. We hadden elkaar dus vrij snel in de gaten! (lacht) Het was meteen duidelijk dat we dezelfde smaak en dezelfde dromen hadden op filmvlak. We kwamen er zelfs achter dat we tijdens het ingangsexamen precies hetzelfde hebben gezegd tegen de proffen: Ik wil de Spike Lee van de Belgische cinema worden!”

Bilall Fallah: “Normaal gezien ben je in zo’n situatie wat wantrouwig tegenover de andere. Maar wij hadden gewoon zin om samen te werken. Dat leverde ons af en toe wel problemen op, omdat elke student geacht wordt zijn eigen film te draaien. Wij maakten samen de film die we wilden draaien. En dan nog snel een tweede, zodat de andere toch punten kon krijgen.” (lacht)

Waarom wilden jullie zo graag films maken?

El Arbi: “Ik ben opgegroeid met de films van Steven Spielberg. Tot op het punt dat ik als kleine jongen dacht dat alles in de cinema door dezelfde gast gemaakt was. (lacht) Toen ik ‘Jurassic Park’ voor het eerst zag, was ik meteen gepassioneerd door dino’s. Na ‘Apollo 13’ was ik gefascineerd door de ruimte, en ‘E.T.’ smeerde me een obsessie voor aliens aan. Elke keer kwam mijn interesse uit een film. Daarom heb ik besloten om regisseur te worden.”

Fallah: “Idem. Spielberg, maar ook Indiana Jones, die me goesting gaf om archeoloog te worden. Als regisseur vertel je zelf het verhaal. Da’s de beste job!”

Adil El Arbi, je bent ook een echte ster in Vlaanderen na je overwinning in ‘De Slimste Mens ter Wereld’.

El Arbi: “Ja, echt zot. Anderhalf miljoen kijkers hebben mij gezien! Als ik in Brussel over straat wandel, herkent geen kat mij. Maar in Vlaanderen poseer ik soms voor 150 selfies per dag. Ik was de eerste jonge Noord-Afrikaan die de finale won. Een mooie compensatie voor Bart De Wever dus.(lacht) Eerst wou ik niet meedoen, maar ik heb het uiteindelijk toch gedaan omdat het samenviel met de release van onze eerste film, ‘Image’. Ik dacht, zelfs al verknal ik het grandioos, dan hebben de kijkers tenminste al over mijn film gehoord. En het heeft gewerkt, want de ticketverkoop steeg van 40.000 naar 80.000.”

‘Black’ behandelt dezelfde thema’s als ‘Image’: Brussel, stadsbendes… Is ‘Black’ een vervolg, of was ‘Image’ een opwarmertje?

El Arbi: “We hadden al lang zin om ‘Black’ in een film te gieten. Na onze studies was dit het eerste project dat we wilden draaien. Maar toen we Dirk Bracke contacteerden, de schrijver van het boek, zei hij dat er al een andere filmploeg mee bezig was. We waren echt pissed! We hebben het idee dan maar laten vallen en zijn begonnen aan ‘Image’. Maar tijdens de opnames vertelde onze producer plots dat dat andere project in het water was gevallen en dat wij toch ‘Black’ mochten maken. We zijn een gat in de lucht gesprongen!”

Fallah: “Ik geef toe dat ‘Image’ een stevige opwarmer was. We hebben er veel uit geleerd. Zo hebben we de neiging om korte scènes te draaien. We zijn een beetje ‘speed’. Maar door een scène wat uit te rekken, creëer je een zekere ambiance. We hebben dus geleerd het wat trager aan te doen.”

Wat waren jullie inspiratiebronnen voor deze film?

El Arbi: “‘Cidade de Deus’, de films van Martin Scorsese, de Amerikaanse cinema uit die tijd…”

Wat vertelt ‘Black’ ons over het huidige België?

El Arbi: “Zijn multiculturaliteit. Dat zie je duidelijk aan de acteurs: Belg zijn betekent vandaag niet per se blank zijn! Wat bepaalde mensen ook mogen beweren, dat is de realiteit in België. En het is belangrijk dat die multiculturaliteit ook vertegenwoordigd is in de cinema. Sommigen noemen ons trouwens de Rode Duivels van de Belgische cinema. Da’s geen toeval!”

Fallah: “Na de casting op straat, hebben we een agentschap gelanceerd om die acteurs te vertegenwoordigen (Hakuna Casting). Matthias Schoenaerts steunt ons project trouwens!”

De soundtrack staat ook volledig in het teken van Belgische artiesten. Zoals de knappe cover van ‘Back to Black’ door Oscar and the Wolf.

El Arbi: “Ja, we zijn de laatsten die de rechten hebben gekregen! We hebben de scène getoond aan de vader van Amy Winehouse, en die was akkoord.”

Fallah: “We wisten in het begin niet eens dat Oscar and the Wolf Belgisch was. We hoorden hem toevallig op de radio terwijl we het scenario schreven, en we wilden hem meteen voor onze film. Maar er staan nog meer Belgische artiesten op de soundtrack. Zoals rapper Romano Daking en de band Soul’Art, van onze hoofdrolspeelster Martha.”

De boeken van Dirk Bracke zijn geschreven in het Nederlands, en dat is ook jullie moedertaal. Waarom hebben jullie de film dan toch in het Frans gedraaid?

El Arbi: “Om het realistischer te maken. Ook al zijn sommige van die jongeren vlot tweetalig, onder elkaar praten ze Frans. Vlaams is de taal van de rijken, niet van de straat. Het bewijs: op een dag waren Bilall en ik aan het discussiëren in Molenbeek, en we kregen meteen ‘Flamands!’ naar onze kop geslingerd!”

Zijn jullie al eens uitgemaakt voor ‘vuile Vlaming’?

El Arbi: “Ja, maar da’s een compliment! Ik zeg dan altijd ‘Merci!’” (lacht)

… en ‘vuile Marokkaan’?

El Arbi en Fallah: “Heel vaak…”

Door Elli Mastorou