D8 is niet de nieuwe verleden tijd van denken


Sms- en chattaal zorgen niet voor de neergang van de schrijftaal of spelpraktijk van Vlaamse jongeren. Dat stelt taalkundige Vicky Hazen (UA) na een onderzoek bij 404 jongeren.

Jongeren staan vandaag voortdurend met elkaar in contact via sms- en chatberichten. Die nieuwe technologieën en sociale media hebben tot een eigen, normafwijkende schrijftaal geleid. Denk aan berichten als “Suc6 vndg!” of “Resto vnvnd?”. “Velen uiten dan ook hun bezorgdheid hierover”, stelt Hazen. “Er zijn wel taalkundigen die positief zijn en over een taalverrijking spreken: dankzij deze schrijftaal zouden jongeren hun identiteit beter kunnen uitdrukken en sneller aansluiting vinden bij hun leeftijdsgenoten. In de media duiken echter vooral tegenstanders op: ongeruste ouders en leerkrachten die spreken over een taalverloedering en beweren dat jongeren door de chattaal niet meer correct kunnen schrijven en spreken. Leerkrachten stellen dat ze de verwerpelijke sms- en chattaal ook opmerken in schooltaken. Deze vrijgevochten spellingsvormen liggen volgens hen aan de basis van een armzalige taalvaardigheid.” Dat inspireerde Hazen tot haar masterproefonderzoek. “Ik wilde nagaan of dit wel klopt. Duiken zulke spellingsfenomenen ook echt meer op in toetsen, taken en examens of is dit slechts een mythe?”



2051 documenten

Om dit uit te zoeken analyseerde Hazen de toetsen, taken en examens van 404 Limburgse jongeren tussen 15 en 19 jaar, goed voor 2051 documenten. In haar analyse maakte ze een onderscheid tussen de klassieke spelfouten zoals dt-fouten en afwijkingen die typisch zijn voor de populaire chattaal zoals het gebruik van afkortingen. Uit haar studie blijkt dat slechts 2,7 procent van de spelfouten mogelijk beïnvloed is door sociale media. “Leerlingen uit het Beroeps Secundair Onderwijs (BSO) zijn echter meer vatbaar voor kenmerken van chattaal bij een schoolopdracht dan leerlingen uit het Algemeen Secundair Onderwijs (ASO) en Technisch Secundair Onderwijs (TSO). BSO-jongeren zouden buiten school immers weinig in aanraking kunnen komen met formele schrijfcontexten waardoor ze in schoolmateriaal vaker de vertrouwde chatkenmerken zouden kunnen produceren. Een andere hypothese is de mogelijke onvoldoende beheersing van diverse registers. Dit zou hen moeilijk in staat stellen om te kunnen schakelen tussen de verschillende schrijfstijlen”, aldus Hazen.


Mythe ontkr8

De algemene resultaten tonen aan dat de invloed van chattaal op het spelgedrag minder sterk is dan ouders en leerkrachten beweren. De studie van Hazen lijkt de mythe omtrent het verband tussen sociale media en verloedering van de schrijftaal of spelpraktijk dus te ontkrachten. Toch besluit de taalkundige: “Het blijft wel belangrijk om leerlingen bewust te maken van een schrijfstijl die gebruikt moet worden in formele contexten en een alternatieve schrijfstijl die thuishoort in informele contexten.”

Vicky Hazen neemt deel aan de Vlaamse Scriptieprijs. Je kan haar scriptie raadplegen via www.scriptiebank.be