Tips & tricks: fotograferen in de stad

Een van de categorieën van de Metro Photo Challenge is ‘De Magie Van De Stad’. Daarbij vragen we je om het stadsleven op een leuke en unieke manier in beeld te brengen. Om je alvast op weg te zetten, geven wij en onze partner Canon je hieronder enkele tips & tricks voor een geslaagde stadsfoto.

Een stadsfoto is anders dan een foto van een landschap. Vaak is het in een stad moeilijk om voldoende afstand te nemen van het onderwerp omdat er gebouwen of wegen in de weg staan. Daarom zal een stadsfotograaf zich eerder concentreren op kleinere gedeelten van een scène of proberen de vormen, patronen en contrasten waaruit een stad bestaat vast te leggen. Bij een stadsfoto moet je dus ook op andere elementen letten.

Het moment van de dag

Wie een landschap wil fotograferen, krijgt vaak het advies om de foto vroeg in de ochtend of ’s avonds, wanneer de zon laag aan de hemel staat, te nemen. Fotografen in de stad hebben meer flexibiliteit. Afhankelijk van het onderwerp kunnen ze op ieder moment van de dag of zelfs ’s nachts foto’s nemen.

Dat neemt niet weg dat het ochtendgloren een van de beste momenten is om een foto te nemen. De gouden gloed van de laagstaande zon geeft stenen en cement enige warmte. Bovendien wordt het licht dan ook op een aangename manier gereflecteerd. Je krijgt vaak ook mooie resultaten als de zon in foto’s te zien is.

Als de zon in de loop van de dag hoger aan de hemel komt te staan, verschuiven de schaduwen over het onderwerp en ontstaan er interessante licht- en schaduwpatronen. Probeer een reeks foto’s te nemen van hetzelfde onderwerp op verschillende momenten tijdens één dag. Uit de foto’s blijkt dan hoe het licht gedurende de dag verandert.

Verschillende gezichtspunten

Je wilt natuurlijk dat je foto aansprekend is. Zoek naar contrasten, bijvoorbeeld tussen oude en nieuwe gebouwen in één beeld of tussen licht en schaduw waardoor bijna abstracte foto’s ontstaan.

Als je vanuit een laag perspectief foto’s maakt van hoge gebouwen ontstaan vaak interessante beelden, gewoon omdat je de scène vanuit een ander perspectief bekijkt. Soms is gewoon staan en de camera omhoog richten al voldoende om een mooie foto te nemen. Je kunt ook op je knieën gaan zitten en met de camera omhoog kijken of de camera bij de grond plaatsen om foto’s met een overdreven perspectief te nemen.

Monochrome afbeeldingen

Steden zijn bijzonder geschikt voor zwart/witfotografie, het weghalen van de kleuren benadrukt immers de vormen en het contrast. Met sommige camera’s kan je meteen foto’s nemen in zwart/wit of sepia.

Als je niet over zo’n camera beschikt, is het ook mogelijk om de kleuren aan te passen met beeldbewerkingssoftware. Je kan met allerlei effecten experimenteren op de kleurenfoto. Let wel op, als je een foto verwerkt en opslaat als zwart/witfoto in .jpeg-formaat, gaan alle kleurgegevens verloren.

Personen uit foto’s verwijderen

Tenzij je ’s ochtends heel vroeg opstaat, is de kans groot dat voorbijgangers je foto’s ontsieren. Je kunt dit probleem oplossen met grijsfilters. Deze filters verlagen het aantal lichtstralen dat door het objectief valt en verlengen de belichtingstijd ter compensatie. Bij een belichtingstijd van 20 tot 30 seconden staan voorbijgangers niet lang genoeg op dezelfde plek om een afbeelding te vormen. Het resultaat is dat de straat verlaten lijkt.

Je hebt hiervoor een extreme grijsfilter nodig, zoals een filter met een dichtheid van 3.0, waarbij het licht in stoppen van 10 wordt gefilterd. Dat betekent dat je opnamen kunt maken meteen belichtingstijd van 32 seconden in plaats van 1/30 seconde.

Plaats je camera altijd op een stevig statief tijdens zo’n lange belichtingstijd om beweging te voorkomen.

Objectieven en statieven

Landschapsfoto’s worden vaak genomen met groothoekobjectieven om het volledige beeld vast te kunnen leggen. Voor stadsfoto’s zijn korte telelenzen vaak geschikter zodat je kleine gebieden met veel details kunt uitlichten.

Sommige camera’s bezitten over krachtige zoomfuncties, die variëren van groothoek tot telelens. Je kan die functie benutten om je foto’s te laten verschillen van elkaar. Als je camera hier niet over beschikt, kan je je een zoomobjectief aanschaffen zodat dit wel mogelijk wordt.

Een statief is handig om ervoor te zorgen dat je camera niet beweegt. Dat is vooral essentieel als je met een lange sluitertijd aan het werken bent.  Je kunt de gevolgen van bewegingsonscherpte ook verminderen door een kortere sluitertijd in te stellen. Als je een kortere sluitertijd instelt, moet je wel de ISO-instellingen verhogen. Hogere ISO-instellingen kunnen tot meer ruis in de foto’s leiden, maar dit korrelige effect past soms wel bij stadsfoto’s.

Met deze tips kan je aan de slag om foto’s te trekken in de stad. Wij zijn alvast nieuwsgierig naar het resultaat. Vergeet je foto’s niet in te zenden op de pagina van de Metro Photo Challenge. Veel succes!