Recordbedragen voor eetkraampjes op Gentse Feesten

Recordbedragen voor eetkraampjes op Gentse Feesten

Er zijn gisteren recordbedragen neergelegd voor de standplaatsen van eetkraampjes met warme bereidingen op de komende Gentse veiling. Alles samen werd 625.800 euro geboden, meldt Het Laatste Nieuws en bevestigt de Gentse schepen van Feestelijkheden Christophe Peeters (Open Vld). Er werden 35 eetkramen op een online veiling aangeboden, een recordbedrag van 61.000 euro werd aangeboden voor een hamburgerkraam op de Korenmarkt. Een andere standplaats op die plek bracht 60.000 euro op. Verder legden uitbaters van hamburgertenten 55.000 euro op tafel voor een standplaats in de Belfortstraat en 38.000 euro bij Sint-Jacobs. De goedkoopste standplaats blijkt de Kouter te zijn, een plaatsje voor een kraam met vegetarische maaltijden werd voor 2.100 euro geveild. Overigens raakten drie van de vijf beschikbare plaatsen tijdens Boomtown niet geveild. De cijfers en toewijzingen zijn weliswaar nog onder voorbehoud van controle door een gerechtsdeurwaarder, volgende week krijgen de deelnemers definitief uitsluitsel.

De Gentse schepen van Feestelijkheden Christophe Peeters bevestigt dat er een pak meer geboden werd dan vroeger. Tot vorige editie werd echter maar een beperkt aantal standplaatsen voor warme bereidingen per opbod aanbesteed. “Blijkbaar moet het zijn dat er iets te verdienen valt aan de Gentse Feesten”, zegt Christophe Peeters. “Dat er zoveel betaald wordt is goed, het betekent dat niet alles van de belastingbetaler moet komen. Want het is de bedoeling dat de Gentse Feesten voor het grootste stuk zelfbedruipend worden, en dat mag ook wel voor een festival van die omvang. Als we het gratis willen houden, dan moeten we zorgen dat er andere inkomsten binnenkomen.”

De Gentse Feesten kosten de stad, personeelskosten inbegrepen, tussen de 2 en 2,5 miljoen euro, waarvan er 975.000 euro subsidies voor organisatoren. Een overkoepelende sponsor vinden is dan weer een moeilijk verhaal, omdat er dan naar één organisatiestructuur gewerkt zou moeten worden. “Daar is de tijd nog niet rijp voor, maar het is wel iets wat in de toekomst kan bekeken worden”, zegt Peeters.

bron: Belga