Honden zien verschil in menselijke gezichtsuitdrukkingen

De hond is al eeuwen de beste vriend van de mens. Hoe komt het nu dat de mens zo gehecht is aan deze trouwe viervoeter? Enkele onderzoekers denken hiervoor een verklaring te hebben gevonden. Hondenliefhebbers weten het al langer maar nu gaan ook wetenschappers ervan uit: Honden kennen het verschil tussen onze gelukkige en boze gezichten. Het onderzoek is deel van een groter onderzoek dat analyseert hoe mensen en dieren met elkaar omgaan.

De onderzoekers van het Messerli Research Institute’s Clever Dog Lab in Wenen toonden foto’s van gelukkige of boze gezichten aan twintig honden. De foto’s bevatten ofwel een deel van de regio rond de mond ofwel een deel van de regio rond de ogen. Tien honden werden beloond wanneer ze een boos gezicht  konden aanduiden met hun neus, de andere helft werd beloond wanneer ze een gelukkige persoon aanduidden. Daarna werden er verschillende tests uitgevoerd.

Professor en onderzoeker Huber: ‘In één test toonden we hen nieuwe gezichten van mensen die ze nog nooit hadden gezien. In een andere test toonden we hen verschillende delen van het gezicht. Wanneer we de honden de andere kant van het gezicht toonden, hetgeen ze niet hadden geleerd tijdens de training, konden ze toch een link maken. Dus wanneer ze bijvoorbeeld in de training de mond zagen van een gelukkig gezicht dan associeerden ze dat met dezelfde gelukkige ogen.’

De psycholoog en expert in relaties tussen mens en dier, Dr. Kun Guo, gaf een reactie op het onderzoek: ‘Met dit onderzoek weten we dat honden het verschil kunnen maken tussen de vorm van de ogen en de mond. Ze hebben dus een soort van sjabloon in hun geheugen. De studie toont echter niet aan dat de honden het verschil kennen tussen deze emotionele uitdrukkingen.’

Volgens professor Huber merkten de wetenschappers wel op dat de viervoeters meer moeite hadden om een boos gezicht te associëren met een beloning. Dit kan erop wijzen dat ze in een vroeger stadium al leerden weg te blijven bij kwade mensen.

De studie verscheen op 12 februari in het vakblad Current Biology.