Voorgeproefd: Lieve mama

Verpleegster Helen is getrouwd met Werner, een succesvol horecaondernemer. Samen hebben ze drie kinderen van dertien, vijftien en zeventien. De achttienjarige Ralf woont nog bij zijn ouders. Zijn leven draait om zijn auto, zijn vrienden en geld verdienen. Hij laat zich meesleuren in een crimineel plan: een overval op de woning van Helen en Werner. Een horrorscenario ontvouwt zich op de bewuste avond, maar daarmee is de nachtmerrie voor Helen nog maar pas begonnen. ‘Lieve mama’ is de nieuwe thriller van Esther Verhoef.

Brian pakte Ralfs laptop af en nam hem op schoot. Hij leek het zwakke protest van zijn vriend niet op te merken – of hij trok zich er gewoon niets van aan.

Ralf was het gewend dat Brian hem negeerde. Het had trouwens ook geen zin om tegen hem in te gaan als hij net gebruikt had. Hij nam een slok van zijn Red Bull en legde zijn hoofd tegen de versleten bankkussens. Keek naar het plafond van het schuurtje, waar het spinrag zich als flinterdun textiel om de tlbuis had gewikkeld. De geperste plafondplaten leken op kluwen wormen. Hij kneep zijn ogen dicht. Koppijn. Niet alleen van de lange nacht; het kwam vooral door het gezeur van zijn moeder. Ze had hem vannacht wel dertig keer gebeld en hem talloze berichtjes gestuurd. Stalkster. Hij had het vanochtend pas gezien – zijn telefoon had uitgestaan.

Rond zessen was hij doodmoe thuisgekomen. De weg naar zijn warme bed werd versperd door zijn moeder. Ze had in de keuken gezeten, met wallen onder haar bloeddoorlopen ogen. Een halflege fles wijn op tafel. Huisarrest had ze hem opgelegd – huisarrest! Alsof hij nog een baby was. Hij was verdomme achttien. Had een auto. Waar bemoeide ze zich mee?

Hij kon maar beter snel op zichzelf gaan wonen. Ergens in Rotterdam of Den Haag met een paar vrienden een flat of een huis huren. Als hij het geld er maar voor had.

Zijn moeder had aan één stuk door tegen hem staan schreeuwen. Ze had amper de tijd genomen om adem te halen. Zijn vader was op het lawaai afgekomen, maar hij had zich er niet mee bemoeid. Dat deed hij nooit. ‘Je moeder kent je het beste,’ had hij gezegd, en daarna was hij naar zijn werk vertrokken.

Maar ze had geen idee van zijn leven. Hij was al duizend keer eerder ’s nachts het huis ontvlucht en met Brian of andere vrienden naar Den Haag of Antwerpen gereden. Daar had hij dingen meegemaakt die zij alleen maar kende van die tv-series waar ze als een zombie naar zat te loeren. Nee, ze had geen flauw benul. Maar ze dacht wel dat ze overal verstand van had. En ze had een hekel aan Brian. ‘Waarom zoekt die jongen geen vrienden van zijn eigen leeftijd?’ vroeg ze. Of: ‘Zijn houding staat me niet aan.’ Hij haalde dan zijn schouders op. Zij hoefde toch niet met hem op te trekken?

Sommige vrienden hadden hem gewaarschuwd voor Brian. Ze waren gewoon bang van hem. Jammer voor hen. Of ze het er nu wel of niet mee eens waren: Brian was zijn vriend. Hij was oké. Misschien niet voor iedereen, maar wel voor hem. A friend to everybody is a friend to nobody.

‘Ook dat nog.’ Terwijl Helen haar fiets de stalling uit duwde, voelde ze de eerste druppels. Ze zette haar kraag op en fietste met gebogen hoofd langs de hefbomen naar de doorgaande weg. De hele dag was het zonnig en droog geweest, maar net nu haar werk erop zat, scheurde vlak boven de stad een wolk open. Binnensmonds vloekend ontweek ze een voetganger die midden op het fietspad een paraplu opstak.

Daarna vulde de geur van nat asfalt en vochtige aarde haar neusgaten en dacht ze aan de tatoeage die ze een paar maanden geleden op haar onderarm had laten zetten. Heel subtiel. Van een afstand leek het een grijze streep, maar als je dichterbij kwam, las je: count your blessings.

Er waren ergere dingen die een mens konden overkomen dan een regenbui. Daar stond ze elke dag met haar neus bovenop. De zorgelijkheid die haar karakter was gaan domineren nadat ze moeder was geworden, werd alleen maar meer gevoed door de strijd die ze zo vaak voor haar ogen had zien voeren. Patiënten kregen een injectie, sloten hun ogen en verdwenen – niemand wist waarheen. Wat overbleef was een slap, willoos lichaam waar de ziekte uit gesneden moest worden. Maar soms liet de ziekte zich niet weghalen, en heel soms viel ineens de bloeddruk weg, stopte het hart met kloppen en konden geen enkel middel en geen enkele inspanning de patiënt terughalen van de plek waar hij naartoe was gegaan.

Esther Verhoef, Lieve mama, Prometheus, 512 p., 19,95 euro