Word je nu gelukkiger of ongelukkiger als je kinderen hebt?

Sinds de jaren ’80 spreken economisten en psychologen over een gelukskloof bij ouders. Dat houdt in dat mensen met kinderen minder gelukkig zijn dan mensen zonder kinderen, doordat ouders heel wat meer werk hebben met hun kinderen en daardoor minder tijd hebben voor zichzelf. Maar nieuw onderzoek van Chris Herbst van de Arizona State University en John Ifcher van de Santa Clara University beweert het omgekeerde. Hun onderzoek bekijkt huishoudens ook vanuit een ander perspectief. Vroeger werd er enkel onderzoek gedaan naar de biologische ouders die met hun kind samenwonen. Ifcher en Herbst keken ook naar stiefouders of ouders die hun kind geadopteerd hebben, ouders die bewust kinderen in huis nemen die zij niet verwekt hebben.

Voor hun onderzoek onderzochten Herbst en Ifcher twee enquêtes. Uit die onderzoeken haalden ze de tendensen van geluk en bekeken ze ouders als iedere volwassene die onder één dak woont met een niet-volwassene. De resultaten publiceerden ze in ‘The Increasing Happiness of Parents’.

Zoals de titel al doet vermoeden zijn mensen met kinderen tegenwoordig gelukkiger dan mensen zonder kinderen. Uit het onderzoek blijkt dat in vergelijking met de jaren ’80 de gelukzaligheid van mensen met kinderen gelijk is gebleven, terwijl dat bij mensen zonder kinderen gezakt is. Relatief gezien zijn mensen met kinderen dus gelukkiger dan mensen zonder kinderen.

Volgens Ifcher is er in het algemeen een negatieve tendens in het geluk van volwassen, maar mensen met kinderen zijn niet beïnvloed door die trend. Volgens Herbst heeft de hoeveelheid kinderen of de leeftijd van de kinderen geen invloed op het geluk van de ouders, hoewel je toch zou verwachten dat ouders met puberende kinderen minder gelukkig zouden zijn. Wat hen ook opviel is dat zelfs de minst gelukkige ouders, alleenstaande werkende moeders, gelukkiger zijn dan hun tegenhangers zonder kinderen. Volgens Herbst kan technologie daar een rol in spelen. Afwasmachines en andere nieuwe technologische middelen zorgen ervoor dat alleenstaande moeders minder tijd moeten spenderen aan het huishouden en meer tijd kunnen doorbrengen met hun kinderen.

Herbst en Ifcher bieden drie verklaringen waarom ouders tegenwoordig gelukkiger zijn. Een eerste verklaring is dat mensen steeds meer geïsoleerd raken van de gemeenschap en hun familie. Kinderen zijn een ideale manier om in contact te blijven met de gemeenschap. Denk maar aan kinderen die komen spelen, ouderraden of hobby’s van de kinderen. Dat zijn momenten waarop ouders in contact komen met andere ouders in hun gemeenschap, waardoor ze elkaar leren kennen. Kinderen zijn de hoeksteen van dit soort contact.

Een tweede verklaring is de belastingvermindering die kinderen met zich meebrengen. De laatste jaren krijgen mensen met kinderen ten laste meer belastingvermindering (zeker in de VS), waardoor een kind minder weegt op het budget.

Een derde verklaring is dat er over de jaren heen een verandering is gekomen in wie er kinderen heeft en waarom die persoon of personen kinderen heeft. Het is tegenwoordig sociaal meer aanvaardbaar dat kinderen buiten het huwelijk geboren worden en tegelijkertijd is het ook meer aanvaard om geen kinderen te hebben. De mensen kiezen vandaag de dag veel bewuster of ze kinderen willen en of niet. Veel minder mensen voelen sociale druk om kinderen te hebben. Mensen die nu dus nog kinderen hebben, zijn vaker gelukkig met hun keuze.