Waarom gieren niet ziek worden na het eten van karkassen

Als je een gier bent, moet je lef hebben. Dat zeggen deskundigen die dinsdag een van de oudste mysteries van de dierenwereld hebben opgelost. Gieren hebben de gewoonte om rottende karkassen te verorberen. Ze worden de vuilnismannen van de wildernis genoemd en ze zijn extreem belangrijk voor onze planeet. Maar tijdens hun werk stellen ze zich bloot aan een aantal toxinen en microben die voor andere dieren fataal kunnen zijn. Waarom kunnen gieren daar dan wel tegen?

De gier beschikt volgens de wetenschappers over een buitengewone spijsvertering. De darmen van de gier zijn door eeuwen van evolutie geperfectioneerd en doden de meeste ziektekiemen die de gier inslikt en de overige die overleven blijven in zijn systeem bewaard.



“Onze resultaten tonen aan dat de gieren een sterk vermogen aantonen om zich aan te passen aan bacteriën,” legde Michael Roggenbuck, een onderzoeker aan de Universiteit van Kopenhagen, uit. “Enerzijds hebben gieren een sterk spijsverteringsstelsel en kunnen ze bepaalde bacteriën doden, anders beschikken ze over een enorm snel aanpassingsvermogen waardoor ze kunnen overleven met dodelijke bacteriën in hun lichaam.”