“Zijn wij nog relevant? Geen flauw idee?”

Achteraan in de vijftig zijn ze intussen, maar rustig uitkijken naar hun pensioen is niet aan de muzikanten van Iron Maiden besteed. «We barsten van de ideeën», vertelt zanger Bruce Dickinson ons tijdens het interview. En dat is eraan te merken: hun nieuwste plaat, nummer zestien alweer, is een dubbelalbum geworden met in totaal 92 minuten aan gloednieuw materiaal.

Het is een druilerige dinsdagmiddag wanneer ik de hotelkamer van Bruce Dickinson binnenstap. Enkele maanden geleden werd de iconische Iron Maiden-zanger kankervrij verklaard en de euforische levenslust spat ervan af. Verrassend open en schijnbaar oprecht enthousiast beantwoordt hij de vragen alsof dit zijn eerste interview ooit is. Een lesje in bescheidenheid, en dat van iemand die de wereld rondvliegt in een privéjet, een eigen biermerk heeft en tussendoor concerten geeft met de grootste heavymetalband uit de geschiedenis. Ambitie staat niet altijd gelijk aan pretentie.

Iron Maiden heeft intussen al zestien platen op de teller staan. Hoe zorgen jullie ervoor dat jullie relevant blijven?

Bruce Dickinson: (foto derde rechts) «Zijn wij nog relevant? Geen flauw idee. Daar laat ik onze fans graag over oordelen. Beroemd worden is nooit ons hoofddoel geweest. We willen gewoon goede platen maken, al de rest kan ons gestolen worden. Net zoals de meeste muzikanten maken wij vooral muziek voor onszelf. Dat is de enige manier waarop je oprechte nummers kunt neerpennen. Elke vezel in je lichaam moet overtuigd zijn van je eigen creaties. Dan pas kun je je muziek delen met de rest van de wereld en kijken of anderen even enthousiast worden… Ik kan alleen maar hopen dat dat voor ‘The Book of Souls’ ook het geval is.»

Jullie hebben vijf jaar gedaan over het maken van deze plaat, maar het is wel meteen een dubbelalbum. Vanwaar die keuze?

«Het was niet echt een keuze, we hadden gewoon een overschot aan goede ideeën. Dus dachten we: waarom maken we niet een dubbelalbum? Dat hebben we nog nooit eerder gedaan. Tot nu toe hoor ik onze fans ook niet klagen. Bovendien is dat niet het enige nieuwe. Voor deze plaat hebben we onze werkwijze volledig omgegooid. Een groot deel van de nummers zijn afgewerkt tijdens de repetities in de studio. Zodra we over een bepaalde versie van een song tevreden waren, hebben we het zo snel mogelijk opgenomen en op de plaat gezet. Het is bijna een live-plaat, als ik er zo over nadenk.»

We horen jou ook voor de eerste keer pianospelen. Hoe is dat meegevallen?

«Ik ben absoluut een verschrikkelijk slechte pianist. De intro van ‘Empire of the Clouds’ wordt de eerste vier of vijf minuten volledig gedragen door piano. En dus moest ik erin slagen om met mijn dikke, korte vingers in het juiste ritme op een klein elektrisch keyboard te hameren. Geen sinecure, dat verzeker ik je. We hadden ook een prachtige Steinway-piano in de studio staan, maar daarop <FZ,1,0,27>spelen was gewoon geen optie omdat eventueel fout gespeelde noten achteraf heel moeilijk bijgestuurd kunnen worden. Met een keyboard kun je zulke zaken beter camoufleren, en aangezien ik de plaat nog voor kersmist afgerond wilde krijgen…

«Ook de andere bandleden moesten wennen aan de dominante positie van de piano in dat nummer. Gitaristen houden van duidelijke beats en die waren er niet. Je kunt je wel voorstellen waarom we véél koffiepauzes nodig gehad hebben. Maar we hebben het overleefd.»

‘Empire of the Clouds’ in een nummer van maar liefst achttien minuten. Heb je lang moeten lobbyen om dat op de plaat te krijgen?

«Verrassend genoeg niet. Oorspronkelijk was het helemaal niet zo’n lang nummer. Maar ik ben een paar avonden later in de studio gebleven om op die fameuze Steinway een beetje te klungelen. En zo werd het nummer op de één of andere manier steeds langer. Maar niemand van de band had daar problemen mee. Onze studio was ook echt een paradijs op het vlak van materiaal. Op een gegeven moment waren we met z’n allen als een bende losgeslagen pubers aan het rondlopen en op allerhande percussie-instrumenten aan het slaan om te kijken hoe dat het zou klinken. Muzikanten blijven altijd een beetje kinderen.

«‘Empire of the Clouds’ gaat over hoe wij als mensen zelfs in de meest benarde situaties het beste blijven hopen. Mensen zijn dromers, we blijven verder gaan zolang er nog een sprankeltje hoop is. Om dat gevoel in een song te kunnen gieten, had ik blijkbaar achttien minuten nodig.»

Tijdens de opnames van de plaat kreeg je te horen dat je tongkanker had. Hoe ben je daarmee omgegaan?

«Dat klopt ja, dat was ik al bijna vergeten. (lacht) Ik had een tamelijk agressieve tongkanker die blijkbaar veel voorkomt bij gezonde, niet-rokende mannen van boven de veertig. Michael Douglas heeft het ook gehad, en de Canadese minister van Milieu ook.

«In eerste instantie dacht ik dat de verdikking in mijn keel veroorzaakt werd door een onschuldig virus. ‘Stel je niet aan Bruce, focus je op het afmaken van de plaat’, dacht ik bij mezelf. Maar toen de hardnekkige verdikking na een paar maanden nog altijd niet weg was, heb ik er toch maar een dokter bij geroepen. Die stuurde me tamelijk kordaat terug naar Engeland voor een MRI-scan en een autopsie. Een goede vijf dagen later kreeg ik te horen dat ik kanker had. En op dat moment heb je twee keuzes: je kop in het zand steken en alles klakkeloos ondergaan, of proberen te begrijpen wat je lichaam doormaakt. Ik heb voor de tweede optie gekozen. Vergelijk het een beetje met een bokswedstrijd waarbij je vooraf ook video’s bekijkt van je tegenstander om de risico’s te kunnen inschatten.

«In totaal heb ik 9 weken chemotherapie gehad die gecombineerd werd met 23 sessies radiotherapie. Tijdens die weken heb ik ontzettend veel bijgeleerd. Ze zeggen weleens dat mensen die in een auto-ongeluk terechtkomen, alles in slow motion beleven. Zo voelde het voor mij ook aan, de kanker was als een auto-ongeluk in slow motion. Het is iets dat je lichaam overkomt, maar waar je zelf vanop een afstandje naar kijkt. En dat maakte het eigenlijk heel interessant.»

Mare Hotterbeekx

‘The Book of Souls’ is uit bij Warner.