Het leven na 7/7: getuigen vertellen over de aanslagen in Londen

epa00764569 A file photo of the bus destroyed in a terrorist bomb explosion 07 July 2005 in Woburn Place, London. On July 7, 2006 Britain will mark the first anniversary of the London suicide bombings which claimed the lives of 52 passengers, left more than 700 wounded, and rocked previous convictions by many British that "it could not happen to us". EPA/Peter Macdiarmid/POOL

Tien jaar na de aanslagen op drie metro’s en een bus in het hart van de Britse hoofdstad, vertelden enkele slachtoffers en nabestaanden aan het persagentschap AP hoe zij die fatale 7de juli hebben beleefd. Hieronder vind je hun verhaal. 

  • Gill Hicks: een tweede leven 

Gill Hicks (47) stapte op 7 juli 2005 op een metro in het station King’s Cross St. Pancras op de Piccadilly Line. Ze merkte de 19-jarige Germaine Lindsay, die naast haar stond, niet op. Enkele minuten later liet hij de bom in zijn rugzak ontploffen. Hicks verloor haar beide benen, maar overleefde de aanslag.

“Er loopt een duidelijke lijn door mijn leven”, zegt ze. “Voor mij was 7 juli 2005 het einde van mijn eerste leven, en ook het begin van mijn tweede, een echt geschenk.”

Hicks werd wakker in het ziekenhuis met een plastic armbandje waarop ‘One Unknown’ stond. Ze was gered in gevaarlijke omstandigheden, uit wrakstukken van een trein die zich kilometers onder de grond bevond.

“Mensen hebben hun leven gewaagd om iemand die ze niet kenden te komen redden, dat is menselijkheid. Het deed er niet toe of ik rijk was of niet, geloofde of niet, welk geslacht of welke huidskleur ik had. Niets deed ertoe, behalve dan dat ik een kostbaar menselijk leven was.”

Voor de aanslagen was Hicks een workaholic ontwerpster, maar geeft nu motivational speeches en heeft een liefdadigheidsorganisatie opgericht die strijdt voor vrede. Ze gelooft dat ze geen andere keuze heeft dan het feit dat ze er vandaag nog is, elke dag te vieren.

  • Esther Hyman: verloor haar zus

Esther Hyman werkte als medische secretaresse in de stad Oxford toen ze hoorde “dat er iets gaande was” in Londen. Haar zus Miriam (32) was op weg naar een vergadering in de hoofdstad. Na een van de ontploffingen in de metrotunnels werd ze geëvacueerd, waarop ze met haar vader belde. Ze vertelde hem dat ze er nog even over ging nadenken of ze wel naar haar meeting zou gaan.

Toen de familie ’s avonds nog niets van Miriam had gehoord, werd beslist om posters met haar foto op te verspreiden en ziekenhuizen te bezoeken. Vier dagen later bleek dat ze op de bus was gestapt die een uur na de aanslagen in de tunnels ontplofte.

Hoewel de familie zwaar aangedaan was na haar dood, was de moed laten zaken nooit een optie. “Mim zou dat nooit hebben goedgekeurd”, zegt Esther.

De Hymans richtten een ooghospitaal voor kinderen op in India, en vernoemden dat naar Miriam. Hun vzw werkt ook samen met University College London, dat het verhaal van Miriam en haar familie gebruikt om kinderen ervan te behoeden zich door extremisme te laten leiden. “Ze hebben het leven van Miriam van ons afgepakt, maar niet de tijd die we met haar hebben kunnen doorbrengen, en niet wat we nu in haar naam hebben gedaan.”

  • Stavros Marangos: brandweerman

Stavros Marangos herinnert zich vooral de stilte van die dag. Hij was een van de eerste Londense brandweermannen die op de plaats van de laatste bomaanslag – op een bus in Tavistock Square – aankwam. “Er hing een griezelige stilte”, herinnert hij zich. Het dagdagelijkse geluid van voorbijrazende auto’s en bussen was verdwenen, hij hoorde alleen sirenes in de verte.

Zijn bazen hadden Marangos en zijn collega’s gewaarschuwd voor bommen die mogelijk nog konden ontploffen, en zeiden dat iedereen die op de brandweerwagen wilde blijven zitten, dat zonder problemen mocht doen. Niemand deed dat. “Het was een scene uit een oorlogsfilm”, zegt Marangos. “Er lagen overal onidentificeerbare lichaamsdelen.”

Eén passagier werd levend in de bus teruggevonden, maar er waren geen brancards meer over. De brandweermannen gebruikten een bureau om hem naar het gebouw van de British Medical Association vlakbij te brengen.

Tien jaar later krijgt Marangos de beelden nog steeds niet uit zijn hoofd. “Ik wou dat mijn hoofd kon vergeten wat mijn ogen hebben gezien”, zegt hij. (edl)