Katoenproductie is goedkoper in de VS dan in China

MT PLEASANT, SC - JULY 16: Tourists look over mannequins in the former slave quarters of the Boone Hill Plantation on July 16, 2015 in Mount Pleasant, South Carolina. The plantation, founded in 1681, is one of the oldest working plantations in the United States, once producing cotton and pecans but now fruits and vegetables. The plantation is a popular tourist destination near Charleston, where visitors can tour the main house, the extensive grounds and the former slave quarters. John Moore/Getty Images/AFP

Door de lage productiekosten en andere voordelen zijn steeds meer Chinese textielfirma’s geneigd om hun fabrieken naar de VS te verhuizen. Hierdoor worden er duizenden jobs gecreëerd in de oude textielcentra in het westen.

De Chinese Keer Group investeerde in 2018 al 218 miljoen dollar in een nieuwe fabriek in South Carolina. In het nieuwe bedrijf wordt er garen gesponnen van ruw katoen, dat nadien verkocht wordt aan textielbedrijven in Azië. Zo’n 500 werknemers volgen de geautomatiseerde processen op. «In China is de hele garenproducerende industrie geld aan het verliezen», liet topman Zhu Shanquin onlangs vallen in de gezaghebbende krant The New York Times, «In Amerika liggen de kaarten anders».



De productie van textiel in China is de afgelopen jaren duurder geworden door stijgende lonen, hogere energieprijzen en logistiekkosten en ook de importquote op katoen die de nieuwe Chinese regering invoerde drijft de prijzen op, zo schrijft De Tijd.

Loonstijgingen
Tegelijk stijgt de competitiviteit van de Amerikaanse economie. Zo zouden de lonen in China de afgelopen tien jaar gestegen zijn van 4,35 (3,97) naar 12,47 dollar (11,39 euro) per uur. In de VS stegen de lonen in dezelfde periode maar 30%, naar 22,32 dollar per uur. Die hogere lonen worden echter gecompenseerd door lage energieprijzen, goedkoop katoen en overheidssubsidies die ervoor zorgen dat de productie van garen in China intussen 30% duurder is dan in de VS.

Ook andere grote bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en India hebben plannen om hun textielfabrieken uit te breiden of nieuwe fabrieken te openen in de VS.

Staten als Georgia, North Caroline en South Caroline waren vroeger al belangrijke textielcentra. In 1940 was maar liefst 40% van de werkende bevolking in North Carolina aan de slag in de textiel- of kledingsector. In de jaren 90 keerde het tij en verhuisden veel van de fabrieken richting Azië. Volgens de Wall Steet Journal gingen er hierdoor al meer dan 350.000 jobs verloren. Een deel van die arbeidsplaatsen komt nu echter terug naar het westen.