Nele Reymen: “Ik kan heel moeilijk loslaten”

Met een milde blik vol medeleven steekt ze menig bekend figuur wekelijks een hart onder de riem op knackweekend.be. Met eenzelfde mildheid schiep ze ook de hopeloos onvolmaakte personages uit haar nieuwe roman ‘Verloren brood’, die gaat over het leven, de liefde en over hoe die eerste zonder die tweede toch hardnekkig voortkabbelt. “Ik kan heel moeilijk loslaten. In een relatie steek ik liever mijn hoofd in het zand dan te moeten toegeven dat het niet meer goed gaat”, bekent ze eerlijk tijdens ons interview.

De titel van haar nieuwste boek mag dan wel beginnen met het woord ‘verloren’, maar wanneer wij tegenover schrijfster Nele Reymen plaatsnemen in een Hasseltse brasserie oogt ze alles behalve verloren. Enthousiast en met een soort bescheiden trots filosofeert ze erop los over de kunst van het schrijven, het loslaten van zowel mensen als kinderdromen en haar eerste kennismaking met de televisiewereld.

Nele2_optWaar ben je de mosterd voor je derde boek gaan halen? 

“Het idee is ontstaan toen mijn vorige relatie op de klippen liep en ik plots afscheid moest nemen van mijn ex-vriend. Tegenlijk begon ook mijn oma te dementeren en moest ze naar het rusthuis vertrekken. Mijn oma was er nog, maar toch moest ik al afstand nemen. Beide personen leefden gewoon verder, maar niet meer in mijn wereld. En zo gaat het voor heel veel dingen. In het leven moeten we alles en iedereen voortdurend loslaten, ook al willen we hen zo graag vasthouden. Die gedachten vormden de basis voor mijn boek.”




De twee hoofdpersonages zijn op z’n zachtst gezegd eigenaardig te noemen. Leyla is een hoer, Reno een dakloze man. Maakt hun imperfectie het gemakkelijker om ze sympathiek te vinden?
“Niet noodzakelijk sympathiek, eerder triest. Je zou ze spontaan willen troosten omdat je spijt hebt voor ze. Je weet dat ze muurvast zitten op die donkere, droevige plaats in hun gedachten, maar je kunt er niets aan doen. En dat is in het echte leven ook zo. Sommige mensen kun je wel proberen te helpen, maar eigenlijk kan je niet veel meer doen dan koffie drinken en naar hun verhaal luisteren. En dat kan je zo’n reddeloos gevoel geven.”

Net zoals de personages in je boek schrik je er niet voor terug om jezelf in een minder flatterend daglicht te plaatsen. Is dat een soort verdedigingsmechanisme? 

“Ik stel de zaken liever erger voor dan dat ze zijn, dan kan het later enkel meevallen. Deels is dat wellicht om me in te dekken, ja, vergelijk het met jezelf zo low profile opstellen om dan onverwachts gevat uit de hoek te kunnen komen. Zelfrelativering werkt verfrissend: meer mensen zouden met zichzelf moeten kunnen lachen. Ik drijf ook vaak spot met anderen en dan kun je jezelf niet buiten schot houden.”
“Ik vind het ook heel moeilijk om complimentjes te accepteren. Vorige week kreeg ik van iemand te horen dat ik grappig ben en lekker ruik. En mijn eerste gedachte was: wil hij mij binnendoen? Mijn repliek was als volgt: grappig ben ik per ongeluk en mijn parfum vergeet ik meestal, dus dat is een toevalstreffer. Ik moet wellicht nog leren om complimenten te aanvaarden.”


Je hebt je twee maanden teruggetrokken om enkel en alleen aan je boek te schrijven. Is dat een kinderdroom die uitkwam?

“Totaal niet, ik was lange tijd een matig getalendeerde maar vastbesloten studente architectuur. Ik heb nooit beseft dat ik kon schrijven, tot ik op Erasmus naar Lissabon vertrok. Na het lezen van ‘Bridget Jones Diary’ ben ik zelf ook een dagboek beginnen bij te houden. Onder de luidkeelse aanmoediging van mijn vrienden ben ik daarmee doorgegaan. Bovendien merkte ik dat een wit blad veel sneller kon vullen met woorden dan met tekeningen. Ontwerpen was altijd een opgave, van schrijven kreeg ik veel meer voldoening. Op een gegeven moment besefte ik dat schrijven wellicht mijn grootste talent was en dat ik daar iets mee wilde doen. Mijn hele leven lang had ik me bezig gehouden met zaken waarin ik slechts middelmatig was: sporten, architectuur,… Wat anderen ook mogen vinden, dit is voor mij het beste dat ik kan.”

Je maakt binnenkort je televisiedebuut aan de zijde van je zus in het programma ‘Be You (tiful)’. Vind je het belangrijk om je uit te spreken over maatschappelijke relevante thema’s, zoals bijvoorbeeld ons schoonheidsideaal? 

“Televisiedebuut klinkt te belangrijk. Mijn rol is zeer bescheiden en meer hoeft dat daar ook niet te zijn voor mij. Ik ben niet zo iemand die als eerste op de barricades gaat staan voor een hoger doel. Maar ik schrijf bijvoorbeeld wel columns over hangborsten omdat dat herkenbaar is. Veel schaamte ken ik niet en als ik toch ergens mee zit kan het een opluchting zijn om erover te schrijven en zaken te benoemen.”

 

Wie is Nele Reymen?

In een vorig leven was de Limburgse auteur een weinig veelbelovend architect, tegenwoordig schrijft ze full time. Na ‘Kit met peren’ en ‘Mangat’ is ‘Verloren brood’ haar derde en naar eigen zeggen ook eerste volwaardige roman. Naast boeken schrijft ze ook columns en artikels voor onder andere KnackWeekend en Het Belang van Limburg. Op 30 september maakt ze haar debuut naast haar zus en presentatrice Ann Reymen in het vijf-programma ‘Be You (tiful)’.

 

Mare Hotterbeekx