‘Ik heb een geweldige interesse in losers’

Marnix Peeters is een man die al vele watertjes heeft doorzwommen. Van muziekrecensent voor Humo tot populaire deelnemer aan de Slimste Mens ter Wereld en gevierd auteur. Peeters stelt deze week zijn nieuwe boek “De Trapchauffeur” voor in Amsterdam en Antwerpen.

Kan je eens vertellen waarover het boek gaat?



Het is een verhaal dat is ontstaan uit het woordgrapje trap/tram-chauffeur. Ik heb een geweldige interesse in losers en Antoine is weer zo iemand die het eigenlijk niet haalt. Hij is trapchauffeur op de luchthaven en loopt als verstekeling mee in de maatschappij. Zijn sociaal leven is beklagenswaardig. Hij heeft vrienden die er eigenlijk geen zijn en zijn enige echte vriend, Norbert, is getuige van Jehova die hem dwingt om mee te gaan. Alles gaat fout voor Antoine.

Het is een kort, flitsend boek dat je zelf een novelle noemt. Waarom heb je voor dit formaat gekozen?

Dat komt door mijn achtergrond als journalist. Ik heb geleerd om me te beperken tot de essentie. Ik kan niet blijven emmeren. Elk hoofdstuk telt een pagina of maximum twee en daardoor zeg je al snel ’s avonds in bed ‘ach kom, nog eentje’ en voor je het weet, is het boek uit. Ik vergelijk mijn boek met polaroids want het zijn korte beschrijvingen die toch veel zeggen. Het is minimalistisch en het gekke is dat je eigenlijk vrij weinig te weten komt over de personages maar je krijgt op weinig bladzijden toch een goed beeld van hun leven.

Je brengt elke zes maanden een boek uit. Waar haal je die inspiratie vandaan?

Door laat te beginnen schrijven. Ik was 45 toen ik begon als auteur. Ik ben als journalist in veel verschillende werelden terecht gekomen. Bij Humo was ik bezig met muziek. Bij Het Laatse Nieuws schreef ik lange reportages over ‘Jos’ en ‘Mariette’. Ik heb de onnozelste en de tofste dingen meegemaakt en die onbevredigbare lust voor rare mensen en hun verhalen werkt nu als inspiratie.

Humo noemde je ‘een literair wonderkind op speed’ terwijl anderen je ‘vulgair, ongrappig en slechts sporadisch relevant’ noemen. Zoek je die controverse expres op?

Nee, ik zoek dat niet op maar ik ben wel blij dat dat zo is. Ik vind het essentieel dat mensen je haten. Ik ben echt een alles of nikser. Ofwel vind je het fantastisch ofwel vind je het niets. Mensen worden er echt kwaad van als je seksistische en racistische praat verkoopt. Ik vind het een compliment dat mensen zo kunnen schuimbekken over dingen die je verzonnen hebt. Dat is toch de mooiste pluim die je op je hoed kan zetten? Als ik dat lees dan denk ik ‘well done’.

Heeft je deelname (8 afleveringen) aan de Slimste Mens ter Wereld ervoor gezorgd dat je naamsbekendheid als auteur steeg?

Ik weet niet of dat iets zal doen, want wat heb je aan het feit dat mensen je op straat herkennen? Het gebeurt dat mensen mij herkennen, een foto trekken en weggaan. Dat is heel gek. Ik ben er trouwens nog altijd van overtuigd dat ik dom ben. Ik heb een slecht geheugen. Ik heb voor mijn eerste deelname wat opgezocht over de 100 bekendste acteurs. Je moest dan de naam bij de foto zetten en ik had 6 op 100. Ik heb toen tegen mijn vrouw gezegd dat ik moest studeren. Ik heb mij dan een maand beziggehouden met het vergaren van kennis en als je je zo instelt, dan komt die kennis terug. Dat is heel bizar. Het straffe is dat ik nadien wilde schrijven, maar mijn hoofd zat nog in Slimste Mens-modus. Ik heb dan twee weken nodig gehad om terug te kunnen verzinnen en schrijven.

De trapchauffeur wordt vervangen door technologie. Denk je dat auteurs en boeken ook ooit datzelfde lot zullen ondergaan?

Absoluut niet. Uiteindelijk staat het boek voor dezelfde evolutie als de muziek. Er moet een model ontwikkeld worden dat boeken betaalbaar maakt en gemakkelijk afneembaar, want dan willen mensen wel betalen. Ik heb zelf een e-book reader en ik vind dat fantastisch. Ik neem acht boeken mee op reis en als ik een woord niet ken dan kan ik dat meteen opzoeken. De muziek kende zware tijden, maar is daar beter uitgekomen want er zijn nu veel meer verschillende genres. Heel de sector heeft zijn rug gerecht en is daar doorgesparteld. Dat zal met de literatuur ook gebeuren.

Wat kunnen we verwachten van je volgende boek, “Niemand houdt van Billie Vuist”?

‘Niemand houdt van Billie Vuist’ is weer een extreem vettig boekje. Billie richt zijn eigen moeder ten gronde. Ze verdient dat wel, want zijn moeder is verschrikkelijk slecht. Het is met pastoors die in Pattaya gaan poepen. Misbruik door priesters op een verschrikkelijk schaal. Eigenlijk, zo proper als dit boek is, want dit is het eerste zonder seks, wat bewijst dat ik het ook zonder kan. Maar in de zomer is het toch weer tijd voor vettigheid, want vettig is goed hé.

Roald Rijcken

Metro schenkt tien exemplaren van het boek. U kan hier deelnemen.