Drukken aan vijftienduizend per uur

Drukkers. De dag dat reclamefolders enkel nog onze digitale postbus vervuilen en we de krant alleen nog online lezen, zijn ze uitgestorven. Maar voorlopig hebben ze hun handen meer dan vol. Met reclameblaadjes vol goedkope zwangerschaps- kledij, stadsfolders en ander blinkend drukwerk.

Vergeet Gutenberg en Plantijn. De drukkunst is al lang niet meer ambachtelijk, het is vooral de techniek die in de printsector primeert. Een drukker kent zijn machine tot de kleinste vijs, en het is uit- eindelijk ook die machine die de drukkunst maakt, niet de man die de knoppen bedient.



Twintig minuten. Zo kort duurt de pauze van de drukkers in drukkerij Albe De Coker. Elk om beurt dan nog, want de machines blijven draaien en moeten constant in de gaten gehouden worden. Een drukkerij is geen fabriek, maar bij momenten lijkt het werk hier hard op draaien aan een lopende band.

De combinatie met het ploegensysteem maakt het fysiek zwaar. Donderdag vinden mijn collega’s van de vroege shift het moeilijkst. Dan begint de vermoeidheid haar sporen na te laten.

Perfectie
Elk product dat uit de machine rolt, ziet er dan wel anders uit, het werk op zich is redelijk eentonig. Eerst offsetplaten klaarzetten in de verschillende kleurbakken, daarna de job in de computer inladen en tot slot de machine juist afstellen. Vervolgens jaagt de machine tegen vijftienduizend vellen per uur het papier door de rollen.
Met oog voor detail en een vaste hand controleert de drukker de prints op minimale verschuivingen of op onjuiste kleuren. Goed is niet goed genoeg, de verhoudingen moeten perfect zitten. Bij het kleinste foutje worden de reeds gedrukte exemplaren onverbiddelijk in de recyclagebak gegooid: zoveel afval, enkel en alleen omdat de klant perfectie eist, dat voelt raar. Voortaan vloek ik niet meer bij een onzuivere kleur of een versprongen letter in mijn krant.

// Hanne reumers van http://www.roadies.be