Pendelaar Dario Dehaspe: “Jezelf aanraken is taboe in het Westen”

Elke week grijpt Metro een pendelaar bij de kraag voor een kort gesprek. Achter elke anonieme reiziger schuilt immers een verrassende persoonlijkheid. Deze week is het de beurt aan Dario Dehaspe, een 25-jarige pianist.

ZICHT
Boeken en comics zijn een grote inspiratiebron voor mijn muziek. Ik kijk ook graag naar Japanse mangaseries, omdat ik daardoor een andere cultuur leer kennen. Films brengen mij in een bepaalde atmosfeer die ik achteraf probeer te vatten in een liedje. Zo ben ik na ‘12 Years A Slave’ achter mijn piano gekropen om een traag, ietwat melancholisch stuk met veel stiltes te componeren. Mensen observeren in de metro of op straat vind ik ook heel inspirerend.

GEHOOR
De muziek die ik speel is new-soul: een mix van hiphop, soul en jazz. Mijn grote invloeden zijn onder andere Erykah Badu, D’Angelo en Robert Glasper. Onlangs ben ik ex-medestudenten tegengekomen en samen hebben we een nieuwe groep, The Chairmen, op poten gezet. Ik speel graag met een drummer en een bassist op z’n minst, zodat ik mijn ritme heb. Soms nodig ik ook een zanger of saxofonist uit want hoe meer zielen, hoe meer vreugde.

SMAAK
Ik ben een heel grote eter. Mensen bereiden vaak iedere week hetzelfde, maar ik wil net allerlei keukens uitproberen – Aziatisch, Afrikaans, Libanees, en noem maar op. Daarom ga ik graag naar tapasrestaurants: je krijgt een heerlijke mix van proevertjes. Tapas Y Mas in Elsene vind ik een echte aanrader. Mijn grootmoeder maakt ook heerlijke Congolese schotels, zoals rijst met pondu en kip in pindasaus.

GEUR
Een geur roept vaak herinneringen op, zelfs al heb ik die al tien jaar niet meer geroken. Onlangs ben ik met mijn verloofde op reis gegaan naar Thailand, waar vooral de curry’s die ze in de straten bakken mij zijn bijgebleven. Wanneer ik nu ga eten in een Thais restaurant, dan brengen de specifieke currygeuren mij terug naar het land. Zo heb ik toch weer even gereisd.

TAST
Als hiphopdanser is het belangrijk om je eigen lichaam te begrijpen. Daarom zeg ik tijdens de les vaak tegen mijn leerlingen: ‘raak jezelf aan, grijp naar je T-shirt, toon dat er iets gebeurt’. Jezelf aanraken is een taboe in het Westen. We voelen schaamte om iemand anders aan te raken, laat staan onszelf. Als je wilt dansen moet je die barrière doorbreken. In Frankrijk wordt een battle een uitwisseling (‘un partage’) genoemd. Je neemt het wel op tegen elkaar, maar toch is het meer een uitwisseling dan een wedstrijd. Het gaat om actie en reactie: de bewegingen van de ene lokken tegenactie uit van de andere.

ZESDE ZINTUIG
Wanneer ik piano speel, probeer ik ‘golven’ of ‘vibes’ over te brengen, zodat de luisteraar zich erdoor laat meevoeren. Iedereen kan dat zesde zintuig aanspreken, maar je moet je er wel voor openstellen. Mijn leerlingen spelen een stuk soms helemaal foutloos, maar op zo’n mechanische manier dat ik de muziek niet gevoeld heb. Mensen gaan naar live concerten om die vibes te voelen. Ze typeren ons als mens, waardoor we nog steeds niet vervangbaar zijn door machines.

Tekst en foto Charlotte De Cort