Voorgeproefd: Als laatste het hart

Na de wereldwijde economische crisis houden Stan en Charmaine, een pasgetrouwd stel, met moeite het hoofd boven water. Ze wonen in hun auto en verdienen lang niet genoeg om hun torenhoge schulden af te betalen. Ze zijn zo wanhopig dat ze, wanneer ze een advertentie zien in de lokale krant over een ‘sociaal experiment’ in de stad Isotopia, zich onmiddellijk aanmelden. Alle deelnemers leiden een dubbelleven: de ene maand zijn ze gevangene, de andere maand bewaker. Het is de ultieme vorm van timesharing.

In het begin lijkt alles probleemloos te verlopen. Ze hebben een eigen huis en een vaste baan. Maar wanneer Stan en Charmaine, zonder dit van elkaar te weten, een allesverslindende obsessie ontwikkelen voor het stel dat in hun huis woont als ze zelf in de gevangenis zitten, verandert het sprookje in een levensbedreigende situatie. Wantrouwen, schuld en seksuele verlangens nemen de overhand. Stan moet vrezen voor zijn leven.

Margaret Atwood schreef een even briljante als angstaanjagende roman over de gevolgen die de economische crisis zou kunnen hebben voor de vrijheid van het individu.

Het was geen beste avond. Charmaine had nog geprobeerd om hem te troosten: ‘We moeten denken aan wat we wel hebben,’ had ze in de bedompte, donkere stinkauto gezegd. ‘We hebben tenminste elkaar nog.’ Ze had vanaf de achterbank haar arm een stukje uitgestoken naar Stan om hem aan te raken, hem gerust te stellen, maar toen had ze zich bedacht. Stan zou het verkeerd kunnen opvatten, hij zou misschien bij haar op de achterbank willen komen om met haar te vrijen, maar het was altijd vreselijk ongemakkelijk als ze daar op elkaar geperst lagen, want dan werd haar hoofd tegen het portier gedrukt en gleed ze langzaam zijwaarts van de zitting af terwijl Stan op haar bezig was alsof ze een klus was die hij snel moest klaren, en ging haar hoofd van bonk bonk bonk. Niet erg inspirerend.

Bovendien kan ze zich nooit concentreren, want stel dat iemand ze besluipt? Dan zou Stan in z’n blote kont over de voorbank moeten klimmen om de auto te starten terwijl die criminelen de autoruiten proberen in te slaan om bij haar te komen. Nou ja, niet meteen bij haar. Want eerst zouden ze iets willen wat echt waardevol is, namelijk de auto. Haar zouden ze later nog wel te pakken nemen, nadat ze Stan uit de weg hadden geruimd.

Er zijn al een aantal voormalige autobezitters tegen de vlakte gewerkt, hier, op deze plek; ze zijn neergestoken, in elkaar geramd, doodgebloed. Niemand maakt zich nog druk om zulke zaken, niemand probeert uit te zoeken wie dat heeft gedaan, want dat kost tijd, en alleen rijke mensen kunnen de politie nog betalen. Sommige dingen kun je pas waarderen als je ze niet meer hebt, zoals oma Win zou zeggen, denkt Charmaine spijtig.

Toen oma Win echt ziek werd, wilde ze niet naar het ziekenhuis. Ze zei dat dat te duur was, en daar had ze ook gelijk in. Ze was thuis doodgegaan en Charmaine had haar tot het laatst verzorgd. Verkoop het huis maar, schattebout, had oma Win gezegd toen ze nog helder was. Ga studeren, maak iets van je leven. Je kunt het.

En dat had Charmaine gedaan. Ze was gerontologie en speltherapie gaan studeren, want oma Win had gezegd dat ze dan twee vliegen in een klap sloeg, en dat ze zich bovendien goed kon inleven en een speciaal talent had om mensen te helpen. Ze had haar diploma’s gehaald.

Niet dat ze daar nu nog wat aan heeft.

Als er iets gebeurt, staan we er alleen voor, zegt Stan nogal vaak tegen haar. Dat is niet zo’n bemoedigende gedachte. Geen wonder dat hij zo snel is, de keren dat het hem lukt om zich op haar te wurmen. Hij moet constant op zijn hoede zijn.

Dus in plaats van Stan aan te raken, had ze gisteravond gefluisterd: ‘Truste. Ik hou van je.’

Stan had ook iets gezegd. Misschien: ‘Ik ook van jou,’ al kwam het er nogal mompelend uit, en een beetje snuivend. Die arme jongen sliep zeker al bijna. Hij houdt wel echt van haar, hij heeft gezegd dat hij altijd van haar zal blijven houden. Wat was ze dankbaar geweest toen ze hem had gevonden, of toen hij haar had gevonden. Toen ze elkaar hadden gevonden. Hij was zo stabiel en betrouwbaar. Zo zou ze zelf ook wel willen zijn, stabiel en betrouwbaar, maar ze betwijfelt of ze dat ooit kan worden, want ze is altijd zo snel van haar stuk. Ze moet een beetje stoerder worden. Laten zien dat ze lef heeft. Ze wil geen blok aan zijn been zijn.

Ze worden allebei vroeg wakker – het is zomer, het licht valt door de autoruiten en is veel te fel. Misschien moet ze gordijntjes ophangen, denkt Charmaine. Dan kunnen ze langer slapen en zijn ze minder prikkelbaar.

Ze halen donuts van een dag oud met dubbel chocoladeglazuur in het dichtstbijzijnde winkelcentrum en maken oploskoffie in de auto met de bekerwarmer die ze aansluiten op de sigarettenaansteker. Dat is veel goedkoper dan de koffie in de donutzaak.

‘Het lijkt wel picknicken,’ zegt Charmaine opgewekt, maar oude donuts eten in de auto terwijl het buiten miezert lijkt daar niet echt op.

 

voorgeproefd_IMU_-Atwood_Facebook