«Ik noem het hier soms mini-Europa»

Cohousing, een woonvorm waarbij verschillende mensen gemeenschappelijke ruimtes delen, wordt steeds populairder. Het eerste project in ons land ‘La Grande Cense’ in Klabbeek, een deelgemeente van Tubeke, bestaat inmiddels vijf jaar. Het concept slaat aan omdat het de solidariteit tussen de mensen bevordert.

Bij het binnenrijden van de gemeenschap ‘La Grande Cense’, waan je je in een uitzonderlijk natuurlijk paradijs. Er staan twintig verschillende wooneenheden of units, waarin elk gezin een persoonlijke badkamer, slaapkamer en keuken heeft. Een huis zoals een ander, maar dan iets kleiner en praktischer gebouwd.



«Bovenop onze eigen woonunit hebben we een gemeenschappelijke keuken, living, een washok en een hele grote tuin met zwemvijver. In de grote keuken wordt twee maal per week een gemeenschappelijke maaltijd gemaakt en in de living kan je naar hartenlust vertoeven. Het is dus niet zo dat je geen privacy meer hebt. Wanneer je geen zin hebt om sociaal te zijn, blijf je gewoon in je eigen huis. Omgekeerd bestaat ook, als je nood hebt aan een babbel en je zit op het terras, dan is de kans vrij groot dat er iemand bij jou komt staan om wat bij te praten», zegt bewoonster Saskia.

Interne telefoon

Iedereen heeft zijn eigen specifieke reden om aan het project mee te doen. «Wat de cohousing hier juist zo boeiend maakt, is dat er veel verschillende nationaliteiten samen zitten. Er wonen hier Zwitsers, Nederlanders, Duitsers en natuurlijk ook Vlamingen en Walen. We spreken meestal Nederlands en Frans. Ik noem het hier soms mini-Europa», aldus bewoonster Kristin.

Thea is van Duitse afkomst en is zeer positief over de woonvorm: «Voor mijn drie kinderen is ‘La Grande Cense’ een paradijs. Ze kennen alle mensen in de gemeenschap. Het gebeurt wel eens dat ik niet weet waar ze zijn, maar gelukkig hebben we een interne telefoon» (lacht).

De interactiviteit onder de bewoners is ook zeer belangrijk. Er wonen zowel kinderen, jonge gezinnen als oudere mensen.

Lieven is met haar 88 lentes de oudste van de groep. In 2010 is ze mee in het project gestapt en heeft daar nog geen moment spijt van gehad. «Ik woon hier omdat ik hier niet geïsoleerd ben zoals in een rusthuis. Als er iets is, kan ik altijd op iemand rekenen. Ik ben alleen, maar ik ben nooit eenzaam.»

«We willen niet enkel solidair zijn binnen de gemeenschap, maar ook daarbuiten. We hebben redelijk wat ruimte en daardoor is het idee ontstaan om af en toe een avondmaal te koken voor asielzoekers», zegt Saskia.

Wetgeving

Omdat er nog altijd geen wettelijke omkadering is rond cohousing, zorgen de bewoners voor creatieve oplossingen. «Ieder jaar maken we een gezamenlijk budget vrij voor verschillende opdrachten. Zo moet de trap nog hersteld worden en moeten de oprit en de binnenkoer nog gedaan worden. Dit jaar bedraagt het budget 10.000 euro. We werken met verschillende enveloppen, elk project krijgt een envelop. Iedere bewoner kiest dan hoeveel hij in elke omslag steekt. Dan is het wachten tot het gewenste bedrag erin zit. Meestal werkt dat wel. Dat is voor ons een creatieve manier om de zaken een beetje vooruit te laten gaan.»

 

Tanita De Mey