Gebied rond Tsjernobyl wemelt van de wilde dieren

De regio rond Tsjernobyl lijkt wel een natuurreservaat. Bijna dertig jaar na de kernramp krioelt het er van de herten, wilde zwijnen en wolven. De onderzoekers besluiten dat radio-activiteit niet gezond is voor dieren, maar de mens is veel schadelijker. 

Bijna dertig jaar na het ongeluk met de kerncentrale geeft de omgeving van Tsjernobyl nog steeds een verlaten aanblik. Het gebied van ruim 4.200 vierkante kilometer is dan wel een no-go-zone voor mensen, maar steeds meer dieren trokken massaal naar de zogenaamde Dead Zone. Dat is al vaker gemeld, maar eerdere studies durfden elkaar wel eens tegen te spreken. Voor een nieuw onderzoek hebben biologen minitieus sneeuwsporen geteld. Ze kwamen tot de conclusie dat het gebied zich op vlak van dieren zich wel degelijk kan meten met echte natuurreservaten.

Foto's Pixabay
Foto’s Pixabay

Uit luchtfoto’s, veldonderzoek en sporenonderzoek blijkt dat de regio vol zit met wapiti’s, herten, wilde zwijnen en wolven.  “Het is heel waarschijnlijk dat er nu meer wilde dieren in Tsjernobyl leven dan voor het ongeluk”, schrijft onderzoeker Jim Smith in het wetenschappelijke blad Current Biology. “Dat wil niet zeggen dat straling goed is voor de dieren, maar dat de effecten van mensen zoals jagen, landbouw en bosbouw veel slechter zijn.” Concreet wonen er in Tsjernobyl relatief gezien evenveel herten en wilde zwijnen als in nabijgelegen natuurreservaten die niet besmet zijn door radioactieve deeltjes. Het aantal wolven is zelfs zeven keer groter dan in die natuurreservaten.

Bovenal herinnert dit onderzoek er aan dat de natuur veel dynamischer is dan we vaak denken. “Deze unieke gegevens laten zien dat een breed scala aan gezonde dierensoorten gedijt binnen slechts enkele kilometers van een grote nucleaire ramp. Dit illustreert de veerkracht van populaties wilde dieren als ze bevrijd worden van de druk van een menselijke leefomgeving.”