Tips & tricks: architectuurfotografie

Gebouwen zijn een prima onderwerp voor de fotograaf en bovendien zijn er ruim voldoende in de stad. De variatie in gebouwen, in stijl en grootte betekent dat je ook heel wat variatie in je foto’s kan brengen. Er bestaan enkele nuttige technieken waarmee je foto’s van gebouwen meer uitstraling kan geven. Hieronder brengen we er een aantal aan bod.

Basisapparatuur



Een van de voordelen van architectuurfotografie is dat je niet veel apparatuur nodig hebt om te kunnen beginnen. Met een spiegelreflexcamera met standaardzoom kun je al veel verschillende foto’s van gebouwen maken.

In het ideale geval gebruik je een statief, maar deze zijn vrij onhandig om mee te nemen. Als alternatief kun je een eenpotig statief gebruiken. Dat geeft extra steun ten opzichte van fotografen uit de hand, maar neemt minder ruimte in en is lichter dan een driepotig statief.

Als je geen statief gebruikt, stel je best een korte sluitertijd in om zo het effect van cameratrillingen te verminderen. Met een hogere ISO-waarde kun je bij weinig licht opnamen maken met een snellere sluitertijd.

Verschillende lenzen voor verschillende foto’s

De eenvoudige manier om een gebouw te fotograferen is om op ruime afstand te gaan staan, zodat het hele bouwwerk in beeld komt. Gebruik zo mogelijk de telefotostand van een zoomlens, zodat je op nog ruimere afstand moet gaan staan om het hele gebouw in beeld te krijgen. Waarom? Hoe groter de afstand, hoe kleiner de kans op convergerende lijnen.

Convergerende lijnen ontstaan wanneer je de camera omhoog kantelt naar een onderwerp met parallelle zijden. In de foto lijken de zijden aan de bovenkant dichter bij elkaar dan aan de onderkant. Ga op nog ruimere afstand staan, zodat je de camera minder of helemaal niet omhoog hoeft te kantelen.

Convergerende lijnen kunnen juist deel uitmaken van je foto. Ga dichter bij het gebouw staan en kantel je camera om een opzettelijk vervormd beeld van het gebouw te creëren. De truc is om de camera zo te kantelen dat de lijnen sterk convergeren. Zo maak je duidelijk dat het effect opzettelijk is.

Bij het fotograferen van een landhuis en het omliggende terein is dat over het algemeen geen probleem. Het is echter lastiger in steden, waar gebouwen omgeven zijn door andere gebouwen. Hier komt de groothoekinstelling van je zoomlens wellicht van pas. Als je de camera gelijk houdt met de grond, bevindt het gebouw zich mogelijk alleen in het bovenste deel van het beeld met een uitgestrekte voorgrond. Als je echter een gezichtspunt kunt vinden met een interessant object op de voorgrond, kan dat helpen om de aandacht naar het onderwerp in de foto te trekken.

Een ideaal type lens voor architectuur is de ‘tilt and shift’. Dat type lens kan het beste worden gebruikt met een statief en zorgt dankzij de verschuivingsfunctie van de lens voor een effect dat vergelijkbaar is met het gebruik van een hoger perspectief. In sommige situaties kun je de bovenkant van een gebouw in beeld krijgen terwijl je de camera parallel houdt met de grond.

Alternatieve gezichtspunten

Je hoeft gebouwen niet vanaf de grond te fotograferen. Zoek eens een gezichtspunt dat hoger is. Een ander gebouw of een bouwwerk zoals een brug of een parkeergarage, kan een totaal ander perspectief aan je onderwerp geven. Dat heeft als voordeel dat de camera hoger staat en niet hoeft te worden gekanteld. Je kunt de afstand tussen jou en het onderwerp echter niet veranderen. Een zoomlens met een groot bereik is daarom de beste manier om het gebouw nauwkeurig in beeld te krijgen.

Overweeg eventueel een lager gezichtspunt. Dat werkt het beste als je een object op de voorgrond kunt vinden, zoals bloemen. Ga met je camera op de grond liggen, zodat de bloemen een interessante voorgrond vormen voor het hoofdonderwerp.

Details vastleggen

Een algemeen beeld van een gebouw kan de moeite waard zijn, maar de details zijn soms nog interessanter. Kathedralen en kerken zijn vaak versierd met stenen beeldhouwwerken. Soms staan deze op de grond en zijn ze eenvoudig te fotograferen. Soms bevinden ze zich hoger en kunnen ze het beste op afstand worden gefotografeerd met de telefotoinstelling van een zoomlens. Dat vermindert de vervorming die wordt veroorzaakt doordat de camera omhoog wordt gekanteld.

Moderne gebouwen hebben meestal geen beeldhouwwerken, maar wel patronen in hun ramen en structuur in hun bouwmaterialen.

Oud versus nieuw

Oudere gebouwen worden vaak gefotografeerd in de context van hun ligging, met een deel van hun omgeving. Moderne gebouwen bevinden zich minder vaak in een open omgeving en kunnen beter op een abstracte manier worden benaderd, vooral door close-ups van delen van het bouwwerk.

Het moment van de dag

De beste momenten van de dag voor het fotograferen zijn ’s ochtends vroeg en ’s avonds laat, mits er weinig of geen wolken zijn. De zon zorgt dan voor een heel warme belichting, vandaar de term ‘gouden uur’. Dat licht is geschikt voor gebouwen van steen en voor constructies van beton en glas; de gebouwen krijgen een gloed die ontbreekt in de felle middagzon. ’s Ochtends vroeg of ’s avonds laat fotograferen betekent ook dat er minder mensen zijn die ongewenst op je foto komen te staan.

Met deze tips maak je ongetwijfeld een schitterende foto van een gebouw. Vergeet het resultaat zeker niet in te sturen voor de Metro Photo Challenge. Die loopt nog tot 18 november. Veel succes!