Danny Elfman: “Ik heb veel moeten componeren om beter te worden”

Zijn naam zal je misschien weinig zeggen, maar zijn werk klinkt vast bekend in de oren. De soundtracks van ‘Edward Scissorhands’, ‘Beetlejuice’, ‘Batman’…  allemaal het werk van deze man. Danny Elfman is al dertig jaar de vaste componist van Tim Burton, de meester van de fantasy. Intussen is er een echte broederband ontstaan tussen de twee. De autodidact is momenteel op toer met een reeks filmconcerten. Op 28 november houdt hij ook halt in Brussel.

Door Marie Bruyaux



Wou je altijd al filmmuziek maken?

“Nee, als kind wilde ik kernfysicus worden. Ik heb veel insecten gedood en een heleboel vliegen bestraald. (lacht) Pas in mijn tienerjaren ben ik een filmmuzieknerd geworden. Ik ben met mijn viool naar Parijs getrokken om in het geheim te oefenen. Ik ontmoette er regisseur Jérôme Savary, die me als violist aanwierf in Le Grand Magic Circus.”

Hoe heb je Tim Burton leren kennen?


“Ik speelde in een rockband, Oingo Boingo. Tim kende onze nummers en heeft me in 1985 gecontacteerd om de muziek voor ‘Pee-Wee’s Big Adventure’ te componeren. Ik heb een partituur geschreven en hem de muziek op een cassette gestuurd. Ik dacht dat ik nooit meer iets van hem zou horen, maar toen belde zijn manager om te zeggen dat ik de job had. Mijn eerste antwoord was ‘Nee!’, omdat ik zo bang was om de film te laten floppen. Maar ik heb het uiteindelijk toch gedaan. Ik was in de wolken met het geluid van het orkest dat mijn muziek speelde. Alsof ik heroïne had gespoten.”

Je bent een autodidact, klopt dat?

“In het begin was ik gewoon fan van filmmuziek. Ik schreef zelf niet. Dat heb ik moeten leren. De eerste jaren toerde ik nog met mijn groep, maar ik dwong mezelf minstens twee composities per jaar te schrijven, om te leren. Tim vroeg me eens hoe ik het klaarspeelde om nog zoveel te componeren tussen zijn films. Ik zei hem dat ik wel moest, als ik beter wou worden.”

Waarom ben je gestopt met Oingo Boingo?

“Toen ik de tekst van Jack Skellington schreef voor ‘The Nightmare Before Christmas’ was het net alsof ik over mijn eigen leven vertelde. Ook al was Jack van kop tot teen een creatie van Tim, op emotioneel vlak vertelde ik mijn verhaal. Ik was de koning van mijn eigen wereldje. En dat wou ik niet meer. Ik had nood aan iets anders.”



Vier je liever Kerst of Halloween?


“Elk jaar is Halloween mijn lievelingsperiode. Kerst vind ik extreem deprimerend!”

Heb je veel gemeen met Tim Burton?

“Toen we elkaar leerden kennen, werd snel duidelijk dat we een grote gemene deler hebben. We zijn allebei in Los Angeles geboren en opgegroeid. We gingen elke week naar de cinema en hebben dezelfde horrorfilms gezien, die van Hammer bijvoorbeeld. We leefden allebei in dezelfde horror- en fantasywereld. We spreken dezelfde taal en we waren rare kinderen en we voelden ons anders dan de rest. Ik beschouw hem niet als een vriend, maar als een broer.”

Hoe werken jullie samen?

“Het scenario is meestal niet zo belangrijk. Halverwege de opnames neemt hij me vaak mee op de set en toont hij me enkele scènes. Voor ‘Batman’ had ik bijvoorbeeld maar een paar beelden gezien, maar op de terugweg in het vliegtuig had ik het thema al in m’n hoofd. Voor ‘The Nightmare Before Christmas’ had hij zelfs nog niks concreets. Hij heeft me wat schetsen getoond en het verhaal voorgelezen, alsof ik een kind was. We hebben alles heel snel geschreven. Drie dagen per nummer. En dat terwijl hij nog niet eens een echt script had.”

Begrijpen jullie elkaar na zoveel jaar met een simpele blik?

“Oh nee, met hem weet je nooit wat er gaat gebeuren. Hij is heel onvoorspelbaar. Ik kan nooit eens zeker zeggen ‘Dit gaat hij geweldig vinden’. Soms gaat het vrij makkelijk, maar soms is het een zware bevalling. Voor ‘Big Fish’ draaiden we bijvoorbeeld echt in rondjes. Hij toont me dingen, ik stel ideeën voor. Dan kijk ik naar zijn lichaamstaal. Als hij zich niet de haren uit het hoofd trekt en als hij observeert, dan zit het goed.”

Wat inspireert jou?


“Simpel. Dat heet ‘een deadline’. (lacht) Ik ben momenteel nog altijd bezig met ‘Pee-Wee’s Big Adventure’. Meestal stel ik alles uit, tot ik plots besef dat ik geen tijd meer heb. En dan vind ik iets. Ik denk dat alle componisten robots zijn op dat moment.”



Is er een instrument waar je echt een hekel aan hebt?

“Nee, maar er zijn wel bepaalde stijlen die ik niet wil doen. Het moeilijkste genre vind ik romantische komedies. Ik weet gewoon niet wat ik ermee moet.”

Hoe is het idee van een filmconcert ontstaan?


“De timing was perfect. Ze vragen me al twintig jaar om concerten te spelen. Ik heb de boot altijd afgehouden, omdat ik niet graag achterom kijk. Ik luister nooit naar mijn oude muziek. Het is een hoop werk om elke compositie onder handen te nemen. Filmmuziek is niet altijd geschikt om live te spelen, het is een andere orkestratie. Maar voor mijn 25-jarige samenwerking met Tim hebben we samen een box uitgebracht. Ik moest dus al mijn nummers herbeluisteren. Zelfs mijn oude cassettes en demo’s. Dat heeft me drie maanden gekost. Het moment was dus rijp om toe te geven aan mijn manager, want alles zat nog fris in mijn hoofd.”

Hoe reageerde je op die oude nummers?

“Heel vreemd. Ik kwam tot het besef dat mijn eerste composities heel primitief zijn. Dat was choquerend, maar ook leerrijk. Ik kan mijn evolutie niet uitleggen. Ik ging van hot naar her. Maar ik heb hard gewerkt om mijn mogelijkheden uit te breiden. Ik had ‘Batman’ bijvoorbeeld nooit als eerste partituur kunnen schrijven.”



Hebben ze je ook gevraagd om te zingen tijdens de concerten?


“Ik heb ja gezegd, zonder te weten wat ik deed. Ik doe eerst, en dan pas denk ik na. (lacht) Ik had de liedjes van ‘The Nightmare Before Christmas’ nog nooit live gezongen. Ik besefte al snel dat ze heel moeilijk zijn en dat dit het slechtste idee was dat ik ooit had. Ik was doodsbang voor de première in de Albert Hall in Londen, maar uiteindelijk heb ik ervan genoten. En zo zie ik nog eens iets van de wereld!”

Danny Elfman, Music from the Films of Tim Burton, Paleis 12, Heizel, 28 november

www.fire-starter.be

(Foto Paul Sanders)