Vrouw getuigt over gruweldaden in Noord-Koreaanse strafkampen

Dat in Noord-Korea, officieel de Democratische Republiek Korea, de mensenrechten niet worden nageleefd was eerder al bekend. Slechts enkelen konden hun verhaal aan de buitenwereld brengen. Hier is een pakkende getuigenis van Ji-hyun Park. Een vrouw die een jaar lang verplicht werd om in een Noord-Koreaans strafkamp te werken. “Heel Noord-Korea is een gevangenis.”

“Mensen eten ratten om te overleven,” begint de moedige Park haar verhaal voor de camera’s van Amnesty International. De vereniging voor de mensenrechten brengt “The Other Interview”. Een verwijzing naar de Amerikaanse film ‘The Interview’, een satire over het Noord-Koreaanse regime en haar dictator, Kim jong-Un. “Ik ben in China opgepakt, omdat ik uit mijn land ben gevlucht wegens een voedseltekort,” zegt Park. “De hele bevolking heeft er honger, niet enkel zij die naar de strafkampen worden gestuurd.”



In China werd Park uitgehuwd zonder rechten. Ze werd verplicht om mee te doen,”want Noord-Koreaanse vluchtelingen zijn machteloos in China.” Voor 500 dollar werd Ji-hyun Park uiteindelijk verkocht en verplicht om een kind te baren. Een paar maand na de bevalling vernamen de autoriteiten de illegale praktijken en werd ze terug naar haar geboorteland gestuurd. Daar werd ze veroordeeld om in een strafkamp voor vrouwen te gaan werken, in het district van Songpyong.

“We moesten onze bewaker ‘leraar’ noemen, en werden behandeld als beesten. Iedere dag begon om half vijf ’s ochtends, en eindigde in de zomermaanden pas om acht of negen uur ’s avonds. We kregen zodanig weinig eten dat we door de honger de rauwe aardappelen waar de aarde nog aanhing, opaten. De zwaarste taak was om een ploeg voort te duwen, al rennend.” Als u meer van Parks bekentenis wilt horen, dan moet u zeker het onderstaande filmpje bekijken.

Na een jaar in het kamp krijgt Park tetanus in haar linkerbeen. Ze kan niet meer bewegen en wordt terug naar huis gestuurd. Haar vader wijst haar de weg naar de vrijheid en voor de tweede maal ontsnapt ze naar China. Daar vindt Park haar zoon terug en beslist ze om het land te verlaten. Via Mongolië, waar Park “door een mysterieuze man geholpen wordt,” geraakt ze voorgoed uit de klauwen van het regime. Samen met die man bouwt ze haar leven op in Manchester. Ondertussen heeft ze vier kinderen en probeert ze haar leven terug op te bouwen na haar verschrikkelijke jaren in Noord-Korea.