“Onze beleidslijn is dat de politie niet aan etnisch profileren doet”

Onze beleidslijn is dat de politie niet aan etnisch profileren doet

Etnisch profileren hoort niet tot het beleid van de politie. Dat zegt minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon in een reactie op een rapport van Amnesty International. Op basis van interviews met politiemensen, schrijft de mensenrechtenorganisatie dat niet alleen etnische minderheden, maar ook politiemensen zelf aangeven dat dit een realiteit is waar nog te weinig aandacht voor is. Bij monde van zijn woordvoerder zegt Jambon niet akkoord te gaan met de vaststelling dat politie en politiek te weinig doen. “Nooit eerder heeft een minister van Binnenlandse Zaken zoveel inspanningen gedaan om dit tegen te gaan”, aldus Jambons woordvoerder. In de opleiding is er veel aandacht voor de gevaren van etnisch profileren, zegt woordvoerder Olivier Van Raemdonck. Hij wijst ook op de afgelopen jaren gelanceerde initiatieven die agenten bewust moeten maken van de risico’s op etnisch profileren. Zo werd in 2014 op de luchthaven van Zaventem gestart met opleidingen BDO, of behaviour detection. Deze opleidingen, die politieambtenaren gedurende drie dagen objectieve indicatoren van afwijkend gedrag leren detecteren, worden nu verder uitgerold over het hele land.
“Maar we staan natuurlijk open om de werking van de organisatie, waar 45 à 50.000 agenten voor werken, verder te verbeteren”, aldus Van Raemdonck, die daarbij onder meer denkt aan initiatieven die de bewustmaking van de problematiek verder kunnen vergroten.
Amnesty kwam het onderzoek dinsdag al voorstellen op het kabinet-Jambon. “Tegenover Amnesty heeft de minister erop gehamerd dat etnisch profileren geen beleid is binnen de politie en dat het niet toegelaten is”, aldus Van Raemdonck. “Het is natuurlijk wel zo dat de politie een grote organisatie is. Het is mogelijk dat er enkele rotte appels zijn, maar daarom is niet de hele mand rot.”
De mensenrechtenorganisatie vraagt daarom registratie van politiecontroles, maar daarop wil Jambon niet ingaan. “Wij werken op basis van vertrouwen”, klinkt het. “Als er fouten gebeuren, dan rekenen we op de interne sociale controle om dat te corrigeren en indien nodig te melden. Een pervers neveneffect van zo’n registratie zou kunnen zijn dat het politiemensen belemmert hun werk te doen, omdat ze opzien tegen de administratie na, bijvoorbeeld, een identiteitscontrole.”

bron: Belga