“Er spookt altijd van alles door mijn hoofd”

Ze wilde aanvankelijk een harde plaat maken maar haar derde worp die als ‘Kalf’ door het leven gaat, etaleert eerder een mooie collectie ballades met een twist en surrealistische popsongs met refreinen vol oorwormambities. Roos Rebergen laat zich dan ook door talentrijk manvolk omringen waarmee ze de grenzen tussen Vlaanderen en Nederland helemaal neerhaalt.

Er hangt naar mijn gevoel een sluier van tristesse over ‘Kalf’ zonder dat je je daarom als luisteraar ook droevig voelt.

Roos Rebergen: «Daar kan ik inkomen. Het is zeker geen intens droevige plaat. Ze is bij momenten somber maar tegelijkertijd ook hoopgevend. Eigenlijk wilde ik een lekker harde plaat maken, al was het in het begin wel zoeken naar de juiste manier om de sfeer van de songs te vatten en neer te zetten. Nadat ik met de band aan de nummers had gewerkt, merkte ik al snel dat een meer sombere sfeer de teksten en de muziek beter diende. Ik maak later nog wel eens een harde plaat met weidse refreinen en dergelijke. Ik ben een jaar geleden naar Amerika geweest en de grootsheid van de natuur heeft me daar zeer sterk aangegrepen. Wanneer je die natuurpracht ziet, hoor je als het ware liedjes met een welomlijnd klankbeeld in je hoofd. (lachend) Maar eerst ga ik dit ‘Kalf’ voorstellen en laten opgroeien voor een levend publiek.»

Mooi ook hoe tekst en muziek na ‘Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten’ (2008) en ‘Omdat ik dat wil’ (2011) steeds dichter naar elkaar lijken toe te groeien.

«Ik ben blij dat je het zo aanvoelt want de link tussen beiden is nog nooit zo sterk geweest. Niet dat ik de pap in de mond wil leggen want de verbeelding blijft iets heilig, zowel voor mezelf als voor de luisteraar.»

Houd je er een surrealistisch wereldbeeld op na?

«Er spookt altijd van alles door mijn hoofd. En soms ben ik zelf verbaasd over de schaamteloze dingen die er zich in mijn verbeelding afspelen. Ik heb het al eerder gezegd in interviews maar als ik het echt allemaal zou uitschrijven en er over zou vertellen, spreek je al snel van een rotte geest. Gelukkig beschik ik over een goede filter die de bruikbare dingen doorlaat en waar mensen zich hopelijk ook in kunnen herkennen. (lachend) Al hoeft dat ook niet steeds.»

Je omringt je met goed Vlaams volk waaronder Tom Pintens (solo maar ook bij Het Zesde Metaal), Tijs Delbeke (Dez Mona, Sir Yes Sir) of Tim Van Oosten (Het Zesde Metaal) terwijl Wannes Cappelle een goede vriend is.

«Ik woon al een tijd in Antwerpen en voel me goed in Vlaanderen. Ik kan er mezelf zijn en langzaam groeien als songschrijfster. Ik ben in wezen een plattelandsmeisje maar heb ook het stadsleven nodig om de inspiratie te voeden. En mannen als Tom of Tijs begrijpen perfect waar ik heen wil met mijn liedjes. Ze kennen me al lang, we spelen al een hele tijd samen en het voelt zeer natuurlijk aan. Ik weet eigenlijk zeer goed wat ik wil en welke richting een album uit moet gaan, maar ik kan het niet altijd even goed benoemen. Zij begrijpen me zonder veel woorden. Iedereen zoekt naar een eigenheid en ik vind de mijne hoe langer hoe meer. Wat ik doe, doet niemand anders en dat maakt op het einde van de rit wel een belangrijk verschil. Net daardoor word je opgepikt en kan je gaan spelen. Anders zou het ook niet voor me lukken om als Nederlandse in Vlaanderen te spelen.»

De foto op de albumcover is van je vader Johan. Vanwaar het idee om naast jezelf ook een koe voor een boerderij mee te laten figureren?

«Oorspronkelijk zou mijn vriend het artwork maken maar de relatie sprong af. Geen goed idee dus en de deadline vroeg om actie. Daarom trok ik naar het platteland en vroeg mijn vader met zijn camera mee. We hebben wat rondgereden en toen ik dat beeld zag, zijn we meteen gestopt. De titel had ik al langer in mijn hoofd maar eerst dacht ik dat een koe te voor de hand liggen zou zijn. Maar uiteindelijk klopt het beeld wel. Mijn roots liggen op het platteland en waarom zou ik dat verloochenen?»

Je was amper 17 toen je debuteerde en kan op je 27e al terugblikken op drie albums. Hoe ben je geëvolueerd als mens en als songschrijfster?

«Voor het debuut heeft Tom (Pintens, producer van de plaat, red.) alle kantjes aan elkaar moeten kleven om een coherent geheel te verkrijgen. We konden nog niet zo goed spelen en mijn pianospel was bijvoorbeeld nog zeer rudimentair. Niet dat ik nu een fantastische muzikante ben, maar ik weet al veel beter hoe ik liedjes moet schrijven. Het klopt met wie ik toen was. Ik heb er moeite mee om er nu naar te luisteren maar dat is normaal. ‘Omdat ik dat wil’ is qua productie veel rijker en Tom heeft er meer zijn stempel op kunnen drukken. ‘Kalf’ is in eigen beheer uitgebracht. Ik wilde echt alles zelf doen en alleen aan mezelf verantwoording afleggen. Daarom heb ik mijn eigen label opgericht, Buffel Records. Genoemd naam mijn kat Buffel terwijl ik er eerst aan dacht om voor Bert Records te kiezen. Mijn hond heet namelijk Bert. Het is wel een hond als logo geworden, (lachend) dan zijn ze allebei tevreden. Ik heb nu voor het eerst het gevoel dat alles mooi samenvalt, alsof het nu allemaal moet beginnen. Een deel van het leergeld is betaald.»

 

Dirk Fryns

Uit op Buffel Records/Pias – Live te zien op 06/08 op Theater aan Zee en op 07/08 op Dranouter