Werkgever mag hoofddoek verbieden

AFP / Y. Al-Zayyat

Een onderneming kan het dragen van een hoofddoek op de werkvloer verbieden. Dat heeft het Europees Hof van Justitie beslist.

Een werkgever kan via een interne regelign eisen dat iemand geen hoofddoek of ander religieus symbool draagt, aldus het Hof. De voorwaarde is wel dat het verbod slaat op alle zichtbare politieke, filosofische en religieuze tekenen, en niet op religieuze overtuigingen in het algemeen of een specifieke godsdienst in het bijzonder.

Klacht van Belgische moslima

De aanleiding voor deze beslissing is een klacht van de Belgische moslima Samira Achbita. Zij werd in 2003 aangenomen door G4S als receptioniste. Bij het bedrijf bestond een ongeschreven verbod op het dragen van uiterlijke tekenen van politieke, filosofische of religieuze overtuigingen op de werkvloer. Drie jaar later gaf Achbita aan dat ze tijdens het werk een hoofddoek wilde dragen. Tegelijkertijd schreef het bedrijf het ongeschreven verbod alsnog neer in het arbeidsreglement. Omdat de vrouw haar hoofddoek bleef dragen, werd ze ontslagen.

Na haar ontslag stapte de vrouw samen met het gelijkekansencentrum Unia naar de rechtbank. Het Hof van Cassatie in ons land had meer uitleg gevraagd aan het Europees Hof van Justitie, dat de vrouw nu dus ongelijk heeft gegeven. Het Hof oordeelde dat zo’n interne regel geen directe discriminatie op basis van godsdiens of overtuiging vormt.