Road to New York – Levenslessen uit het Zoniënwoud

“Hellingen? Intervaltraining? Ik hoor het donderen in Keulen”


Mijn vastberadenheid kreeg deze week een stevige deuk.
Zaterdagochtend vertrok ik vol goede moed naar mijn vierde en zwaarste training van de week. Amper drie uur later lig ik kermend van de pijn op de zetel. Bij elke beweging schiet er een pijnscheut door mijn knie die mijn euforie na de dertig kilometer van vorige week doet smelten als sneeuw voor de zon. Of als het blok bevroren spek dat ik bij wijze van koelelement op mijn gekwetste been houd.

Tonnen overtuigingskracht,  urenlange smeekbedes en zelfs  m’n meest kwetsbare puppyblik gooide ik deze week in de strijd om willekeurige sportivo’s uit m’n omgeving zo gek te krijgen om dertig kilometer met me mee te lopen. Helaas, het mocht allemaal niet baten. Gelukkig is er het internet nog, waar ik na enkele mailtjes in contact kwam met Koen Van Malderen, de trainer van een Brusselse loopgroep.



“Deze zaterdag geef ik drie trainingen in het Zoniënwoud. Teszamen zouden die een afstand van ongeveer 20 kilometer moeten overbruggen. Gezien de stevige hellingen en de geplande versnelling zou dat qua intensiteit in de buurt moeten komen van 30 kilometer”, vertelt hij me. Hellingen? Intervaltraining? Ik hoor het donderden in Keulen. Maar alles beter dan 30 kilometer eenzaamheid. Ik antwoord dat ik zal meelopen. We spreken af aan de chique fitnessclub David Lloyd.

 

David Llyoyd

Meetrainen met de gevorderden
Onderweg probeer ik te wennen aan het idee dat ik met de gevorderde groep zal meelopen. Het woord ‘gevorderde’ op zich was al behoorlijk intimiderend, maar het –in mijn ogen- zorgwekkend laag vetpercentage en verdacht energieke blik van mijn ervaren medejoggers was dat zo mogelijk nog meer. Nochtans zal ik over drie weken een marathon lopen en zou ik normaliter dus ook een gevorderde loper moeten zijn, zo merkte iemand gevat op. Soms lijkt deze hele missie een mislukte grap.

“Leef en loop op je eigen ritme”

Het eerste half uur van de training vliegt voorbij. Zowel de hellingen als de versnellingen blijken nog niet half zo erg als in m’n verbeelding. En al pratend met mijn mede-joggers lijken de kilometers opvallend korter. Wat een meevaller! Mijn opluchting is echter van korte duur, want nog een half uur later vind ik mezelf terug aan de staart van de groep. Aan de heuvels lijkt maar geen einde te komen en een onrustwekkende pijn in mijn knie steekt de kop op. “Niet aanstellen maar doorlopen”, spreek ik mezelf streng toe terwijl ik de afstand met de rest van de lopers bij elke stap groter zie worden. “Trek het je niet aan”, troost een collega-jogger van middelbare leeftijd die vorige week nog meedeed aan de Brusselse marathon. “Luister naar je lichaam, volg je eigen tempo en laat je door niets of niemand opjagen. Je moet lopen en leven op je eigen ritme”. Wijze woorden die ervoor zorgen dat ik zowel de pijn als mijn tranen verbijt en op een sukkeldrafje de laatste kilometers voltooi.

Achteraf spreek ik Koen aan over mijn kniepijn en de vooruitzichten. “Gun je lichaam genoeg rust, luidt zijn duidelijk advies. “Je hebt al dertig kilometer in de benen, dus je moet erop vertrouwen dat het je zal lukken.” En daar raakt ie aan de essentie van mijn bestaan: twijfel en onzekerheid. Het aan de kant schuiven van die twee gevoelens is wellicht veel moeilijker dan 42 kilometer al lopend af te leggen. Zelfs met een zeurende kniepijn die wellicht duidt op een lopersknie en me verplicht om enkele dagen of zelfs weken rust te nemen.

Mare schema

Mare Hotterbeekx

Wil je meer weten? Volg ons dan via metrotime.be/road2ny, via Facebook en Instagram @metrobelgie of via Twitter @road2NyCamille@road2NYMare