Jurassic World

Tijd voor een bekentenis: ‘Jurassic Park’ is voor ons puur jeugdsentiment. Op onze brooddoos stond een T-rex, het bed deelden we met een pluchen velociraptor die ons ook vergezelde in dromenland. Wanneer het overbekende thema van John Williams voor het eerst weerklonk in ‘Jurassic World’, zaten we dan ook meteen weer onder het kippenvel. Dit langverwachte vierde deel van de ‘Jurassic Park’-saga baadt in nostalgie en is bij momenten een heerlijke hommage aan de klassieker van Steven Spielberg. Maar – en het doet ons pijn dat te zeggen – ook niet veel meer dan dat. Ja, het is mooi hoe regisseur/scenarist Colin Trevorrow (‘Safety Not Guaranteed’) dezelfde familievriendelijke sfeer neerzet en zelfs een paar oude decorstukken van stal haalt. Maar wij misten de uitgepuurde suspense van het origineel. De boosdoener? Computer-Generated Imagery. Met digitale animatie krijg je tegenwoordig alles klaargespeeld, maar ‘Jurassic World’ is het zoveelste bewijs dat je ze maar beter met mate gebruikt. Hoeveel dino’s Trevorrow ook op hoofdacteurs Chris Pratt en Bryce Dallas Howard afstuurt, nooit benadert hij de horror van de keuken- of de jeepscène in ‘Jurassic Park’. Spielberg had daarin nochtans maar 1 à 2 dinosaurussen ter beschikking. Hoe ironisch dat Trevorrow in zijn scenario net kritiek geeft op onze onstilbare honger naar meer: wetenschappers hebben een levensgevaarlijke hybride dinosaurus gekweekt, “omdat de mensen altijd groter, luider en cooler willen”. Pot. Ketel. Ook het verhaal kreunt onder de overdaad: we volgen te veel verschillende personages op te veel verschillende locaties, waardoor we uiteindelijk met niemand echt meeleven. Laten we wel wezen: ‘Jurassic World’ is een aangename zomerfilm, die zich echter te weinig weet te onderscheiden van talloze andere monster- en rampenfilms. Ga gerust kijken met je kroost, maar verwacht niet dat ze over twintig jaar nog nostalgisch aan hun ‘Jurassic World’-brooddoos zullen terugdenken.

Aantal sterren: 3/5



 

Lieven Trio