Zij had de gevaarlijkste job ter wereld

Eten was een spelletje Russische roulette voor Margo Wölk, want elke hap die ze nam kon haar dood betekenen. Mevrouw Wölk was een van de vijftien vrouwen die in dienst waren bij het Pruisische hoofdkwartier van Adolf Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog. Margo Wölk was de persoonlijke voorproever van de nazi-leider.

In een interview met de Berlijnse televisiezender RBB vertelt de 96-jarige weduwe dat de vrouwen in tranen uitbarstten na elke maaltijd, omdat ze dankbaar waren dat ze het overleefd hadden. Door de constante geruchten dat de Britten Hitler wilden vergiftigen, at de Oostenrijker nooit vlees. Zijn maaltijden bestonden uit rijst, noedels, paprika, erwten en bloemkool.

Hitler

“Sommige meisjes begonnen te huilen als ze aten, omdat ze zo bang waren. We moesten alles opeten en een uur wachten. Elke keer waren we doodsbang dat we ziek zouden worden. We huilden tranen met tuiten na elke maaltijd omdat we zo blij waren dat we het overleefd hadden.”

Mevrouw Wölk werd per ongeluk een voorproever van Hitler toen ze naar het huis van haar moeder vluchtte dat vlakbij het hoofdkwartier van Hitler lag. Elke dag werd ze opgepikt door een bewaker om op het hoofdkwartier het voedsel van Hitler te testen. Ondanks haar positie zag mevrouw Wölk Hitler nooit persoonlijk. Wel werd ze verkracht door een van zijn bewakers.

Op 20 juli 1944 liet een groep Duitse legerofficieren een bom ontploffen met het doel Hitler te doden.  “We zaten op houten banken en plotseling hoorden we een ongelooflijke knal. We vielen van de bank en ik hoorde iemand roepen dat Hitler gestorven was. Maar natuurlijk was dat niet zo.”

Als gevolg van de aanslag werden bijna 5000 Duitsers terechtgesteld door de Nazi’s en mevrouw Wölk moest naar een ander gebouw verhuizen.

In 1944 vluchtte ze met de hulp van een SS-officier naar Berlijn, maar daar stopte de gruwel van de oorlog nog niet. “We hebben geprobeerd om ons te verkleden als oude vrouwen toen de Russen Berlijn binnenvielen, maar ze trapten er niet in. Ze sneden onze jurken open en sleurden ons mee naar de flat van een arts. Daar werden we gedurende 14 dagen vastgehouden en verkracht. Het was de hel op aarde.”

Uiteindelijk hielp een Britse officier haar en mevrouw Wölk wachtte geduldig op nieuws van haar man. Hij verscheen op de stoep in 1946, maar niets was nog hetzelfde. Hij had jaren in een gevangenenkamp gezeten en woog amper 45 kg. Mevrouw Wölk kampte met ernstige nachtmerries en het koppel ging uit elkaar.