“Ja, ik wil de wereld veroveren”

De clips die hij draaide voor Stromae gingen al de wereld rond, maar ook met zijn filmcarrière ziet regisseur Raf Reyntjens het groot. Van Antwerpse arrogantie nochtans geen spoor bij hem. Reyntjens straalt peace & love uit, net zoals de hedendaagse hippies die zijn sterke debuutfilm ‘Paradise Trips’ bevolken.

‘Paradise Trips’ toont het conflict tussen de conservatieve buschauffeur Mario en zijn hippiezoon Jim. In welke mate is dit jouw verhaal?
Raf Reyntjens: Je zou kunnen zeggen dat ‘Paradise Trips’ een vorm van therapie was voor mij. Maar een autobiografische film is het niet. Mijn ouders waren bijvoorbeeld veel ruimdenkender dan Mario. Maar ik herken mezelf wel in Jim: ik heb ook altijd vrij willen zijn. Toen ik jonger was, zette ik me af tegen het systeem, tegen de school, tegen mijn ouders… Ik experimenteerde met alternatieve manieren van leven. Zo ben ik ooit van huis weggelopen en in een kraakpand terechtgekomen. Maar na een paar dagen zonder verwarming en met een verstopte wc, begreep ik dat dat toch niets voor mij was. (lacht) Mijn broer heeft wel een hele tijd in een kraakpand gewoond. Hij was ook DJ, hij draaide goamuziek op het soort festivals dat je in de film ziet.



Mensen zoals Jim worden vaak bestempeld als luieriken die niet aan de samenleving deelnemen. Maar uit jouw film spreekt net een soort bewondering voor hun levenswijze.
Dat klopt. Hun ideaal van peace, love, unity & respect is misschien utopisch, maar zij proberen ten minste om hun eigen paradijs op aarde te creëren. Daar moet je bewondering voor hebben.

En toch ben je er zelf niet in meegegaan. Als ik naar jou kijk, zie ik eerder een hipster dan een hippie.
Het lijkt me wel wat hoor, zo met de camper rondtrekken. Ik doe het ook af en toe, voor een paar weken. Maar een leven als hippie? Dat gaat niet. Ik wil films maken.  Dat lukt niet als je de hele tijd onderweg bent. Bovendien denk ik dat ik als filmmaker ook iets langer zal leven. (lacht)

Jullie draaiden het grootste deel van de film op het Lost Theory festival in Kroatië. Dat lijkt me niet evident, met zoveel volk in de buurt.
Inderdaad. De grote uitdaging was om op te gaan in de menigte. We deden alsof we gewoon mee aan het feesten waren, maar eigenlijk waren we heel hard aan het werken. Best zwaar, want een filmcrew is normaal een soort militaire structuur, terwijl er op dat festival geen regels zijn. Op de dansvloer konden we onmogelijk een perimeter afbakenen voor onze opnames. Maar we hadden wel twintig figuranten bij, die we als een soort buffer rond de acteurs konden plaatsen. Als die allemaal klaarstonden, kwamen we in pure guerrillastijl met de camera op de dansvloer, filmden we de scène en verdwenen we weer. Ik trok me dan even terug in de backstage, om met de crew over het volgende shot te overleggen, maar de acteurs bleven intussen gewoon verder dansen. Ja, het was rock-‘n-roll. (lacht)

Hallucinogene drugs spelen een belangrijke rol in de film. Heb jij er – puur bij wijze van research, uiteraard – wel eens mee geëxperimenteerd?
De trip in de film is sowieso niet echt geloofwaardig, dus in principe hoefde ik geen research te doen. De bedoeling was vooral dat de kijker zelf een psychedelische ervaring zou beleven, mee zou gaan in de trip van Mario, zou begrijpen wat hij doormaakte. Maar goed, je vraag was of ik zelf ooit met mushrooms geëxperimenteerd had. (lacht) Als ik dat nooit gedaan had, dan had ik die trip waarschijnlijk nooit in de film geschreven…

 ‘Paradise Trips’ werd al opgepikt door een buitenlandse sales agent, nog voor de film hier in de zalen kwam. Wil jij de wereld veroveren?
(denkt even na) Goh. Eigenlijk wel. Ik vind het verhaal van ‘Paradise Trips’ echt universeel. Het soort festivals dat je in de film ziet, vind je over de hele wereld. Er is dus een groot potentieel doelpubliek. Ik hoop nu dat de film via het internationale festivalcircuit ook in buitenlandse bioscopen zal belanden.

Maar zou je zelf ook in het buitenland willen werken, zoals ‘Rundskop’-regisseur Michaël R. Roskam, of zoals Matthias Schoenaerts, met wie je twee kortfilms draaide?
Ik sta er zeker voor open. Maar Hollywood is niet mijn grote droom. En mijn volgende film ‘Ponie & The Death of Zoro’ ga ik gewoon in Vlaanderen draaien.

De twee videoclips die je voor Stromae draaide, zijn alvast de wereld rondgegaan. ‘Papaoutai’ werd op YouTube bijna 280 miljoen keer bekeken. Wat heeft dat succes voor jou betekend?
Het staat natuurlijk mooi op mijn cv. Maar die miljoenen clicks zijn natuurlijk de verdienste van Stromae. Híj is de wereld aan het veroveren. Ik denk wel dat onze samenwerking me heeft geholpen bij het maken van ‘Paradise Trips’. Enerzijds om de financiering rond te krijgen, anderzijds om het nodige zelfvertrouwen bij elkaar te rapen. ‘Papaoutai’ is namelijk ook een vader-zoonverhaal, maar dan in een veel kortere vorm. Die clip heeft me doen beseffen dat ik kon vertrouwen op de kern van mijn verhaal. Dat maakte het veel gemakkelijker om alle ballast weg te knippen.

Uit gehackte Sony-mails bleek onlangs dat Stromae acteerambities heeft. Zou dat geen idee zijn? Een film door Raf Reyntjens, met Stromae?
Een leuk idee wel, en ik denk dat hij in zijn clips al lang bewezen heeft dat hij acteertalent heeft. Maar daarom ga ik nog geen scenario voor hem schrijven. Ik maak geen films om films te maken. En bovendien: áls Stromae gaat acteren, dan zal het met de groten der aarde zijn. Wees daar maar zeker van.

 

Lieven Trio