Eten met een gerust geweten

Onze journalist kookt een week zonder restjes
Foto Pexels

Volgens cijfers van de Wereldvoedselorganisatie FAO kieperen we wereldwijd zo’n 1,3 miljard ton voedsel per jaar in de vuilbak. Een enorme geld- en energieverspilling. Een week lang kijk ik hoe het anders kan.

In vergelijking met andere geïndustrialiseerde landen valt de voedselverspilling in Vlaanderen al bij al nog mee, al zijn de absolute cijfers ook bij ons hallucinant. Een gemiddeld Vlaams gezin gooit jaarlijks naar schatting 34 tot 49 kilo bruikbaar voedsel weg. Dat is niet alleen ethisch moeilijk te verantwoorden, het betekent ook een fikse financiële aderlating. Met het weggegooide voedsel belanden ook ettelijke honderden euro’s op de vuilnisbelt.

Een groot deel van de verspilling gebeurt boven onze hoofden, tijdens de productie of verwerking van voeding, maar op microniveau kan elk van ons een wezenlijk verschil maken. In mijn poging om minder eten weg te gooien, kwam ik er al snel achter dat je je best op drie pijlers richt.

Een man met een plan

In een ideale wereld ga je om de twee of drie dagen naar de winkel, maar in de praktijk is dat minder evident. Gewapend met een zorgvuldig uitgekiend boodschappenlijstje trek ik naar de supermarkt mijn om er mijn volledige weekmenu in te slaan.

Vooral fruit, groenten, vlees, vis, zuivel en brood zijn door hun beperkte houdbaarheid ‘risicoproducten’. Ik reken vooraf precies uit hoeveel ik van elk denk nodig te hebben en laat me niet verleiden door de aanlokkelijke acties à la 2 kopen, 1 gratis. Als straks de helft in de vuilbak belandt, heb ik alsnog mijn broek gescheurd.

Bij alle producten die in mijn kar belanden, check ik vooraf de vervaldatum. Supermarkten zullen het niet graag horen, maar ik voel me niet te beroerd om de achterste regionen van hun rekken te verkennen. Daar vind je producten die al snel een paar dagen langer meekunnen, al besef ik dat ook die tactiek niet waterdicht is. Als iedereen dat systematisch doet, geraken de voorste producten nooit verkocht. Om te compenseren, gooi ik ook een kipfilet in snelverkoop in mijn kar.

Wanneer ik in de groenten- en fruitafdeling sta, selecteer ik mijn kiwi’s en tomaten op basis van hoe rijp ze zijn. Het kost wat zoekwerk, maar zo vermijd ik dat ze straks allemaal tegelijk schreeuwen om opgegeten te worden.

Leer voedsel bewaren

Eenmaal de inkopen gedaan, volgt de tweede uitdaging: hoe hou ik alles zo lang mogelijk vers? Een kleine zoektocht via Google later heb ik voor zowat alles wat ik gekocht heb wel een bruikbare tip gevonden.

Zo leer ik dat je appels best gescheiden bewaart van andere groenten en fruit en dat tomaten niet in de koelkast thuishoren. Een half opgegeten pot platte kaas leg je best ondersteboven om de verspreiding van bacteriën te voorkomen, terwijl uien en aardappelen blijkbaar gezworen vijanden zijn.

Het kost me even voor ik alle informatie heb opgeslagen, maar het resultaat liegt er niet om. Ook de laatste banaan van mijn tros heeft nog een mooie gele kleur, terwijl er enkel in mijn voortuin sprake is van ontkiemende knollen.

De beste tip die ik kan meegeven is een hele algemene: hou je koelkast proper en koud genoeg (max 6 graden). Zo behoud je het overzicht en geef je bacteriën geen kans.

Ready, steady, cook

Al is je weekplanning nog zo zorgvuldig opgesteld, de kans is klein dat je je tot in de puntjes aan je Excell-sheet kan houden. Vooraf inschatten hoeveel honger ik al dan niet ga hebben, blijkt ijdele hoop. Zo blijf ik onherroepelijk achter met een hoop restjes, die – eerlijk is eerlijk – doorgaans in de GFT-zak belanden. Deze week is dat taboe en dus probeer ik mijn culinaire creativiteit aan te spreken.

Ik kom er al snel achter dat smoothies de ideale manier zijn om overrijp fruit een tweede leven te geven, met confituur als goede tweede, al heb je daar grotere hoeveelheden voor nodig. Groentenrestjes verwerk ik in een stevige omelet, terwijl mijn uitgedroogde volkorenwraps na een minuutje in de oven omgetoverd worden tot zelfgemaakte nacho’s.

Mijn proefweek sluit ik af met een onvervalste ‘ready, steady, cook’, naar analogie met het bekende BBC-programma. Ik stal al de restanten van mijn weekendinkopen voor me uit en probeer er intuïtief wat lekkers mee te maken. Het draait uit op een verbazend lekkere pastaschotel met kippengehakt, verrimpelde kerstomaatjes, een bodempje room en een half bakje champignons. Wat overblijft aan GFT-afval, geef ik aan de buurvrouw om haar kippen te plezieren.

Door Maarten Joossens