De vijf meest voorkomende wensen van mensen tijdens hun laatste dagen

Niemand klaagde over te weinig seks, of nooit te bungeejumpen. Een verpleegster op de palliatieve afdeling sprak met de patiënten tijdens de laatste dagen voor hun dood en lijstte de meest voorkomende dingen op waarvan de ze spijt hadden in de laatste dagen voor hun dood. Bijna bovenaan, vooral bij mannen, “ik wens dat ik niet zoveel gewerkt zou hebben.”

Bronnie Ware is een Australische verpleegster die jaren op palliatieve zorg werkte, zorgend voor de patiënten tijdens de laatste 12 weken van hun leven. Ze verzamelde alles in een blog, maar door het grote succes goot ze het later ook in een boek “The Top Five Regrets of the Dying”.



Ware schrijft over de fenomenale helderheid die mensen hebben tegen het eind van hun leven, en hoe we van hun wijsheid kunnen leren. “Wanneer je vraagt achter dingen waar ze spijt van hebben, dingen die ze anders zouden doen, dan komen steeds dezelfde thema’s naar boven.”

Bronnie Ware

Hier is de top vijf volgens Ware.

1. Ik wens dat ik de moed had om te leven zoals ik ben, niet zoals anderen van me verwachtten dat ik zou leven

“Dit was het meest voorkomend ding waar mensen spijt van hebben. Wanneer mensen realiseren dat hun leven bijna voorbij is en terugkijken, is het makkelijk te zien hoeveel dromen er niet in vervulling zijn gegaan. De meeste mensen hadden nog niet de helft van hun dromen vervuld en zouden sterven met het besef dat kwam door keuzes die ze maakten, of net niet maakten. Gezondheid geeft je een vrijheid waarvan heel weinig mensen beseffen dat je ze hebt, tot ze er niet meer is. ”

2. Ik wens dat ik niet zo hard gewerkt zou hebben.

“Dit hoorde ik van elke mannelijke patiënt waar ik voor zorgde. Ze zagen hun kinderen niet opgroeien en misten het gezelschap van hun partner. Vrouwen hadden het er ook spijt van, maar veel van de vrouwelijke patiënten waren van een oudere generatie en dus geen broodwinners. Alle mannen waar ik voor zorgde hadden erg veel spijt dat ze zo een groot deel van hun leven aan het werk zijn geweest.”

3. Ik wens dat ik de moed had om mijn gevoelens te uiten.

“Veel mensen onderdrukken hun gevoelens om zo conflicten met anderen te vermijden. Het resultaat is dat ze voor een middelmatig leven gingen, en nooit tot hun maximale potentieel hebben geleefd. Veel mensen ontwikkelden ziektes, gerelateerd met de bitterheid en de spijt die ze als gevolg met zich meedroegen.”

4. Ik wens dat ik contact had gehouden met mijn vrienden.

“Vaak beseften ze het belang van oude vrienden niet tot de weken voor hun dood, en dan was het niet altijd mogelijk om ze terug te vinden. Veel mensen raken zo bedwelmd door hun eigen leven dat ze in verloop van tijd waardevolle vriendschappen uit het oog zijn verliezen. Velen hadden spijt dat ze niet de tijd en de moeite investeerden in sommige vriendschappen die het wel verdienden. Iedereen mist zijn vrienden als ze sterven.”

5. Ik wens dat ik mezelf gelukkiger had laten zijn.

“Dit is een verrassend vaak terugkomende gedachte. Veel realiseerden pas in hun laatste weken dat geluk een keuze is. Ze raakten vast in oude patronen en gewoontes. Het zogenaamde ‘comfort’ van het bekende beheerste zowel hun emoties als in hun fysiek leven. Angst voor verandering zorgde ervoor dat ze deden alsof ze gelukkig waren, terwijl ze diep vanbinnen, terug wilden lachen en weer onnozelheid in hun leven wilden hebben.”