Arbeid Adelt kiest voor een agressieve en actuele sound

Heren met een vergevorderd stadium van zelfkennis komen enkel naar buiten wanneer ze daadwerkelijk iets te zeggen hebben. Vandaar dat Marcel Vanthilt, Jan Vanroelen en Luc Van Acker meer dan twee decennia van de radar verdwenen als Arbeid Adelt. Nu is er ‘Slik’, een gezonde dosis electrowaanzin die het trio terug naar de kern katapulteert.

Luc Van Acker “Ons ‘plan de travail’ bestond uit een ritmebox, een Moog bass synth (legendarische analoge synthesizer uit de jaren 80, red.), een gitaartje, saxofoons en scherpe teksten. Daaruit ontstonden zo’n vijfentwintig grooves en riffs die Marcel kon gebruiken om zijn teksten over te draperen. We zijn zeer minimalistisch begonnen om alles zo open mogelijk te laten klinken.”

‘Slik’ heeft over heel de lijn wel een bijzondere klank.
Van Acker
: “Klopt en dat is te wijten aan de analoge instrumenten die we gebruikt hebben. Analoge synths en ritmeboxes die meer dan dertig jaar geleden fortuinen kostten, zijn nu terug beschikbaar in een gebruiksvriendelijke versie en daar hebben we ons voordeel mee gedaan.”
Jan Vanroelen: “We spelen in een triobezetting, zeer beperkt dus. Wat we daar aan toevoegen moet voor elk van ons acceptabel zijn en zo ga je terug naar de basis. Een baslijn, een ritmebox en een synthesizer en dat gegeven bepaalt de sound van ‘Slik’. In de begindagen, en dan spreken we over 1981, hadden we bijvoorbeeld een Casio of Korg synth en een Roland ritmebox. Voor de opnames had je een Tascam viersporen recorder en dat was het.”
Marcel Vanthilt: “Tijdens voorbije optredens merkten we dat die basissound nog steeds zeer goed is. We zijn er ooit wat van afgeweken maar de maïzena van wat we doen lag en ligt nog steeds in die eenvoud. En van daaruit had je dan een blauwdruk die tot deze plaat geleid heeft.”
Vanroelen: “We zijn met die basisdemo’s naar producer Arne Van Petegem (werkte al samen met Styrofoam en Willow, red.) gegaan en die heeft er een meer agressieve, actuele sound aan gegeven.”

Een neurotische klank die tegelijkertijd verwart en aantrekt.
Vanroelen
: “Maar dat was het vroeger ook al. Die nerveuze insteek geraak je nooit meer kwijt.»
Vanthilt: «De klank weerspiegelt goed de waanzin waarin de wereld zich momenteel bevindt. Tijdens de jaren 80 dachten we in onze jeugdige collectieve waanzin dat er ergens in Rusland een gestoorde militair op een knop zou drukken die ons nucleair van de kaart zou vegen. We waren naïeve new wavers of postpunkers die zich wentelden in de ‘doom’ van de dag terwijl dat peanuts is wanneer je er de huidige wereldsituatie mee vergelijkt.”

Heel wat muzikanten die ouder worden wentelen zich vaak in een soort retrogevoel dat de sfeer van de begindagen probeert op te roepen. Jullie keren ook wel terug naar de kern maar nergens voel je een nostalgische honger die een bloedarmoede aan nieuwe ideeën maskeert.
Vanroelen
: “Op een bepaald moment in je leven kom je op een punt om je nog eens gewoon lekker te laten gaan. ‘Slik’ is daar een relatief risicoloos voorbeeld van. Materieel gesproken hangt ons bestaan niet meer af van deze plaat en daarom kan je alle registers opentrekken die je nodig acht om over te brengen wat je wil zeggen. Dat is een enorm voordeel.”

Was het terug wat aftasten toen jullie aan ‘Slik’ begonnen te werken?
Vanroelen
: “We zijn al meer dan vijfendertig jaar met elkaar getrouwd, dan heb je niet veel woorden nodig om de draad terug op te pikken. Die affiniteit blijft.”
Van Acker
: “Ik denk aan The Police. Een paar jaar geleden speelden ze nog eens samen op een verjaardagsfeest en die chemie was er meteen. Hetzelfde met Arbeid Adelt maar met het verschil dat we elkaar wel graag zien en we alle drie vinden dat de groep echt van ons is. Iedereen probeert het laken naar zich toe te trekken maar uiteindelijk liggen we lekker met zijn drieën in hetzelfde bed naar dezelfde soundtrack te luisteren.”

Hoe zouden jullie jezelf omschrijven binnen Arbeid Adelt?
Vanroelen
: “Ik ben de discokip, de man van de groove. Marcel de ‘ik-wil-absoluut-overhaast-te-werk-gaan-gast’ en Luc…”
Van Acker: “… de tandartsboor, die optie lag nog open. De stoorzender van dienst.”
Vanthilt: “We aanvaarden het van elkaar dat we een zeer uiteenlopende muzikale smaak hebben met voldoende raakvlakken om te kunnen samenwerken.”
Van Acker: “We hebben allemaal een zeer groot ‘fuck the system’-gehalte. Is het naar rechts? Wel, dan sla ik maar links af. Laat ons maar elk op één been hinkelen.”

Hoe kom je dan uiteindelijk tot een consensus?
Vanthilt: “Niet en dat aanvaarden we ook. Je legt je gewoon bij bepaalde zaken neer. De kunst van het loslaten en voor ‘Slik’ heeft Arne een belangrijke rol gespeeld. Hij nam de stress op zich over hoe het uiteindelijk moest klinken en daar konden wij ons dan weer aan aanpassen.”
Vanroelen
: “En zo blijf je vechten tot er een strijd gevochten is en er zich een nieuwe aandient. Zo blijven we scherp.”

‘Slik’ heeft een sterke urgentiedrang. Alsof ze er in één gulp uitmoest.
Van Acker
: “Dat was ook en zoiets leidt tot een bepaald soort anarchie. Met het voordeel dat het eindresultaat krachtig en in your face klinkt.”
Vanroelen:
“De eerste keer dat ik naar de finale mix luisterde, vond ik het verschrikkelijk. Een week later was ik plots fan en nu kan ik er zeker mee leven.”
Vanthilt
: “Je kan zeggen dat ‘Slik’ een ‘boem-tchak-boem’-plaat is geworden om het even zeer oneerbiedig uit te drukken.”
Vanroelen: “Vroeger leefden we in een soort meer monogenre-samenleving, muzikaal gesproken. Tijdens de jaren 80 was je bijvoorbeeld een new waver of een discokikker of een hardrocker. Nu kent iedereen alles en zijn de grenzen tussen stijlen afgevlakt of verdwenen. Wij moesten daardoor echt beslissen om terug te keren naar een soort eenvoud want anders waren we zeker verloren gelopen.”
Vanthilt: “The sky is the limit, maar wij hebben onze horizon toch enigszins afgeplakt. En tegenwoordig werk je met zeer beperkte budgetten waardoor je scherp blijft en daar ook naar handelt.”

Dirk Fryns

‘Slik’ is uit op Excelsior/V2 en live te zien op woensdag 11 november in de Beursschouwburg in Brussel.