Notarispraat: samenwonen of trouwen?

Smoorverliefd? Dan is de stap om samen te gaan wonen soms snel gezet.  En, wie weet, binnen een paar jaar een kindje? Hebben jullie intussen een huis gekocht? Belangrijke beslissingen die je best goed regelt. Hou er sowieso rekening mee dat  er nog steeds juridische verschillen zijn tussen samenwonen en trouwen.

Je woont feitelijk samen 

Feitelijke samenwoning wordt niet door de wet geregeld. Jullie wonen samen, maar juridisch gezien zijn jullie vreemden voor elkaar. Dit houdt in dat jullie geen plichten hebben tegenover elkaar maar… ook geen rechten! Wettelijk gezien erven jullie dan ook niets van elkaar, hoe lang jullie ook al samenwonen.

Wil je toch je bezittingen nalaten aan je levensgezel? Dan kan je een testament opmaken. Hou daarbij wel rekening met het verplichte minimumerfdeel van je ouders. Die krijgen elk minstens een vierde. En als je kinderen hebt, hebben die ook elk recht op een minimumdeel.

Je woont wettelijk  samen

Bij wettelijke samenwoning komen nauwelijks formaliteiten aan te pas: een handtekening van beide partners op het gemeentehuis van de plek waar jullie wonen volstaat. Dit kan zowel een nadeel als een voordeel zijn. Wettelijke samenwoning ga je samen aan, maar hou er ook rekening mee dat je een wettelijke samenwoning met één streep kunt vernietigen. Je kan een wettelijke samenwoning immers eenzijdig opzeggen.

Voor wettelijk samenwonenden geldt een automatisch vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel. Dat betekent dat de langstlevende partner dus in het huis kan blijven wonen (en die woning zelfs kan verhuren) na het overlijden. Maar vergeet niet dat een testament dat vruchtgebruik ook kan afnemen of beperken in de tijd. Meteen een essentieel verschil met het huwelijk, waar het vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel altijd gegarandeerd is.

Je trouwt zonder  huwelijkscontract

Als je huwt zonder een huwelijkscontract af te sluiten, dan wordt alles automatisch geregeld volgens het zogenaamd wettelijk stelsel. Het wettelijk stelsel maakt een onderscheid tussen drie vermogens: de eigen goederen van elke partner en het gemeenschappelijk vermogen. Als je voor dit soort huwelijksstelsel kiest, behouden jij en je partner elk wat jullie al hadden vóór het huwelijk, wat jullie later nog erven of krijgen, en wat jullie kopen met jullie eigen geld (geld dat je al had voor het huwelijk of dat je tijdens het huwelijk hebt geërfd of gekregen). Het gemeenschappelijk vermogen is dan weer alles wat jullie tijdens het huwelijk samen kopen, jullie salarissen en de opbrengsten van jullie gemeenschappelijke én eigen goederen (huurgelden, intresten…).

Je trouwt met een  huwelijkscontract

Via een huwelijkscontract kan je de wettelijk voorziene regels aanvullen, aanpassen of verfijnen, en dit in elke fase van je leven. Een eigen goed inbrengen in jullie gemeenschappelijk vermogen bijvoorbeeld, of de goederen beschrijven die jullie elk al hadden voor het huwelijk. Maar je kan ook de verdeling van de gemeenschappelijke goederen laten aanpassen in het geval van overlijden, zodat de langstlevende partner meer krijgt dan wettelijk voorzien. Verder kan je ook een huwelijkscontract sluiten om juist de vermogen volledig gescheiden te houden. In dit geval werk je met het stelsel van de scheiding van goederen.

Wat je moet weten over samenwonen en trouwen: we praten erover met Sven Pichal van Radio 2 (De Inspecteur) en notaris Maarten Duytschaever in onze gloednieuwe talkshow Notarispraat.

www.notaris.be